Keel - neus - oorheelkunde

Lokaal

Opleidingsplan

Keel-Neus-Oorheelkunde

Haaglanden Medisch Centrum

 

Opleidingscluster: LUMC – HMC – DIAC – GHZ - RIJNL

 

                                                

 Lokaal opleidingsplan KNO-heelkunde

Haaglanden Medisch Centrum (HMC)

Versie 16 januari 2017

 

 

Opleider:                                 drs. S.F. Meinesz

Plaatsvervangend opleider:       dr. R.J. Sedee

 

 

 

Opleidingscluster Leidse OOR KNO:

 

       LUMC, prof.dr.ir. J.H.M. Frijns, LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum)

 

Geaffilieerde opleidingen:

 

HMC, drs. S.F. Meinesz

 

Alrijne (Diaconessenhuis) Leiden, dr. C.J. Brenkman

 

Groene Hart Ziekenhuis Gouda, dr. H.A. Westerbeek

 

Alrijne (Rijnland Ziekenhuis) Leiderdorp, dr. M.L. Sassen

 

 

 

Voor de samenstelling van dit lokale opleidingsplan is gebruik gemaakt van:

  • Het landelijk KNO opleidingsplan ENTER, Ear Nose Throat Education Revised (versie 2008)
  • Het regionaal KNO opleidingsplan van het LUMC
  • Locaal opleidingsplan Rijnland Ziekenhuis , Leiderdorp

 

 

 

 

Inhoudsopgave

 

  1. Algemeen. 4

1.1.     Inleiding. 4

1.2.     Structuur van de opleiding. 4

1.3.     Samenwerkingsverbanden. 4

1.4.     Informatie over HMC algemeen. 5

  1. In HMC.. 6

2.1.     Informatie over de B-opleiding KNO-heelkunde. 6

2.1.1.       Opzet afdeling. 6

2.2.     Supervisoren en aandachtsgebieden. 7

2.3.     Stagebeschrijving. 8

2.3.1.       Weekrooster 9

2.3.2.       Beschrijving klinische settings. 10

2.4.     Besprekingen. 12

2.5.     Onderwijs tijdens de opleiding tot KNO-arts. 13

  1. BEGELEIDINGSSYSTEEM... 14

3.1.     Taakverdeling mbt opleiden. 14

3.2.     Gesprekken. 15

3.3.     Toetsing en bekwaamheidsniveaus. 15

3.4.     Portfolio. 16

3.5.     Toetsing van groei en bekwaamheidsniveaus. 16

3.6.     Evaluatie van de kwaliteit van de opleiding. 18

3.7.     Toetsmatrix. 19

3.8.     Begeleidingsprofiel 21

 


1.   Algemeen

 

1.1.   Inleiding

 

Met dit lokale plan wordt uitvoering gegeven aan het landelijke en het Leidse regionale opleidingsplan Keel-Neus-Oorheelkunde op basis van ENTER.

Het biedt de lokale opleider / supervisor en de AIOS houvast bij de invulling van de individuele opleiding van de AIOS.

Het lokale plan voldoet aan de eisen zoals gesteld in het landelijke en Leidse regionale opleidingsplan ENTER en aan de eisen uit de regelgeving van de CCMMS.

 

 

1.2. Structuur van de opleiding

 

De 5-jarige opleiding Keel-Neus-Oorheelkunde is opgebouwd uit 60 maanden. In het regionale opleidingsplan zijn de stageperiodes aangegeven als mede de locaties waar deze plaatsvinden. De stages in de A-opleiding zijn met name themagericht terwijl de B-opleiding vooral gericht is op de algemene KNO-heelkunde.

De AIOS brengen twee periodes van 9 maanden in de B-opleidingen door. Centrale elementen binnen dit deel van de opleiding zijn de algemene KNO-heelkunde., Neusbijholten, Rhinologie en Otologie. Daarnaast participeren zij in algemene spreekuren / OK’s en kunnen de AIOS kennis maken met de daar aanwezige KNO problematiek. In HMC wordt de 1e B-opleiding gevolgd, in het 2e jaar van de opleiding.

 

 

1.3.  Samenwerkingsverbanden

De B-opleiding in HMC is gekoppeld aan die van het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda of aan het Alrijne Ziekenhuis (Diaconessenhuis) te Leiden, waar de aios dan hun B-opleiding in het 4e jaar van hun opleiding gaan volgen.

De Organisatorische Eenheid (OE) KNO-heelkunde HMC is gefuseerd met de maatschap KNO-heelkunde van het Haga Ziekenhuis in Den Haag. Deze maatschap heeft ook een RGS erkende opleiding KNO in het Rotterdamse OOR. Met deze opleidingsgroep wordt maandelijks theoretisch onderwijs georganiseerd door stafleden voor aios.

