Interne geneeskunde Bronovo

Inleiding Lokaal Opleidingsplan 1.0

 

Het Bronovo ziekenhuis verzorgt binnen de Leidse Onderwijs en Opleidings Regio (OOR) het eerste deel van de opleiding Interne Geneeskunde. Gedurende 24-28 maanden doorlopen assistenten in opleiding tot specialist (aios) diverse stages in het kader van hun vorming tot internist, cardioloog of longarts. Assistenten niet in opleiding (anios) en semi-artsen zijn voor een kortere periode werkzaam in het ziekenhuis. In dit lokale opleidingsplan wordt de inhoud van de competentie-gerichte opleiding beschreven.

 

In 2009 verscheen het landelijke opleidingsplan ‘Een team, een taak’ voor een gemoderniseerde vervolgopleiding Interne Geneeskunde. Dit plan beschrijft de 6-jarige opleiding tot internist en de leerdoelen die alle internisten aan het eind van de opleiding moeten hebben bereikt. De moderne opleiding is competentiegericht, heeft een modulaire opbouw en bevat richtlijnen over toetsing en feedback op basis van de CanMEDS 2000 competentiedomeinen. Dit betreft medisch handelen, communicatie, samenwerken, wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en reflecteren. Het expliciet maken van deze medische en niet-medische competenties via een systematiek van leerdoelen, leermiddelen en toetsen moet een evenwichtige opleiding tot professioneel specialist borgen.

In het regionale opleidingsplan Interne Geneeskunde is het format van de competentiegerichte opleiding verder uitgewerkt om de aansluiting tussen het perifere en academisch gedeelte van de opleiding te bevorderen. Hiermee wordt de koppeling tussen leerdoelen, leermiddelen en toetsen met de duur van de opleiding en het daarbij horende bekwaamheidsniveau beter zichtbaar. Synchronisatie van inwerkprogramma’s, discipline overstijgend onderwijs, formulieren en portfolio komt de overgang tussen verschillende ziekenhuizen binnen de OOR ten goede.

 

Het lokale opleidingsplan (LOP) heeft als doel om een vertaalslag te maken van de principes van de moderne vervolgopleiding naar de werkvloer. De stagebeschrijvingen vormen de kern van het opleidingsplan. Hiermee wordt de context van de opleidingsomgeving goed zichtbaar waardoor per stage concrete leerdoelen geformuleerd kunnen worden. Deze zijn gericht op het verwerven van zowel medische als niet-medische competenties. Medisch staan de klinische presentaties centraal in het op te bouwen kennisnetwerk. De beschikbare lijst van niet-medische competenties dient als hulpmiddel om ze expliciet en individueel te vertalen naar leerdoelen. Naast het inwerkprogramma, cursussen voor discipline overstijgend onderwijs en vaste onderwijsbesprekingen wordt ook de dagelijkse patiëntenzorg benut als opleidingsactiviteit om het vak eigen te maken. Toetsing vindt vooral plaats met behulp van de Korte Praktijk Beoordelingen (KPB) en de stage- en voortgangsgesprekken.

Het lokale opleidingsplan vormt tevens de basis voor het individueel opleidingsplan (IOP). Hierin staat beschreven uit welke modules de opleiding is opgebouwd en hoe de aios tijdens de diverse stages de benodigde competenties gaat behalen. De aios heeft hierdoor een actieve rol bij de eigen opleiding. Voor elke stage worden op maat leerdoelen geformuleerd te worden voor de medische en niet-medische competenties. Evaluatie hiervan vindt plaats in de stage en voortgangsgesprekken. De aios is primair verantwoordelijk voor het bijhouden van opleidingsactiviteiten en toetsen in het digitaal portfolio.

Den Haag, januari 2012

Yvo Sijpkens, internist-nefroloog en Auk Dijkstra, onderwijskundige

 

 

 Inleiding Lokaal Opleidingsplan 2.0

Het lokale opleidingsplan is officieel 1 jan 2011 in werking getreden. Vanaf die datum zijn alle aios opgeleid volgens de nieuwe opleidingsmethodiek.

Voor de aios interne geneeskunde bestaat de opleiding in Bronovo uit de verplichte onderdelen interne geneeskunde, cardiologie, longziekten en polikliniek interne geneeskunde. De aios cardiologie volgen daarnaast in hun tweede jaar de verplichte onderdelen intensive care en nefrologie volgens het landelijk opleidingsplan cardiologie.

De opleiding is daadwerkelijk gericht op de vorming de 7 competenties medisch handelen, communicatie, samenwerking, organisatie, maatschappelijk handelen, wetenschap en reflectie volgens het landelijk opleidingsplan interne geneeskunde. Hiervoor is het individuele opleidingsplan (IOP) het uitgangspunt. De assistent formuleert in het IOP de leerdoelen met een horizon variërend van enkele weken tot een jaar. Het IOP staat centraal in alle voortgangsgesprekken. Vanuit het IOP worden leerdoelen gekozen die van toepassing zijn voor het betreffende onderdeel van de opleiding. De leerdoelen starten vrij algemeen en worden gedurende de opleiding steeds specifieker voor de aios.

Alle leden van de opleidingsgroep zijn geëngageerd voor het opleiden. Dit komt vooral tot uiting door de nadrukkelijke taak en verantwoordelijkheid van de supervisor van de verschillende onderdelen. De supervisor bespreekt in de start-, tussen- en eind gesprekken de specifieke leerdoelen en geeft ook feedback door middel van korte praktijk beoordelingen (KPB) die zoveel mogelijk verspreidt zijn over de verschillende opleidingsactiviteiten (visite, dienst, gesprekken, brieven, presentaties en CAT).

Ter bevordering en handhaving van het competentiegericht opleiden heeft het onderlinge overleg voor afstemming meer structuur gekregen. Elke week wordt een korte opleidingsbespreking gehouden waar lopende zaken worden besproken en signalen worden opgepikt. Vier keer per jaar vindt een opleidingsvergadering plaats waarbij alles a(n)ios, internisten en vertegenwoordigers van de andere vakgroepen aanwezig zijn. Op de agenda staat de bespreking van aandachtspunten voor de verplichte onderdelen, toetsinstrumenten en verbeterplannen.

Voor het toetsen en continue verbeteren van de opleiding is een kwaliteitscyclus ingevoerd volgens de PDCA (plan, do, check, act) methodiek. Hiervoor worden instrumenten voor het beoordelen van opleidingsklimaat (D-RECT) en individuele leden van de opleidingsgroep (EFFECT) nadrukkelijk gebruikt en besproken. De aios zijn hier heel actief bij betrokken. Daarnaast worden opleidingsscan en (proef)visitatie opgenomen in het verbetertraject.

Docentprofessionalisering vindt niet alleen plaats via de verplichte ‘teach the teacher’ cursus in Leiden maar ook lokaal door presentaties in de opleidingsvergaderingen en het jaarlijkse opleidingscafé. Ook de aios zelf bevorderen in de diverse gesprekken en KPB de vaardigheid van het feedback geven

De CMOC heeft een sturende proactieve rol in het bewaken en bevorderen van de kwaliteit en samenwerking van de verschillende opleidingen (heelkunde, gynaecologie, klinische chemie en ziekenhuisfarmacie) in Bronovo. Vier keer per jaar komt de CMOC in vergadering bijeen waarbij een lid van de Raad van Bestuur en onderwijskundige van de OOR Leiden aanwezig zijn. De CMOC kent een jaarverslag waarin speerpunten per vakgroep zijn opgenomen.

De a(n)ios zijn actief bezig met verschillende projecten zoals twitter (@BronovoIG), mentorfunctie, schema’s van de klinische presentaties, archivering patiënten presentaties, kwaliteitssysteem (DKS) opzet digitale klinische status, ouderengeneeskunde en voorbereiding (proef)visitatie. In Bronovo heerst derhalve heerst een veilig, persoonlijk en ambitieus opleidingsklimaat.

Januari 2014, Yvo Sijpkens, opleider


Opleidingsgroep: leden (FTE) met specifieke taken en verplichtingen

Interne Geneeskunde

Dr. Y.W.J. Sijpkens (1.0)                               internist-nefroloog                                        opleider (opleidingsplan, voortgang- en          beoordelingsgesprekken,

                                                                                                                                            sollicitaties, kwaliteitscyclus, opleidingsvisitatie), kwaliteitscie

Dr J.W. van ’t Wout (1.0)             internist-infectioloog                                    plv opleider (beoordelingsgesprekken, sollicitaties, visitatie),

stagehouder interne geneeskunde, antibioticacie, voorzitter CMOC,              ROIGcie

Mw. Dr. E.D. Beishuizen (0.9)    internist-vasculair geneeskundige          beoogd plv. opleider, stagehouder polikliniek interne,

vice-voorzitter stafbestuur, cie eerste lijn

Dr. N. Weijl (1.0               )                              internist-oncoloog                                         supervisor, vakgroepvoorzitter, kwaliteitsvisitatie, oncologiecie,                                                                                                                                              kerncie oncologie A12, complicatiecie, automatiseringcie

Dr. L.V. Vlasveld              (1.0)                     internist-hematoloog                                   supervisor, coördinator co-assistenten

Mw. Drs. S.R. Ramautar               (0.9)      internist-endocrinoloog                                              supervisor, therapiecie

Prof. Dr. G.J. Blauw (1.0)             internist-ouderengeneeskundige           behandeladviescentrum ouderengeneeskunde

 

Cardiologie

Dr. P.R.M. van Dijkman(1.0)       cardioloog                                                         stagehouder cardiologie, supervisor, opleider B opleiding cardiologie                                                                                                                                              (beoogd) voorzitter medische staf

Mw. Dr. S.E. Langerak (0.6)        cardioloog                                                         supervisor, vakgroepvoorzitter                              

Drs. S.T. Somer (1.0)                      cardioloog                                                         supervisor, co-assistenten onderwijs, therapicie

Dr. J. Frederiks ((1.0)                     cardioloog                                                         supervisor. plv opleider cardiologie

Mw. Drs. M.J. Haverkamp (0.9))              cardioloog                                                         supervisor, manager cluster 1

Mw. Dr. A.P. van Alem (0.8)       cardioloog                                                         supervisor. reanimatiecie          

Mw. Drs. F.P.L. Lamers (0.6)      cardioloog                                                         supervisor

 

Longziekten

Drs. J. van den Berg (1.0)             longarts                                                              supervisor, vakgroepvoorzitter

Dr. H.H. Berendsen (0.7)             longarts                                                              supervisor, onderwijs

Dr. R.M.J.L. van der Heijde (0.8)              longarts                                                              supervisor

Dr. D. Annema-Schmidt               (0.6)      longarts                                                              stagehouder longziekten, supervisor, onderwijs

 

  

 

Interne Geneeskunde Bronovo

Verdeling onderdelen over opleidingsjaren

jaar

1

2

3

4

 

Interne geneeskunde (GNK)

-          Interne GNK (3 x 4 mnd.)

 

Verplichte onderdelen:

-          cardiologie (4 mnd.)

-          longziekten (4 mnd.)

-          polikliniek (2 x 4 mnd.)

-          intensive care (4 mnd.)*

-          nefrologie (4 mnd.)*

* vooropleiding tot cardioloog/longarts

Verplichte en keuzeonderdelen

Verplichte en keuzeonderdelen

 

Diensten Interne GNK

Diensten Interne GNK

Diensten Interne GNK

Diensten Interne GNK

 

12 maanden

16 maanden (aios Interne GNK)

12 maanden (vooropleiders)

LUMC

LUMC

 

Inleiding Lokaal Opleidingsplan 1.0

 

Het Bronovo ziekenhuis verzorgt binnen de Leidse Onderwijs en Opleidings Regio (OOR) het eerste deel van de opleiding Interne Geneeskunde. Gedurende 24-28 maanden doorlopen assistenten in opleiding tot specialist (aios) diverse stages in het kader van hun vorming tot internist, cardioloog of longarts. Assistenten niet in opleiding (anios) en semi-artsen zijn voor een kortere periode werkzaam in het ziekenhuis. In dit lokale opleidingsplan wordt de inhoud van de competentie-gerichte opleiding beschreven.

 

In 2009 verscheen het landelijke opleidingsplan ‘Een team, een taak’ voor een gemoderniseerde vervolgopleiding Interne Geneeskunde. Dit plan beschrijft de 6-jarige opleiding tot internist en de leerdoelen die alle internisten aan het eind van de opleiding moeten hebben bereikt. De moderne opleiding is competentiegericht, heeft een modulaire opbouw en bevat richtlijnen over toetsing en feedback op basis van de CanMEDS 2000 competentiedomeinen. Dit betreft medisch handelen, communicatie, samenwerken, wetenschap, maatschappelijk handelen, organisatie en reflecteren. Het expliciet maken van deze medische en niet-medische competenties via een systematiek van leerdoelen, leermiddelen en toetsen moet een evenwichtige opleiding tot professioneel specialist borgen.

In het regionale opleidingsplan Interne Geneeskunde is het format van de competentiegerichte opleiding verder uitgewerkt om de aansluiting tussen het perifere en academisch gedeelte van de opleiding te bevorderen. Hiermee wordt de koppeling tussen leerdoelen, leermiddelen en toetsen met de duur van de opleiding en het daarbij horende bekwaamheidsniveau beter zichtbaar. Synchronisatie van inwerkprogramma’s, discipline overstijgend onderwijs, formulieren en portfolio komt de overgang tussen verschillende ziekenhuizen binnen de OOR ten goede.

 

Het lokale opleidingsplan (LOP) heeft als doel om een vertaalslag te maken van de principes van de moderne vervolgopleiding naar de werkvloer. De stagebeschrijvingen vormen de kern van het opleidingsplan. Hiermee wordt de context van de opleidingsomgeving goed zichtbaar waardoor per stage concrete leerdoelen geformuleerd kunnen worden. Deze zijn gericht op het verwerven van zowel medische als niet-medische competenties. Medisch staan de klinische presentaties centraal in het op te bouwen kennisnetwerk. De beschikbare lijst van niet-medische competenties dient als hulpmiddel om ze expliciet en individueel te vertalen naar leerdoelen. Naast het inwerkprogramma, cursussen voor discipline overstijgend onderwijs en vaste onderwijsbesprekingen wordt ook de dagelijkse patiëntenzorg benut als opleidingsactiviteit om het vak eigen te maken. Toetsing vindt vooral plaats met behulp van de Korte Praktijk Beoordelingen (KPB) en de stage- en voortgangsgesprekken.