De bereikbaarheidsdiensten worden gedaan in samenwerking met het Haga Ziekenhuis te Den Haag.

 

 

1.4.  Informatie over HMC algemeen

HMC levert op twee plekken in de Haagse regio medisch specialistische zorg, passend bij een topklinisch ziekenhuis en bij de patiëntenpopulatie in de directe omgeving van beide ziekenhuizen. De multiculturele patiëntenpopulatie van de Haagse binnenstad, een sterk ontwikkelde acute zorg en een aantal topklinische functies horen bij HMC Westeinde. De bevolking van Leidschendam en omgeving kan rekenen op een breed palet aan algemene ziekenhuiszorg met de daarbij behorende aandacht voor ouderen. De oncologische zorg is in HMC Antoniushove door verregaande concentratie steeds prominenter aanwezig.

HMC is één van de oprichters van de stichting topklinische opleidingsziekenhuizen (STZ). Wij vervullen op basis van het STZ-lidmaatschap een bijzondere rol in de ziekenhuiszorg en hebben een groot aantal topklinische functies. Dit betekent dat patiënten buiten ons directe verzorgingsgebied naar ons verwezen worden. Als topklinisch ziekenhuis leiden we in groten getale specialisten, verpleegkundigen en andere medewerkers op. Als STZ-ziekenhuis initieert HMC klinisch wetenschappelijk onderzoek en participeert hierin. Tot slot hebben wij als STZ-ziekenhuis een belangrijke rol in de regionale afstemming met andere ziekenhuizen op het gebied van concentratie en spreiding van zorg.

 

HMC maakt als opleidingsziekenhuis deel uit van de onderwijs- en opleidingsregio van het LUMC en verzorgt (een deel van) de medische opleiding tot anesthesist, chirurg, internist, KNO-arts, cardioloog, neuroloog, oogarts, radioloog, neurochirurg, MDL arts, radiotherapeut, medisch psycholoog, patholoog, klinisch chemicus, ziekenhuisfarmaceut, psychiater, SEH arts, dermatoloog, vrouwenarts, orthopedisch chirurg, klinisch fysicus, revalidatiearts, ziekenhuisarts en sportarts.

 

De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de aios staan beschreven in de ‘Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen’. De brochure is te downloaden via www.knmg.artsennet.nl en wordt op de introductiedagen onder de aandacht van de assistenten gebracht.

 

 

 


2.  In HMC

 

2.1.  Informatie over de B-opleiding KNO-heelkunde

 

 

2.1.1.  Opzet afdeling

De staf van de OE KNO in HMC bestaat uit 7 KNO-artsen. Deze zijn in maatschapsverband verbonden met de KNO-artsen van het HAGA ziekenhuis in Den Haag. Zowel poliklinische als klinische werkzaamheden worden op de alle ziekenhuis locaties van HMC uitgevoerd.

Mw.S.F.Meinesz is als gemandateerd vakgroepsvertegenwoordiger verantwoordelijk voor het management van de afdeling en als opleider verantwoordelijk voor de met de opleiding geassocieerde activiteiten,

De Heer R.J. Sedee is plaatsvervangend opleider en co-assistentenbegeleider.

  1. Wiggers is medisch manager divisie 2 in Bronovo.

Mw. H. Rotteveel is unitcoördinator van de afdeling KNO.

Het opleiden van aios wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alle leden van de opleidingsgroep nemen hieraan actief deel. Die actieve participatie uit zich in supervisie, begeleiding en toetsing van de AIOS op de polikliniek, SEH, (verpleeg- en IC-)afdelingen en operatiekamers.

 

 

 

 

2.2.   Supervisoren en aandachtsgebieden

Alle leden van de opleidingsgroep oefenen de algemene keel, neus, oorheelkunde in den brede uit. Iedereen heeft bepaalde aandachtsgebieden.

 

Naam

 

FTE

Taken binnen de vakgroep

 

J.M. Becker

1.0

Logistieke taken

Klachten afhandeling

Financiën

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Otologie

Cosmetische en functionele rhinoplastiek

 

G.A. Croll

1.0

Logistieke taken

OK commissie

MSB

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Hoofd-hals oncologie

Cosmetische en functionele rhinoplastiek

OSAS

Hypofyse chirurgie

 

M.B. Ferrier

1.0

Logistieke taken

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Otologie

Esthetische neuschirurgie

Neusbijholte chirurgie

 

S.F. Meinesz

1.0

Logistieke taken

Gemandateerde

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Otologie

Foniatrie

OSAS

Neusbijholte chirurgie

 

R.J. Sedee

1.0

Logistieke taken

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Hoofd- hals oncologie

Weke delen chirurgie

 

Dr. H.P. Verschuur

1.0

Logistieke taken

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Hoofd-hals oncologie

Cosmetische aangezichtschirurgie

Huidtumoren aangezicht

 

H.A.A. Spoelstra

1.0

Logistieke taken

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Neus en bijholtenchirurgie

Stem/spraak en microlarynx chirurgie

Weke delen chirurgie van hoofd/hals gebied

 

 

K. Wiggers

1.0

Logistieke taken

 

Aandachtsgebieden

Algemene KNO

Otologie

Neusbijholte chirurgie

Duizeligheid/Menière

 

 

 

 

2.3. Stagebeschrijving

In HMC wordt de 1e B-opleiding gevolgd, in het 2e jaar van de opleiding. De leerinhoud bestaat uit de 7 Canmeds-competenties en 19 ENTER thema’s met hun kritische beroepssituaties.

De thema’s worden op de werkplek geleerd. De stagewerkplekken zijn: polikliniek, operatie-kamer, behandelkamer, verpleegafdeling, dagbehandeling, spoedeisende hulp en IC.

De leermiddelen bestaan uit activiteiten op de centrale werkplek, als de overdracht, het poliklinisch spreekuur, verrichtingen op OK en behandelkamer, visite op klinische afdeling en dagbehandeling, patiëntenbesprekingen, radiologiebespreking, pathologiebespreking, complicatiebespreking en multidisciplinaire besprekingen. Daarnaast wordt deelgenomen aan (cursorisch) onderwijs, zowel in HMC als in het LUMC. Ook zijn landelijk onderwijs en zelfstudie belangrijke leermiddelen.

De toetsing vindt zoveel mogelijk plaats op de werkplek.

 

2.3.1.           Weekrooster

 

Algemeen Weekschema

 

Dag

Activiteit

maandag        

07.45-08.15

08.10-16.00

16.00-16.30

 

12.00-13.00

 

 

Generaal rapport en afdelingsvisite

OK Westeinde Ziekenhuis

Visite op afdeling (OK-patiënten)

 

Maandelijks (1x 3mnd)

PA-bespreking                  

dinsdag          

         07.45-08.15

         08.30-11.30

         13.00-16.00

16.00- 17.00

 

Generaal rapport en afdelingsvisite

Poli Westeinde Ziekenhuis

Poli Westeinde Ziekenhuis

Oncologie MDO

 

woendag        

07.45-08.15

08.30-12.00

13.15-16.00                                          

           16.30-17.30

 

Generaal rapport en afdelingsvisite

Poli Westeinde Ziekenhuis

OK Westeinde Ziekenhuis

Maandelijks cursorisch onderwijs of radiologie bespreking

 

donderdag

07.45-08.15

08.30-12.00

13.00-18.00                                          

 

Generaal rapport en afdelingsvisite

Poli Westeinde Ziekenhuis

LUMC : Cursorisch onderwijs, stafvergadering

 

vrijdag

07.45-08.15

08.30-12.00

13.00-16.00

                                            

 

Generaal rapport en afdelingsvisite

Poli of   poliklinische OK Westeinde Ziekenhuis

Poli Westeinde Ziekenhuis

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3.2.           Beschrijving klinische settings

 

Polikliniek, behandelkamer, SEH

 

Wat houdt deze setting in:

  • De AIOS verricht algemene polikliniekwerkzaamheden passend in het 2e opleidingsjaar
  • De AIOS leert en werkt per week gemiddeld 6 dagdelen op de polikliniek
  • Permanente supervisie vindt plaats door alle leden van de opleidingsgroep die op dat moment op de polikliniek aanwezig zijn. Er is altijd minimaal 1 KNO-arts aanwezig op de polikliniek als de AIOS spreekuur doet.
  • Gedurende de eerste weken is er een aangepast programma om routine op te doen bij het poliklinisch spreekuur. Geleidelijk wordt onder leiding van de opleider het aantal patiënten per spreekuur opgevoerd. Hierbij is de kwaliteit van de opleiding primair van belang boven de kwantiteit van de productie.

 

Wat wordt geleerd en welke bekwaamheidsniveaus zijn vereist:

  • Alle 7 competenties
  • Alle ENTER thema’s komen in principe aan bod. Er wordt bij het maken van de afspraken niet geselecteerd op specifieke patiëntengroepen.
  • Voor alle thema’s geldt niveau 3 tot 4: handelt met beperkte supervisie. Deze beperkte supervisie betekent in de praktijk dat de AOIS zelf de verantwoordelijkheid heeft over welke patiënten met de supervisor worden besproken / gezien tijdens of na het spreekuur. Volgens afspraak worden operatie-indicaties, waarvoor de AIOS       bekwaamheidsniveau 4 nog niet heeft bereikt, en complexe gevallen besproken. Van iedere patiënt wordt de polibrief beoordeeld.