Het lokale opleidingsplan vormt tevens de basis voor het individueel opleidingsplan (IOP). Hierin staat beschreven uit welke modules de opleiding is opgebouwd en hoe de aios tijdens de diverse stages de benodigde competenties gaat behalen. De aios heeft hierdoor een actieve rol bij de eigen opleiding. Voor elke stage worden op maat leerdoelen geformuleerd te worden voor de medische en niet-medische competenties. Evaluatie hiervan vindt plaats in de stage en voortgangsgesprekken. De aios is primair verantwoordelijk voor het bijhouden van opleidingsactiviteiten en toetsen in het digitaal portfolio.

Den Haag, januari 2012

Yvo Sijpkens, internist-nefroloog en Auk Dijkstra, onderwijskundige

 

 

 

Inleiding Lokaal Opleidingsplan 2.0

Het lokale opleidingsplan is officieel 1 jan 2011 in werking getreden. Vanaf die datum zijn alle aios opgeleid volgens de nieuwe opleidingsmethodiek.

Voor de aios interne geneeskunde bestaat de opleiding in Bronovo uit de verplichte onderdelen interne geneeskunde, cardiologie, longziekten en polikliniek interne geneeskunde. De aios cardiologie volgen daarnaast in hun tweede jaar de verplichte onderdelen intensive care en nefrologie volgens het landelijk opleidingsplan cardiologie.

De opleiding is daadwerkelijk gericht op de vorming de 7 competenties medisch handelen, communicatie, samenwerking, organisatie, maatschappelijk handelen, wetenschap en reflectie volgens het landelijk opleidingsplan interne geneeskunde. Hiervoor is het individuele opleidingsplan (IOP) het uitgangspunt. De assistent formuleert in het IOP de leerdoelen met een horizon variërend van enkele weken tot een jaar. Het IOP staat centraal in alle voortgangsgesprekken. Vanuit het IOP worden leerdoelen gekozen die van toepassing zijn voor het betreffende onderdeel van de opleiding. De leerdoelen starten vrij algemeen en worden gedurende de opleiding steeds specifieker voor de aios.

Alle leden van de opleidingsgroep zijn geëngageerd voor het opleiden. Dit komt vooral tot uiting door de nadrukkelijke taak en verantwoordelijkheid van de supervisor van de verschillende onderdelen. De supervisor bespreekt in de start-, tussen- en eind gesprekken de specifieke leerdoelen en geeft ook feedback door middel van korte praktijk beoordelingen (KPB) die zoveel mogelijk verspreidt zijn over de verschillende opleidingsactiviteiten (visite, dienst, gesprekken, brieven, presentaties en CAT).

Ter bevordering en handhaving van het competentiegericht opleiden heeft het onderlinge overleg voor afstemming meer structuur gekregen. Elke week wordt een korte opleidingsbespreking gehouden waar lopende zaken worden besproken en signalen worden opgepikt. Vier keer per jaar vindt een opleidingsvergadering plaats waarbij alles a(n)ios, internisten en vertegenwoordigers van de andere vakgroepen aanwezig zijn. Op de agenda staat de bespreking van aandachtspunten voor de verplichte onderdelen, toetsinstrumenten en verbeterplannen.

Voor het toetsen en continue verbeteren van de opleiding is een kwaliteitscyclus ingevoerd volgens de PDCA (plan, do, check, act) methodiek. Hiervoor worden instrumenten voor het beoordelen van opleidingsklimaat (D-RECT) en individuele leden van de opleidingsgroep (EFFECT) nadrukkelijk gebruikt en besproken. De aios zijn hier heel actief bij betrokken. Daarnaast worden opleidingsscan en (proef)visitatie opgenomen in het verbetertraject.

Docentprofessionalisering vindt niet alleen plaats via de verplichte ‘teach the teacher’ cursus in Leiden maar ook lokaal door presentaties in de opleidingsvergaderingen en het jaarlijkse opleidingscafé. Ook de aios zelf bevorderen in de diverse gesprekken en KPB de vaardigheid van het feedback geven

De CMOC heeft een sturende proactieve rol in het bewaken en bevorderen van de kwaliteit en samenwerking van de verschillende opleidingen (heelkunde, gynaecologie, klinische chemie en ziekenhuisfarmacie) in Bronovo. Vier keer per jaar komt de CMOC in vergadering bijeen waarbij een lid van de Raad van Bestuur en onderwijskundige van de OOR Leiden aanwezig zijn. De CMOC kent een jaarverslag waarin speerpunten per vakgroep zijn opgenomen.

De a(n)ios zijn actief bezig met verschillende projecten zoals twitter (@BronovoIG), mentorfunctie, schema’s van de klinische presentaties, archivering patiënten presentaties, kwaliteitssysteem (DKS) opzet digitale klinische status, ouderengeneeskunde en voorbereiding (proef)visitatie. In Bronovo heerst derhalve heerst een veilig, persoonlijk en ambitieus opleidingsklimaat.

Januari 2014, Yvo Sijpkens, opleider


Opleidingsgroep: leden (FTE) met specifieke taken en verplichtingen

Interne Geneeskunde

Dr. Y.W.J. Sijpkens (1.0)                               internist-nefroloog                                        opleider (opleidingsplan, voortgang- en          beoordelingsgesprekken,

                                                                                                                                            sollicitaties, kwaliteitscyclus, opleidingsvisitatie), kwaliteitscie

Dr J.W. van ’t Wout (1.0)             internist-infectioloog                                    plv opleider (beoordelingsgesprekken, sollicitaties, visitatie),

stagehouder interne geneeskunde, antibioticacie, voorzitter CMOC,              ROIGcie

Mw. Dr. E.D. Beishuizen (0.9)    internist-vasculair geneeskundige          beoogd plv. opleider, stagehouder polikliniek interne,

vice-voorzitter stafbestuur, cie eerste lijn

Dr. N. Weijl (1.0               )                              internist-oncoloog                                         supervisor, vakgroepvoorzitter, kwaliteitsvisitatie, oncologiecie,                                                                                                                                              kerncie oncologie A12, complicatiecie, automatiseringcie

Dr. L.V. Vlasveld              (1.0)                     internist-hematoloog                                   supervisor, coördinator co-assistenten

Mw. Drs. S.R. Ramautar               (0.9)      internist-endocrinoloog                                              supervisor, therapiecie

Prof. Dr. G.J. Blauw (1.0)             internist-ouderengeneeskundige           behandeladviescentrum ouderengeneeskunde

 

Cardiologie

Dr. P.R.M. van Dijkman(1.0)       cardioloog                                                         stagehouder cardiologie, supervisor, opleider B opleiding cardiologie                                                                                                                                              (beoogd) voorzitter medische staf

Mw. Dr. S.E. Langerak (0.6)        cardioloog                                                         supervisor, vakgroepvoorzitter                              

Drs. S.T. Somer (1.0)                      cardioloog                                                         supervisor, co-assistenten onderwijs, therapicie

Dr. J. Frederiks ((1.0)                     cardioloog                                                         supervisor. plv opleider cardiologie

Mw. Drs. M.J. Haverkamp (0.9))              cardioloog                                                         supervisor, manager cluster 1

Mw. Dr. A.P. van Alem (0.8)       cardioloog                                                         supervisor. reanimatiecie          

Mw. Drs. F.P.L. Lamers (0.6)      cardioloog                                                         supervisor

 

Longziekten

Drs. J. van den Berg (1.0)             longarts                                                              supervisor, vakgroepvoorzitter

Dr. H.H. Berendsen (0.7)             longarts                                                              supervisor, onderwijs

Dr. R.M.J.L. van der Heijde (0.8)              longarts                                                              supervisor

Dr. D. Annema-Schmidt               (0.6)      longarts                                                              stagehouder longziekten, supervisor, onderwijs

 

  

 

Interne Geneeskunde Bronovo

Verdeling onderdelen over opleidingsjaren

jaar

1

2

3

4

 

Interne geneeskunde (GNK)

-          Interne GNK (3 x 4 mnd.)

 

Verplichte onderdelen:

-          cardiologie (4 mnd.)

-          longziekten (4 mnd.)

-          polikliniek (2 x 4 mnd.)

-          intensive care (4 mnd.)*

-          nefrologie (4 mnd.)*

* vooropleiding tot cardioloog/longarts

Verplichte en keuzeonderdelen

Verplichte en keuzeonderdelen

 

Diensten Interne GNK

Diensten Interne GNK

Diensten Interne GNK

Diensten Interne GNK

 

12 maanden

16 maanden (aios Interne GNK)

12 maanden (vooropleiders)

LUMC

LUMC

 

 

Interne Geneeskunde

 

A

Algemeen

 

 

Ziekenhuis en plaats

Bronovo, Den Haag

 

Duur

3 x 4 maanden

 

Plaats in de opleiding

Jaar 1

 

Supervisors:

Internisten: van t Wout (stagehouder), Beishuizen, Ramautar, Sijpkens, Vlasveld, Weijl

 

 

 

B

Context

 

 

De aios werkt in het eerste jaar van de opleiding op de afdeling interne geneeskunde (Wilhelmina). Tijdens drie opeenvolgende  stages van telkens vier maanden is de aios verantwoordelijk voor de zorg over klinisch opgenomen patiënten met interne ziekten. In deze fase komt een breed palet van interne geneeskunde aan bod.

 

De aios heeft in elke periode van vier maanden een van de internisten als vaste supervisor. Bij afwezigheid vindt vervanging plaats door de reserve supervisor of de A-internist. Aan het begin, halverwege en aan het eind van de periode worden stage gesprekken gevoerd voor het vaststellen van leerdoelen en feedback. De aios is verplicht aanwezig bij de klinische en onderwijsbesprekingen.

 

De aios loopt op de afdeling Wilhelmina volgens protocol dagelijks visite met coassistent en verpleegkundige. Tussen de middag en aan het eind van de dag vindt overleg plaats met de superviserend internist. Zo nodig wordt tussendoor telefonisch overlegd. Alle nieuw opgenomen patiënten worden binnen 24 uur met de (vervangend) supervisor besproken en samen gezien. Eenmaal per week vindt een grote visite plaats, waarbij internist, coassistenten en verpleegkundigen aanwezig zijn. Op dinsdagochtend wordt op de gemeenschappelijke papieren visite een klinische vraag, richtlijn of complicatie besproken aan de hand van een geselecteerde patiënt.

 

Naast de visites geeft de aios inhoud aan de patiëntenzorg door het aanvragen van laboratorium, radiologisch en aanvullend onderzoek en consulten, zo nodig na overleg met de supervisor. De assistent voert zelfstandig gesprekken met patiënt en familie, waarbij op indicatie (bijvoorbeeld slecht nieuws) de internist aanwezig is. De aios is verantwoordelijk voor een goede statusvoering en het bijhouden van het elektronisch voorschrijfsysteem (EVS). De aios begeleidt en beoordeeld coassistenten.

 

Enkele (maximaal 8) weken in het eerste jaar ziet de aios ook op de spoedeisende hulp (SEH) patiënten die overdag voor de interne geneeskunde zijn ingestuurd. Overleg vindt dan plaats met de A-internist.

 

Na een inwerkperiode van een maand wordt de aios ingezet voor de avond, weekend en nacht (AWN) diensten. Het werkterrein wordt dan uitgebreid naar hartbewaking, intensive care (alleen de nacht) en voor consulten op de overige afdelingen van het ziekenhuis. De aios is tijdens de diensten ook verantwoordelijk voor de patiënten die ingestuurd en zo nodig opgenomen worden voor de cardiologie, longziekten en intensive care. In principe wordt elke patiënt overlegd met de dienstdoende achterwacht van de verschillende disciplines, waarbij de eindverantwoordelijke bij drukte of complexe patiënten zo nodig in huis komt.

 

C

Leerdoelen

 

 

Het accent ligt in het eerste jaar van de opleiding op het aanleren van internistisch denken en handelen. Aan de hand van de klinische presentaties volgens bijlage 1 wordt een kennisnetwerk opgebouwd. De aios leert de medische, psychosociale en maatschappelijke problemen van een patiënt goed in kaart te brengen, onder supervisie de juiste diagnostiek en behandeling in te zetten en hierover accuraat te rapporteren en corresponderen. De aios bouwt een goed probleemoplossend vermogen op en wordt in staat om adequaat informatie aan patiënt en diens omgeving over te dragen. De aios leert goed samen te werken met het team van medewerkers op de verpleegafdeling.

 

Aan het eind van het eerste jaar bezit de aios specifieke medische en niet-medische competenties op het niveau dat past bij deze fase in de beroepsontwikkeling. De competenties zijn ingedeeld in 7 verschillende aandachtsvelden ondergebracht die achtereenvolgens worden toegelicht. In SD 2 zijn de bijbehorende (deel)competenties verder uitgewerkt, zodat ze geoperationaliseerd kunnen worden bij het opstellen van leerdoelen en het ontvangen van feedback.

 

De gemiddelde patiëntenpopulatie in Bronovo maakt het mogelijk om veel ervaring op te doen met oudere patiënten. Door de samenwerking met het behandeladviescentrum ouderengeneeskunde wordt kennis opgedaan over het geriatrisch consult en de behandel strategieën bij de geriatrisch patiënt, met aandacht voor comorbiditeit en polyfarmacie. Daarnaast betekent dit veel aandacht voor behandelbeperkingen, overleg met familie, samenwerking met transferverpleegkundigen, maatschappelijk werkers en reflectie over medisch zinvol handelen.

 

Medisch handelen

De aios:

  • Bezit kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied.
  • Past het diagnostisch en therapeutisch arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence-based toe op het gebied van: diagnostiek, probleemoplossend vermogen, therapeutisch beleid en farmacotherapie.
  • Past effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg toe
  • Vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe.