 

Welke opleidingsactiviteiten worden uitgevoerd:

  • Het dagelijks afdelingsvisite lopen
  • Het zien en behandelen van nieuwe en controle-patiënten op de polikliniek
  • Het verrichten van consulten in het ziekenhuis
  • Het zien en behandelen van spoedpatiënten
  • Telefonisch overleg met huisarts of collega/medewerker MCH - Bronovo
  • Zien van klinische KNO- patiënten voor het ontslag
  • Het doen van kleine verrichtingen
  • Communicatie en samenwerking met polikliniekpersoneel
  • Het duidelijk en volledig documenteren van al het bovenstaande

 

Welke toetsinstrumenten worden ingezet (zie bijlage 1, schema leerdoelen en competenties tijdens stage)

  • In totaal krijgt de aios in HMC ten minste 10x een KPB.
  • In totaal krijgt de aios in HMC tenminste 3x een OSATS.
  • Tijdens B-opleiding in HMC krijgt de aios 1x een 360 graden feedback
  • Alle polikliniek brieven worden nagekeken
  • Opleidingsgesprekken en continue zelfreflexie

 

 

Operatieafdeling

Wat houdt deze setting in:

  • Het verrichten van werkzaamheden op de operatiekamer KNO, zowel op de locatie Den Haag als op de locatie Leidschendam, (dit nadat rooster aios is aangepast op 80%, en akkoord herregistratie en herkenning nieuwe opleider)
  • Per week vinden gemiddeld 3 dagdelen in deze setting plaats

 

Wat wordt geleerd en welke bekwaamheidsniveaus zijn vereist:

  • Op de OK worden de chirurgische vaardigheden uit diverse themakaarten uitgebreid. Er wordt veel ervaring       opgedaan met de basis KNO-ingrepen.
  • Alle 7 competenties met de nadruk op medisch handelen
  • De ENTER thema’s en bekwaamheidsniveaus staan vermeld in bijlage 1.

Welke opleidingsactiviteiten worden uitgevoerd:

  • Het onder supervisie opereren van de patiënten
  • Het communiceren en/of samenwerken met patiënten, anesthesist en andere medewerkers

 

Welke toetsinstrumenten worden ingezet:

  • KPB’s, OSAT’s, opleidingsgesprekken, (poli-)kliniekbrieven, operatieverslagen, continue zelfreflectie

 

 

Verpleegafdeling en afdeling dagbehandeling

Wat houdt deze setting in:

  • Zien en indien nodig behandelen van patiënten op de klinische afdeling (onder meer dagelijkse ochtendvisite,       postoperatieve zorg, consulten op andere verpleegafdelingen, spoedopnames) en postoperatieve nazorg geven aan in dagbehandeling behandelde patiënten (onder meer het postoperatieve gesprek, instructies nazorg)

 

Wat wordt geleerd en welke bekwaamheidsniveaus zijn vereist:

  • Alle 7 competenties
  • In principe komen alle ENTER thema’s aan bod.
  • Voor alle thema’s geldt niveau 2-4 (afhankelijk van het bekwaamheidsniveau van de verrichte ingreep of de vraagstelling in de consultaanvraag).

 

Welke opleidingsactiviteiten worden uitgevoerd:

  • Nazorg van operatief behandelde KNO-patiënten
  • Zorg voor niet geopereerde patiënten en patiënten waarbij de afdeling KNO in consult is gevraagd
  • Communicatie en samenwerking met afdelingspersoneel
  • Het duidelijk en volledig documenteren van al het bovenstaande

 

 

 

 

 

2.4. Besprekingen

 

Lokale besprekingen                                   Frequentie

          

Onderwijs

 

Cursorisch onderwijs                                     maandelijks

LUMC onderwijs                                           wekelijks

Opleidingsvergadering                                   per 3 maanden

Co-assistenten praatjes                                 1xmnd

 

Kwaliteitsbesprekingen

           

Complicatiebespreking                                  per 3 maanden

Necrologiebespreking                                    per 3 maanden

Klachtenbespreking                                       per 3 maanden

Klinische demonstratie                                   per 3 maanden

          

Patiëntenbesprekingen

           

Radiologiebespreking                                     per 2 maanden

Generaal rapport                                            dagelijks

PA bespreking                                                per 3 maanden

Oncologie MDO                                             wekelijks

 

 

Tijdens de opleiding in HMC neemt de aios aan besprekingen deel:

  • Dagelijks ochtendbespreking/ generaal rapport Deze bespreking wordt bijgewoond door alle aanwezige stafleden, de aios, co-assistent en senior co-assistent. Hier worden opgenomen klinische patiënten besproken, bijzondere patiënten van de aios, en patiënten die tijdens de bereikbaarheidsdienst zijn gezien.
  • Radiologie-bespreking

De aios meldt de te bespreken patiënten één week van tevoren aan, bereidt de casussen voor en brengt deze op de bespreking.