Communicatie

De aios:

-          Bouwt een effectieve behandelrelatie met de patiënt op

-          Luistert goed en verkrijgt op efficiënte wijze relevante patiëntinformatie

-          Bespreekt medische informatie goed met patiënt en familie en anderen

-          Doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiënten’

Samenwerking

De aios:

-          Verwijst adequaat

-          Draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg

Wetenschap

De aios:

-          Beschouwt medische informatie kritisch

-          Ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan

-          Bevordert de deskundigheid van studenten, aios, collegae patiënten, verpleegkundigen en andere betrokkenen in de gezondheidszorg

Maatschappelijk handelen

De aios:

-          Kent en herkent de determinanten van ziekte bij het individu

-          Handelt volgens de relevante wettelijke bepalingen

-          Treedt adequaat op bij incidenten in de zorg

Organisatie

De aios:

-          Verdeelt de energie goed tussen patiëntenzorg, opleiding, persoonlijke ontwikkeling en andere (sociale) activiteiten

-          Werkt effectief en doelmatig in een gezondheidszorgorganisatie

-          Gebruikt ICT adequaat voor optimale patiëntenzorg en voor het eigen leerproces

Reflecteren

De aios:

-          Heeft een onbevangen, niet oordelende grondhouding

-          Reflecteert op eigen functioneren

-          Reflecteert met de patiënt / familie

-          Reflecteert met een professional

 

D

Opleidingsactiviteiten

 

 

Inwerkprogramma

-          Landsteiner cursus

o   ABCDE training

o   Radiologie

o   ECG

o   Training praktische vaardigheden (venapunctie, arteriepunctie, afname materiaal voor microbiologisch onderzoek, non-invasieve bloeddruk- en saturatiemeting, (par)enterale voeding, maagsonde)

o   Instructie Pubmed en Critical Appraisal Topic (CAT)

-          Meelopen op verschillende afdelingen

-          Instructie Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) Soarian, Elektronisch Voorschrijf Systeem (EVS) en DBC Op weg naar Transparantie (DOT)

-          Acute boekje NIV 2009

-          Therapiegids Bronovo

-          FCCS (Fundamentals Critical Care Support) cursus

Patiëntenzorg

-          Dagelijks overleg met superviserend internist

-          Overdrachten en klinische besprekingen

-          Statusvoering en ontslagbrieven

-          Overleg met overige specialisten (consulten)

-          Gesprekken (oa. behandelbeperking en ‘slecht nieuws’ ) met patiënt en familie

-          Multidisciplinair overleg (MDO) met verpleegkundigen en maatschappelijk werk

-          Samenwerking met specialisten, assistenten, semi-artsen en verpleegkundigen

-          Begeleiding van coassistenten

-          Grote visite

-          Papieren visite

-          Complicaties herkennen, melden en bespreken

-          Bijwerkingen geneesmiddelen herkennen en melden bij Lareb

Onderwijs

-          Presentaties op onderwijsbespreking maandag, minstens 1x per jaar

-          Presentaties (CAT) op refereeravond donderdag, minstens 2x per jaar

-          Presentatie op nascholingsavonden OOR

-          Boerhaave cursussen discipline overstijgend onderwijs

o   jaar 1: Actief in opleiding; introductie competentiegericht onderwijs

o   jaar 1/2: Communicatie arts en patiënt

-          ROIG en COIG dagen

-          Internistendagen, bij voorkeur met indienen abstract en presentatie

-          Opleidingsdagen OOR, MMV en NIV

-          Twitter: @BronovoIG

 

E

Voortgang en toetsen

 

 

Inwerkprogramma

-          Toets Landsteiner cursus (ABCDE, radiologie, ECG)

-          Toets FCCS cursus

-          Startgesprek met opleider

Stage- en voortgangsgesprekken

-          Introductiegesprek met supervisor (start stage)

-          Tussengesprek met supervisor (halverwege stage)

-          Eindgesprek met supervisor (einde stage)

-          Voortgangsgesprek met opleiders (vier keer in het eerste jaar)

KPB   min 1x per maand, min 10 per jaar

-          Patiëntgebonden (algemeen, dienst, gesprek met patiënt, vaardigheid, brieven, overdracht, (papieren)visite)

-          Niet-patiëntgebonden (presentatie refereeravond en onderwijsbespreking, 2x per jaar CAT)

Regionaal / landelijk

-          ROIG 5 certificaten per jaar 

-          COIG

-          Kennistoets

Artikel/voordracht

-          Case report

-          Voordracht nascholingsbijeenkomsten OOR, internistendagen

Zelfreflectie

-          Voortgangsgesprekken, portfolio

F

Weekindeling

 

 

 

Maandag

Bespreking

Locatie

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.45

Ochtendoverdracht

Fesevur

12.00-13.00

Onderwijs Interne GNK

Fesevur

16.30-17.00

Oncologiebespreking

Auditorium

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Dinsdag

 

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

9.30-11.30

Papieren visite

Fesevur

17.00-17.15

Heelkundebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

17.15-17.30 2e-4e dinsdag

Pathologie(necrologie)bespreking

Demonstratieruimte Radiologie

17.30-17.45

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Woensdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur4

12.00-12.30

Onderwijs Longziekten

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Donderdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

8.30-8.45

ECG onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

12.15-13.15 1e donderdag

Reanimatie training

Intensive Care

12.15-13.15 2-3e donderdag

Onderwijs Intensive Care

Intensive Care

12.15-13.15 4e donderdag

Intervisiebespreking

Hardebroekkamer

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

17.30-19.00 3e donderdag

Refereeravond

Fesevur

Vrijdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

12.45-13.00

Opleidingsbespreking

Fesevur

13.30-14.15

Onderwijs Cardiologie

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.30

Avondoverdracht

Assistentenkamer

             


 

Cardiologie

 

A

Algemeen

 

 

Ziekenhuis en plaats

Bronovo, Den Haag

 

Duur

4 maanden

 

Plaats in de opleiding

Jaar 2

 

Supervisors:

Cardiologen: van Dijkman (stagehouder), Haverkamp, Somer, Frederiks, Langerak, Lamers, van Alem

 

 

 

B

Context

 

 

De aios werkt in het tweede jaar van de opleiding vier maanden op de afdeling cardiologie, 2 maanden op de Eerste Hart Hulp (EHH)/Coronary Care Unit (CCU) en 2 maanden op de afdeling cardiologie. Tijdens deze stage is de aios verantwoordelijk voor de zorg over klinisch opgenomen patiënten met cardiologische aandoeningen. De aios fungeert niet als consulent voor de interne geneeskunde.

 

De aios heeft een van de cardiologen als supervisor, waarbij vervanging bij afwezigheid goed geregeld is. Aan het begin, halverwege en aan het eind van de periode worden stage gesprekken gevoerd met een vaste supervisor voor het vaststellen en evalueren van leerdoelen. De aios is verplicht aanwezig bij de klinische en onderwijsbesprekingen van de cardiologie en de onderwijsbespreking van de interne geneeskunde.

 

De aios loopt dagelijks visite met coassistent en verpleegkundige. Lopende zaken worden op vaste momenten met een van de verpleegkundigen doorgenomen. Halverwege en aan het eind van de dag vindt overleg plaats met de superviserend cardioloog. Zo nodig wordt telefonisch overlegd. Alle nieuw opgenomen patiënten wordt binnen 24 uur met de (vervangend) supervisor besproken en gezien. Eenmaal per week vindt een grote visite plaats, waarbij cardioloog en verpleegkundigen aanwezig zijn. Elke donderdagochtend vindt ECG onderwijs plaats en elke vrijdagmiddag onderwijs cardiologie waarbij door een van de cardiologen of assistenten een onderwerp wordt besproken.

 

Naast de visites geeft de aios inhoud aan de patiëntenzorg door het aanvragen van laboratorium, radiologisch en aanvullend onderzoek en consulten, zo nodig na overleg met de supervisor. De assistent voert zelfstandig gesprekken met patiënt en familie, waarbij op indicatie (bijvoorbeeld slecht nieuws) de cardioloog aanwezig is. De aios is verantwoordelijk voor een goede statusvoering en het bijhouden van het EVS . De AIOS begeleidt en beoordeeld coassistenten.

 

De AIOS doet tijdens deze stage mee aan de avond, weekend en nacht (AWN) diensten voor de interne geneeskunde, waarbij ook patiënten met cardiologische aandoeningen gezien worden.

 

C

Leerdoelen

 

 

Het accent ligt in deze stage op verdieping in de cardiologie. De aios leert de klinische presentaties van cardiale aandoeningen goed te herkennen, vooral ook bij patiënten met comorbiditeit. De focus ligt op de klinische presentaties thoracale pijn, dyspneu, collaps, hypotensie en shock en hypertensie. De aios doet ervaring op met de waarde en de beperkingen van ECG, hartenzymen, BNP, inspanningstest, echocardiografie en CT/MRI. De aios verwerft parate kennis over indicaties, contra-indicaties, werkingsmechanismen en bijwerkingen   van cardiovasculaire medicatie. Ook wordt inzicht gekregen in indicatiestelling en resultaten van katheterisaties, pacemaker en ICD plaatsingen.

 

Naast verdere ontwikkeling van alle competenties op het gebied van medisch handelen (zie SD 2) vindt er tijdens de cardiologiestage ook verdere vorming plaats in de niet-medische competenties op het niveau van jaar 1 en 2 van de opleiding. Uit SD 2 worden leerdoelen geformuleerd waarop in de stagegesprekken terugkoppeling komt.  Een aantal algemene competenties krijgen in de cardiologiestage meer specifieke aandacht:

 

De aios:

C2 luistert goed en verkrijgt efficiënt relevante patiënten informatie;

C3 bespreekt medische informatie goed met patiënten en familie, en anderen;

S1 overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners;

M3 levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg;

S2 verwijst adequaat;

S4 draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg;

W1 beschouwt medische informatie kritisch;

Ma2 draagt bij aan een betere gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel

O2 besteedt de beschikbare middelen voor de gezondheidszorg verantwoord;

O3 werkt effectief en doelmatig in een gezondheidszorgorganisatie.

 

D

Opleidingsactiviteiten

 

 

Inwerkprogramma

-          MKSAP syllabus Cardiovascular Medicine

-          Leidraad cardiologie, Hans Bosker en Paul van Dijkman

-          DKS protocol acuut coronair syndroom

-          Therapiegids Bronovo

Patiëntenzorg

-          Dagelijks overleg met superviserend cardioloog

-          Overdrachten en klinische besprekingen

-          Statusvoering en ontslagbrieven

-          Overleg met overige specialisten (consulten)

-          Gesprekken met patiënt en familie

-          MDO met verpleegkundigen en maatschappelijk werk

-          Samenwerking met specialisten, assistenten, en verpleegkundigen

-          Begeleiding van coassistenten

-          Grote visite

-          Complicaties herkennen, melden en bespreken

-          Bijwerkingen geneesmiddelen herkennen en melden bij Lareb

Cursorisch onderwijs

-          Onderwijs Cardiologie, minstens 1x een CAT

-          Refereeravonden interne geneeskunde

-          Boerhaave cursussen discipline overstijgend onderwijs

o   jaar 2: communicatie arts en patiënt

-          ROIG en COIG dagen

-         Internistendagen, zo mogelijk met indienen abstract en presentatie

E

Voortgang en toetsen

 

 

Stage- en voortgangsgesprekken

-          Introductiegesprek met supervisor (start stage)

-          Tussengesprek met supervisor (halverwege stage)

-          Eindgesprek met supervisor (einde stage)

-          Voortgangsgesprek met opleiders (twee keer in het tweede jaar)

KPB, minimaal 1x per maand

-          Patiëntgebonden (algemeen, dienst, gesprek met patiënt, vaardigheid, brieven, overdracht, visite)

-          Niet-patiëntgebonden (onderwijsbespreking cardiologie, 1 x CAT)

Regionaal / landelijk

-          ROIG / COIG certificaten

-          Kennistoets

Zelfreflectie

-          Voortgangsgesprekken, portfolio

F

Weekindeling

 

 

1

Maandag

Bespreking

Locatie

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht Interne

Fesevur

8.30-9.00

Ochtendrapport Cardiologie

Cardiologie overdrachtsruimte

9.30-10.30

Visite EHH/CCU

CCU

12.00-13.00

Onderwijs Interne

Fesevur

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Dinsdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht Interne

Fesevur

8.30-9.00

Ochtendrapport Cardiologie

Cardiologie overdrachtsruimte

9.30-10.30

Visite EHH/CCU

CCU

9.30-12.00

Grote visite

Vervolgafdeling cardiologie

17.30-17.45

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Woensdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht Interne

Fesevur

8.45-9.00

Ochtendrapport Cardiologie

Overdrachtsruimte Cardiologie

9.30-10.30

Visite EHH/CCU

CCU

12.00-12.30

Longziekten onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Donderdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht Interne

Fesevur

8.30-8.45

ECG onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

8.45-9.30

Ochtendrapport Cardiologie

Overdrachtsruimte Cardiologie

9.30-10.30

Visite EHH/CCU

CCU

12.15-13.15 1e donderdag

Reanimatie training

Intensive Care

12.15-13.15 2-3e donderdag

Onderwijs Intensive Care

Intensive Care

12.15-13.15 4e donderdag

Intervisiebespreking

Hardebroekkamer

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer/Fesevur

17.30-19.00 3e donderdag

Refereeravond

Fesevur

Vrijdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht Interne

Fesevur

8.30-9.00

Ochtendrapport Cardiologie

Overdrachtsruimte Cardiologie

9.30-10.30

Visite EHH/CCU

CCU

12.45-13.00

Opleidingsbespreking

Fesevur

13.30-14.15

Cardiologie onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

16.00-17.00

Hartteambespreking

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.30

Avondoverdracht

Assistentenkamer

             


Longziekten

 

A

Algemeen

 

 

Ziekenhuis en plaats

Bronovo, Den Haag

 

Duur

4 maanden

 

Plaats in de opleiding

Jaar 2 of 3

 

Supervisors:

Longartsen: Berendsen (stagehouder), Annema , van den Berg, van der Heijde

 

 

 

B

Context

 

 

De aios werkt in het tweede jaar van de opleiding vier maanden op de afdeling longziekten (Elisabeth). Tijdens deze stage is de aios verantwoordelijk voor de zorg over klinisch opgenomen patiënten met pulmonale aandoeningen. De focus ligt op de klinische presentaties thoracale pijn, hoesten en dyspneu. De aios fungeert niet als consulent voor de interne geneeskunde.