  • Complicatie-bespreking

Eens per drie maanden op de woensdagmiddagbespreking. De aios presenteert het overzicht van de complicaties van de afgelopen periode. Een van de stafleden en de aios presenteren een patiënt bij wie zich een complicatie heeft voorgedaan.

  • Pathologie-bespreking

Eens per 3 maanden op maandagmiddag om 12.00 uur op de afdeling pathologie. De aios meldt de te bespreken patiënten één week van tevoren aan, bereidt de casussen voor en brengt deze op de bespreking.

 

 

 

 

2.5.  Onderwijs tijdens de opleiding tot KNO-arts

 

Landelijk cursorisch onderwijs

Per opleidingsjaar moet gedurende tenminste tien dagen cursorisch onderwijs gevolgd worden dat gericht is op het verwerven en behouden van de door het CCMS vastgestelde competenties. De tien verplichte dagen hoeven niet aaneengesloten of als hele dagen te worden gevolgd. Cursorisch onderwijs wordt landelijk of regionaal gegeven. De aios worden in de gelegenheid gesteld om landelijk georganiseerde cursussen voor aiossen, en ook andere nascholingscursussen te volgen.

 

Regionaal en lokaal discipline overstijgend onderwijs

Meerdere keren per jaar worden er in het LUMC een aantal voor alle AIOS binnen de Leidse OOR verplichte discipline overstijgende cursussen georganiseerd. Deze betreffen:

  • Introductiecursus nieuwe AIOS
  • Competentiegericht opleiden: ‘De AIOS aan het roer’
  • Communicatie arts & patiënt
  • Teach the Clinical Teachers
  • Patientveiligheid
  • Professionele attitude (goed dokterschap)
  • Evidence Based Medicine
  • Medische Ethiek
  • Management en wettelijke kaders gezondheidszorg

 

Wetenschappelijke vergaderingen van de wetenschappelijke vereniging

Twee keer per jaar (april en november) wordt door de Nederlandse Vereniging voor Keel-Neus-Oorheelkunde en Heelkunde van het Hoofd-Halsgebied een 2-daagse landelijke wetenschappelijke vergadering georganiseerd. De aios is verplicht hieraan deel te nemen. Tenzij deze dienst heeft.

 

Refereeravonden

Vier maal per jaar wordt een refereeravond gehouden, afwisselend georganiseerd door de KNO-afdeling van het LUMC of door de geaffilieerde ziekenhuizen uit het opleidingscluster .

 

Onderwijs aan co-assistenten

Van de aios wordt verwacht dat medewerking wordt verleend aan het onderwijs aan en de begeleiding van co-assistenten.


3.                     BEGELEIDINGSSYSTEEM

 

3.1.  Taakverdeling mbt opleiden

 

De opleider en/of plaatsvervangend opleider voeren de beoordelingsgesprekken met de aios. De opleider organiseert de opleidingsvergadering 4x per jaar, neemt deel aan de vergadering van het opleidingscluster in Leiden, de landelijke B-opleidersvergadering, de vergadering van de COC van het Medisch Centrum Haaglanden, en zo nodig de vergadering van het concilium ORL.

Supervisie op polikliniek en operatie-kamer wordt door alle stafleden gedaan. Ook de toetsing dmv KPB’s en OSATs wordt door alle stafleden gedaan. De verantwoordelijkheid voor de verschillende opleidingsthema’s is als volgt verdeeld:

 

Verdeling verantwoordelijkheid thema’s opleiding:

 

J.M. Becker                Supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Otologie

 

G.A. Croll                   Supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Hoofd-hals oncologie

OSAS

 

M.B. Ferrier               Supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Otologie

Neusbijholte chirurgie

 

 

S.F. Meinesz            Plaatsvervangend opleider,

Voeren van opleidingsgesprekken

           supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Otologie

Foniatrie

OSAS

Neusbijholte chirurgie

 

 

R.J. Sedee                 Supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Hoofd- hals oncologie

Weke delen chirurgie

 

Dr. H.P. Verschuur    supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Hoofd-hals oncologie

Oncologie

Huidtumoren aangezicht

 

H.A.A. Spoelstra        supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Neus en bijholtenchirurgie

Stem/spraak en microlarynx chirurgie

Weke delen chirurgie van hoofd/hals gebied

 

  1. Wiggers supervisor op de volgende onderdelen

Algemene KNO

Otologie

Neusbijholte chirurgie

Duizeligheid/Menière

 

3.2. Gesprekken

 

De opleidingsgesprekken worden door de opleider en/of de plaatsvervangend opleider uitgevoerd, na consultatie van de opleidingsgroep.

  • Tijdens dit gesprek wordt aan de hand van het portfolio de stand van zaken binnen de opleiding besproken. Er worden aan de hand van de themakaarten, KPB’s en OSATs afspraken gemaakt over de te bereiken leerdoelen. Dit verslag wordt door de aios geschreven en geaccordeerd door de opleider.
  • Voortgangsgesprek na 4 maanden. Tijdens dit gesprek worden de vorderingen besproken en wordt feed back gegeven op de 7 competenties. De afgesproken leerdoelen worden geëvalueerd en voor de komende 4 maanden opnieuw vastgelegd.
  • Beoordelingsgesprek na 8 maanden; geschiktheidsbeoordeling
  • Na 6 maanden wordt een 360º meting gedaan, die met de aios wordt besproken.

 

 

3.3. Toetsing en bekwaamheidsniveaus

 

Toetsing vindt zo veel mogelijk op de werkplek plaats, direct na het geobserveerde gedrag en gekoppeld aan het opleidingsmoment. Bij de beoordeling van de AIOS wordt vooral gebruik gemaakt van:

-     KPB’s (Korte Praktijk Beoordeling)

-     OSATS (Objective Structured Assessment of Technical Skills).

Andere toetsinstrumenten zijn voortgangsgesprekken met daarbij de reflectie op eigen functioneren, overdrachtsmomenten, klinische presentaties, besprekingen, referaten en wetenschappelijke activiteiten. Tijdens het cursorisch onderwijs in het LUMC worden door de aios CAT (Critical Appraised Topic)’s gemaakt. Ook de opleiders uit het opleidingscluster participeren hierin.

Een volledig overzicht van de toetsinstrumenten en de frequentie van toetsen gedurende de gehele opleiding is terug te vinden in bijlage 7.

 

3.4. Portfolio

Alle toetsmomenten worden vastgelegd in de portfolio

Het portfolio van de aios omvat ten minste de volgende onderdelen:

  • verslag van het introductiegesprek, waarin de leerdoelen voor de stage zijn vastgelegd.
  • Verslag van het voortgangsgesprek opnieuw vastgelegde leerdoelen en beoordelingsformulier
  • Beoordelingsgesprek met geschiktheidsbeoordeling
  • KPB’s (minimaal 10) en OSATs (minimaal 3)
  • Overzicht van aantal verrichte ingrepen
  • Competentieniveau van operatieve ingrepen

 

3.5. Toetsing van groei en bekwaamheidsniveaus

Het is van belang om gedurende de opleiding de AIOS feedback te kunnen geven in hoeverre hij/zij voldoet aan het verwachte niveau. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen

  • de groei in zelfstandigheid binnen de verschillende thema’s
  • de groei in algemene competenties.

 

Groei en zelfstandigheid binnen de thema’s

Bij de beoordeling van de groei en zelfstandigheid binnen de verschillende thema’s wordt gebruik gemaakt van de hieronder in de tabel aangegeven vijf bekwaamheidsniveaus. Deze worden tijdens de voortgangsgesprekken door de opleider en de aios besproken en genoteerd. De criteria voor de bekwaamheidsniveaus binnen de verschillende thema’s staan vermeld in het landelijk opleidingsplan KNO. Het uitdrukkelijk streven is om gedurende de opleiding en stages te komen tot hoe langer hoe meer zelfstandig werken / handelen.

 

 

 

bekwaamheidsniveaus

BN1

(1 t/m 5)

1

Heeft kennis van

2

Handelt onder strenge supervisie

3

Handelt met beperkte supervisie

4

Handelt zonder supervisie

5

Superviseert en onderwijst bij de handeling

 

 

 

Begeleidingsprofiel

De toetsing en het vaststellen van de bekwaamheidsniveau’s houdt nauw verband met de mate van begeleiding bij de verschillende verrichtingen. Om de aios te begeleiden wordt met de individuele leercurve rekening gehouden. Hiervoor is het begeleidingsprofiel ontworpen, waarop per operatie de mate van begeleiding wordt aangegeven. Deze wordt elke twee maanden bijgesteld en zo nodig vaker. De in het profiel aangegeven mate van begeleiding is de meest vrije. Bij bepaalde operaties kan de begeleiding strakker (kruisje naar links), afhankelijk van de moeilijkheidsgraad, de wens van de patiënt, de bui van de supervisor (sv) etc. Als voorbeeld de profielen van een aios in haar 4e jaar van de opleiding; bij de start en na drie maanden in de B-opleiding KNO-heelkunde.