 

De aios heeft een van de longartsen als supervisor, waarbij vervanging bij afwezigheid goed geregeld is. Aan het begin, halverwege en aan het eind van de periode worden stage gesprekken gevoerd voor het vaststellen van leerdoelen en feedback. De aios is verplicht aanwezig bij de klinische en onderwijsbesprekingen van de longziekten en de onderwijsbesprekingen van de interne geneeskunde.

 

De aios loopt dagelijks visite met coassistent en verpleegkundige. Lopende zaken worden op vaste momenten met een van de verpleegkundigen doorgenomen. Halverwege en aan het eind van de dag vindt overleg plaats met de superviserend longarts. Zo nodig wordt telefonisch overlegd. Alle nieuw opgenomen patiënten wordt binnen 24 uur met de (vervangend) supervisor besproken en gezien. Tweemaal per week vindt een grote visite plaats, waarbij longziekten en verpleegkundigen aanwezig zijn. Elke woensdagochtend vindt longziekten onderwijs plaats.

 

Naast de visites geeft de aios inhoud aan de patiëntenzorg door het aanvragen van laboratorium, radiologisch en aanvullend onderzoek en consulten, zo nodig na overleg met de supervisor. De assistent voert zelfstandig gesprekken met patiënt en familie, waarbij op indicatie (bijvoorbeeld slecht nieuws) de longarts aanwezig is. De aios is verantwoordelijk voor een goede statusvoering en het bijhouden van het EVS . De AIOS begeleidt en beoordeeld coassistenten.

 

De AIOS doet tijdens deze stage mee aan de avond, weekend en nacht (AWN) diensten voor de interne geneeskunde, waarbij ook patiënten met pulmonale aandoeningen gezien worden.

 

C

Leerdoelen

 

 

Het accent ligt in deze stage op verdieping in de longziekten. De aios leert de klinische presentaties van pulmonale aandoeningen goed te herkennen, vooral ook bij patiënten met comorbiditeit. De aios leert X-thorax en CT-thorax te interpreteren in samenhang met het klinisch beeld. De aios verricht zelfstandig onder supervisie pleurapuncties en thoraxdrainplaatsingen. Ook wordt ervaring opgedaan met uitvoering en waarde van longfunctie- en slaaponderzoek, bronchoscopie, EUS en pleurapuncties. De aios verwerft parate kennis over indicaties, contra-indicaties, werkingsmechanismen en bijwerkingen van pulmonale medicatie. Gezien het chronische karakter van veel longaandoeningen, worden competenties ontwikkeld die te maken hebben met de volksgezondheid en langdurige begeleiding van chronisch zieken.

Naast verdere ontwikkeling van alle competenties op het gebied van medisch handelen (zie SD 2) vindt er tijdens de stage longziekten ook verdere vorming plaats in de niet-medische competenties op het niveau van jaar 2 van de opleiding. Uit SD 2 worden leerdoelen geformuleerd waarop in de stage gesprekken terugkoppeling komt. Een aantal algemene competenties krijgen in deze stage meer specifieke aandacht.

 

De aios:

C2 luistert goed en verkrijgt efficiënt relevante patiënten informatie;

C3 bespreekt medische informatie goed met patiënten en familie, en anderen;

S1 overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners;

M3 levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg;

S2 verwijst adequaat;

S4 draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg;

W1 beschouwt medische informatie kritisch;

Ma2 draagt bij aan een betere gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel

O2 besteedt de beschikbare middelen voor de gezondheidszorg verantwoord;

O3 werkt effectief en doelmatig in een gezondheidszorgorganisatie.

 

D

Opleidingsactiviteiten

 

 

Inwerkprogramma

-          MKSAP syllabus Pulmonary Medicine

-          Therapiegids Bronovo

Patiëntenzorg

-          Dagelijks overleg met superviserend longarts

-          Overdrachten en klinische besprekingen

-          Statusvoering en ontslagbrieven

-          Overleg met overige specialisten (consulten)

-          Gesprekken met patiënt en familie (inclusief ‘slecht nieuws’ gesprek)

-          MDO met verpleegkundigen en maatschappelijk werk

-          Samenwerking met specialisten, assistenten, en verpleegkundigen

-          Begeleiding van coassistenten

-          Grote visite

-          Papieren visite, minstens een keer een CAT (critical appraisal topic)

-          Complicaties herkennen, melden en bespreken, minstens 1 x per stage

-          Bijwerkingen geneesmiddelen herkennen en zo nodig melden bij Lareb

Cursorisch onderwijs

-          Onderwijsbesprekingen, minstens een keer een presentatie

-          Refereeravonden interne geneeskunde, minstens een keer een presentatie

-          Boerhaave cursussen discipline overstijgend onderwijs

o   jaar 2: communicatie arts en patiënt

-          ROIG en COIG dagen

-          Internistendagen, zo mogelijk met indienen abstract en presentatie

 

E

Toetsen

 

 

Stage en voortgangs gesprekken

-          Introductiegesprek met supervisor (start stage)

-          Tussengesprek met supervisor (halverwege stage)

-          Eindgesprek met supervisor (einde stage)

-          Voortgangsgesprek met opleiders (vier keer in het eerste jaar)

KPB, minimaal 1x per maand

-          Patiëntgebonden (algemeen, dienst, gesprek met patiënt, vaardigheid, brieven, overdracht, visite)

-          Niet-patiëntgebonden (longziekten onderwijs, minimaal 1 x CAT)

Regionaal / landelijk

-          ROIG / COIG certificaten

-          Kennistoets

Zelfreflectie

        -       Portfolio

 

 

F

Weekindeling

 

 

 

Maandag

Bespreking

Locatie

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.45

Ochtendoverdracht

Fesevur

12.00-13.00

Onderwijs

Fesevur

16.30-17.00

Oncologiebespreking

Auditorium

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Dinsdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

8.30-10.30

Grote visite longziekten

Artsenkamer Elisabeth

17.00-17.15

Heelkundebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

17.15-17.30 2e-4e dinsdag

Pathologie(necrologie)bespreking

Demonstratieruimte Radiologie

17.30-17.45

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Woensdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

8.30-9.00

Radiologiebespreking longziekten.