 

 

Groei in de algemene competenties

Op basis van in het portfolio verzamelde informatie en op basis van indrukken van de opleidersgroep wordt met de AIOS een gesprek gevoerd over de ontwikkeling in de algemene competenties. In de periodieke voortgangsgesprekken wordt dit met de AIOS besproken en vergeleken met de door de AIOS geschreven zelfreflectie over deze competenties.

Tevens worden de competenties ten aanzien van een aantal kernactiviteiten, landelijk in het opleidingsplan benoemd, door de opleidingsgroep beoordeeld. Het uitdrukkelijk streven is om gedurende de opleiding en stages te komen tot hoe langer hoe meer zelfstandig werken / handelen.

 

 

Deze kernactiviteiten zijn:

  1. (KNO) diagnostiek
  2. opstellen en uitvoeren van een behandelplan
  3. patiënten informatiegesprek (bijvoorbeeld een slecht nieuws gesprek)
  4. overdracht en teambespreking
  5. wetenschappelijk onderzoek

 

 

 

3.6.  Evaluatie van de kwaliteit van de opleiding

 

De Centrale Opleidings Commissie (COC) neemt de taak om de kwaliteit van de medisch-specialistische opleidingen te bewaken op zich, in samenspraak met de Raad van Bestuur.

Binnen HMC wordt de kwaliteit van de opleidingen bewaakt, daarbij worden de volgende kwaliteitsinstrumenten gebruikt:

 

  • Jaarlijks wordt de aios KNO-heelkunde door de COC uitgenodigd voor een gesprek waarbij het opleidingsklimaat breed wordt besproken. Het resultaat hiervan wordt binnen het COC besproken en later met de opleider KNO-heelkunde.
  • Aan het eind van de B-opleiding in HMC wordt een exitinterview door een onderwijskundige gehouden. Het besprokene wordt later met de opleider gedeeld.
  • Voorafgaande aan de opleidingsvisitatie van de RGS wordt een proef­visitatie gehouden door de COC.

 

Binnen de opleidingsgroep KNO-heelkunde:

Tijdens de opleidingsvergaderingen die 4x per jaar worden gehouden wordt besproken wat goed gaat en wat beter kan. Hierop worden verbeteracties ondernomen, die bij de volgende vergadering worden geëvalueerd.

 

Bij het streven naar een steeds betere kwaliteit van de opleiding is regelmatig terugkoppeling vanuit de aios noodzakelijk. De aios wordt zowel tijdens de voortgangsgesprekken als daarbuiten gestimuleerd om kritisch mee te denken over de kwaliteit van zijn/haar opleiding alsook over de kwaliteit van de afdeling KNO-heelkunde in brede zin.

 

 

 

 

 

3.7.                 Toetsmatrix

 

 

HMC                                                                                                                 (1E PERIFERE STAGE)

Supervisor

Meinesz

 

Thema volgens ENTER

Th 10 (snurken / OSAS)

Th 15 (frequent voorkomende volwassenen KNO) Th 16 (frequent voorkomende pediatrische KNO)

Alle thema’s met nadruk

op Th 10, Th 15, Th 16

 

Doel

 

 

 

 

 

 

 

M      (Medisch handelen)

C        (Communicatie)

S        (Samenwerking)

KW    (Kennis & wetenschap)

MH    (Maatsch. handelen)

O       (Organisatie)

P        (Professionaliteit)

Th 10

M

kent de chirurgische anatomie van de bovenste luchtweg

M

is op de hoogte van de relevante beeldvormende diagnostiek

M

heeft kennis van aanvullende (differentiaal) diagnostiek, zoals

polysomnografie en kan deze interpreteren

M

voert slaapendoscopie onder sedatie uit en interpreteert deze

M

maakt een goede afweging tussen de verschillende chirurgische en niet-

chirurgische behandelingsmogelijkheden, rekening houdend met de consequenties op lange termijn

M

voert zelfstandig een uvulopalatopharyngoplastiek uit

C

legt het verschil tussen snurken en OSAS op adequate wijze uit aan de patiënt en partner, alsmede de verschillende behandelingen en de kans op succes

C

zorgt voor goede verslaglegging en adequate berichtgeving aan de huisarts

S

werkt samen met longarts, klinisch neurofysioloog, kaakchirurg, neuroloog,

anesthesist, tandarts

MH

is zich bewust van sociaal-maatschappelijke consequenties van OSAS, zoals

een kortere levensverwachting

MH

voert een actief beleid ter preventie van adipositas en alcoholabusis

Th 15

M

beheerst de anamnese en verricht het lichamelijk onderzoek

M

maakt adequaat en doelmatig gebruik van aanvullende diagnostiek

M

adviseert adequaat t.a.v. beleid: conservatief/ medicamenteus versus

chirurgisch

M

voert zelfstandig chirurgische ingreep uit (tonsillectomie en adenotomie, peritonsillair abces, septumcorrectie, meatoplastiek, concha inferior en concha media chirurgie, infundibulotomie en beperkte ethmoïdectomie, myringoplastiek)

M

doet de nazorg, inclusief diagnostiek en behandeling complicaties (infectie,

(na-)bloeding

C

legt aan patiënt adequaat uit het doel van de behandeling, de verwachting ten

aanzien van resultaten en complicaties

C

draagt zorg voor goede verslaglegging en berichtgeving conform standaarden

van wetenschappelijke vereniging

S

werkt samen met eerste lijn en andere disciplines

O

richt werkzaamheden effectief en doelmatig in

MH

levert een bijdrage aan het maatschappelijk debat over vaak voorkomende

KNO aandoeningen

Th 16

M

beheerst de anamnese en verricht het onderzoek nodig voor de behandeling

van adenotonsillitiden, otitis media met effusie, te kort tongfrenulum

M

maakt onderscheid met zeldzaam voorkomende oorzaken van slechthorendheid bij kinderen

M

beheerst de (adeno)tonsillectomie volgens Sluder (wel/niet geïntubeerd) en

tonsillectomie met de dissectiemethode

M

plaatst trommelvliesbuisjes

M

verricht tongriemplastiek

           

 

 

 

M

heeft weet van en zorgt samen met anesthesist voor adequate post-

operatieve pijnbestrijding

M

behandelt op adequate wijze een nabloeding na (adeno)-tonsillectomie

C

is kindvriendelijk en realiseert zich dat kinderen niet altijd coöperatief zijn

C

gaat op juiste wijze om met (bezorgde) ouders en legt op adequate wijze uit

S

heeft een goed contact met huisartsen en andere medewerkers van de eerste

lijn

S

werkt samen met anesthesioloog, kinderarts, logopedist en verpleging

S

heeft overleg met audioloog en vervult een poortwachterfunctie voor het audiologisch centrum

MH

is op de hoogte van de gevolgen van slechthorendheid bij kinderen op spraak-

en taalontwikkeling

MH

heeft kennis van onderwijs bij slechthorenden

 

Vaardigheden

(kwalitatief en kwantitatief)

Th 10

slaapendoscopie (OSATS)

UPPP (OSATS)

aanmeten MRA, reflecteert op waargenomen handelingen

interpreteren van polysomnografie (10X)

Th 15

concha caustiek/chirurgie(5X)

Th 16

TV buisje bij kind (5X)

ATE (20X)

oortoilet onrustig kind (3X)

 

Introductiegesprek

sterke zwakke punten vorige stages?

leerdoelen huidige stage?

afstemming doelstellingen aan de persoonlijke aandachtsgebieden

afspraken welke thema worden getoets?

afspraken hoeveel KPB's?

afspraken inhoudelijk domein KPB's?

afspraken over andere beoordelingsinstrumenten (OSATS, 360 gr, CAT )

alle formulieren van introgesprek in portfolio

afspraken vastleggen in individueel opleidings plan / logboek

plannen voortgangsgesprek

plannen eindgesprek

 

Voortgang/eindgesprek

Zijn de leerdoelen gehaald?

Is er voldaan aan de kwalitatieve / kwantitieve doelstellingen?

Wat waren de sterke en zwakke punten van de AIOS tijdens de deze stage?

 

           

 

 

 

 

 

3.8.                 Begeleidingsprofiel

Begeleidingsprofiel

 NAAM

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 sv doet operatie; aios assisteert

 

 

2 aios opereert; sv assisteert steriel

 

 

3 aios opereert; sv in operatiekamer

 

 

4 aios opereert; sv in ok complex

 

 

5 aios opereert; sv op zijn werkkamer

 

 

6 aios opereert; sv is buiten het ziekenhuis bereikbaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 DATUM

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Poliklinisch

 

 

 

1

2

3

4

5

6

 

 

 

 

 

 

TV buisjes plaatsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M plastiek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Behandeling bloedneus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Speekselsteen verwijderen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Operatiekamer

 

 

 

1

2

3

4

5

6

 

 

 

 

 

 

ATE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TV buisjes plaatsen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TE dissectie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Septumcorrectie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rhinoplastiek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FESS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ethmoïdectomie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Myringoplastiek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sanering oor

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weke delen chirurgie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tracheotomie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Microlarynx chirurgie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Directe laryngo / oesofagoscopie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Slaapendoscopie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.