Demonstratieruimte Radiologie

9.30-10.00

Longpraatje (co)assistent

Overdrachtsruimte Cardiologie

10.00-10.20

Pathologiebespreking longziekten

Pathologie

12.00-12.30

Longziekten onderwijs

        Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Donderdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

8.30-8.45

ECG onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

12.15-13.15 1e donderdag

Reanimatie training

Intensive Care

12.15-13.15 2-3e donderdag

Onderwijs Intensive Care

Intensive Care

12.15-13.15 4e donderdag

Intervisiebespreking

Hardebroekkamer

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

18.00-20.00 3e donderdag

Refereeravond

Fesevur

Vrijdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

9.30-11.00

Grote visite

Elisabeth

12.45-13.00

Opleidingsbespreking

Fesevur

13.30-14.15

Cardiologie onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.30

Avondoverdracht

Assistentenkamer

           


Polikliniek Interne Geneeskunde

 

A

Algemeen

 

 

Ziekenhuis en plaats

Bronovo Ziekenhuis, Den Haag

 

Duur

8 maanden aaneengesloten

 

Plaats in de opleiding

Jaar 2

 

Supervisors:

Internisten: Beishuizen (stagehouder), Ramautar, Sijpkens, Vlasveld, Weijl , van t Wout

 

 

 

B

Context

 

 

De   aios Interne Geneeskunde werkt in het tweede en begin derde jaar van de opleiding in totaal 8 maanden op de polikliniek Interne Geneeskunde. De aios heeft voor beide periodes van vier maanden een van de internisten als vaste supervisor, waarbij vervanging bij afwezigheid goed geregeld is. Aan het begin, halverwege en aan het eind van de periode worden met de directe supervisor en stagehouder gesprekken gevoerd voor het vaststellen van leerdoelen en feedback. De aios is verplicht aanwezig bij de klinische en onderwijsbesprekingen van de interne geneeskunde.

 

       De aios doet wekelijks 6 dagdelen poli algemene interne geneeskunde waarbij nieuwe en controle patiënten gezien worden. Twee dagdelen zijn beschikbaar als voorbereidingstijd, de overige 2 dagdelen zijn voor de grote- en papieren visite. In 8 maanden vinden minimaal 200 nieuwe patiëntcontacten plaats. Tijdens het spreekuur is voor nieuwe patiënten 45 minuten en voor controle patiënten 15 min beschikbaar. Zo nodig vindt direct overleg plaats met de superviserend internist of dienst vervanger. De aios ziet 1-2x per week ook patiënten op de spoedpoli. Een keer per week worden de nieuwe en relevante patiënten besproken tijdens een grote visite. Regelmatig wordt een geselecteerde patiënt gebracht op de papieren visite. Tijdens de stage vindt 2-4 keer directe observatie plaats van een eerste polibezoek door de supervisor. De oudste assistent ziet op woensdag middag patiënten op de Gravida-Interne poli, gezamenlijk met de gynaecologie assistent. Hierbij komen internistische presentaties aan bod in de zwangere populatie. Deze patiënten worden besproken met de endocrinoloog. Ook zien de aios samen met de verpleegkundig specialist patiënten op de contrastpoli, dat gekoppeld is aan het verrichten van het nefrologisch consult.

 

De aios geeft inhoud aan de patiëntenzorg door het aanvragen van laboratorium, radiologisch en aanvullend onderzoek en consulten, zo nodig na overleg met de supervisor. De aios is verantwoordelijk voor een goede statusvoering en correspondentie met de huisarts of verwijzend specialist.

 

De aios doet tijdens deze stage mee aan de avond, weekend en nacht (AWN) diensten voor de interne geneeskunde.

 

C

Leerdoelen

 

 

In de context van de stage IG polikliniek ligt het accent op de ontwikkeling van de volgende leerdoelen:

De aios:

-          brengt in beperkte tijd nieuwe patiënten in kaart die zijn verwezen door de huisarts of andere specialisten. 

-          stelt een (differentiaal) diagnose en een behandelplan op aan de hand van anamnese, lichamelijk onderzoek en beperkt, strikt geïndiceerd aanvullend onderzoek.

-          doet ervaring op met patiënten met comorbiditeit en lichamelijk onverklaarbare klachten

-          screent op risicofactoren.

-          begeleidt patiënten met een chronische interne aandoening: bv. hypertensie, diabetes mellitus, buikklachten, schildklierziekten.

-          oefent met en ontwikkelt communicatieve vaardigheden, zoals het geven van voorlichting en adviezen, het herkennen en inschatten van het verwachtingspatroon van de patiënt

-          overlegt doelmatig  met de verwijzers.

-          leert omgaan met de onzekerheid over juiste diagnose

-          zorgt voor adequate organisatie van de eigen praktijk en kan patiënten overdragen bij afwezigheid.

 

Naast verdere ontwikkeling van alle competenties op het gebied van medisch handelen (zie SD 1) is er in deze stage specifieke aandacht voor de volgende competenties:

 

De aios:

C2 luistert goed en verkrijgt efficiënt relevante patiënten informatie;

C3 bespreekt medische informatie goed met patiënten en familie;

S1 overlegt doelmatig met collegae en andere zorgverleners;

               M2: Past het diagnostisch en therapeutisch arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence-based toe

M3 levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg;

S4 draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg;

W1 beschouwt medische informatie kritisch;

Ma2 draagt bij aan een betere gezondheid van patiënten en de gemeenschap als geheel

O2 besteedt de beschikbare middelen voor de gezondheidszorg verantwoord;

R2 Kan reflecteren op het eigen functioneren

 

D

Opleidingsactiviteiten

 

 

Inwerkprogramma

-          DESG diabetes cursus

-          Therapiegids Bronovo

-          Inwerkdocument polikliniek IG

Patiëntenzorg

-          Overleg met superviserend internist.

-          Overdrachten en klinische besprekingen

-          Statusvoering en ontslagbrieven

-          Samenwerking met specialisten, verpleegkundig specialisten en secretaresses

-          Grote visite

-          Papieren visite, minstens 1x een CAT (critical appraisal topic)

-          Bijwerkingen geneesmiddelen herkennen en melden bij Lareb

Cursorisch onderwijs

-          Onderwijsbesprekingen, minstens een keer een presentatie

-          Refereeravonden interne geneeskunde, minstens een keer een presentatie

-          Boerhaave cursussen discipline overstijgend onderwijs

o   jaar 2: communicatie arts en patiënt

-          DESG Diabetescursus

-          ROIG en COIG dagen

-          Internistendagen, zo mogelijk met indienen abstract en presentatie

 

E

Toetsen

 

 

Stage- en voortgang gesprekken

-          Introductiegesprek met supervisor (start stage)

-          Tussengesprek met supervisor (halverwege stage)

-          Eindgesprek met supervisor (einde stage)

-          Voortgangsgesprek met opleiders (twee keer in het tweede jaar)

KPB, minimaal 1x per maand

-          Patiëntgebonden (minimaal 2 keer directe observatie poliklinisch consult, papieren visite, brieven)

-          Niet-patiëntgebonden (refereeravond, 2 x CAT per jaar, onderwijsbespreking)

Regionaal / landelijk

-          ROIG / COIG certificaten

-          Kennistoets

Zelfreflectie

-                     Portfolio

-                      

F

Weekindeling

 

 

 

Maandag

Bespreking

Locatie

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.45

Ochtendoverdracht

Fesevur

9.30-11.30

Grote visite (afh. van supervisor)

Poli Interne

12.00-13.00

Onderwijs

Fesevur

16.30-17.00

Oncologiebespreking

Auditorium

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Dinsdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

9.30-11.30

Papieren visite

Fesevur

11.30-12.00 (om de week)

Diabetes MDO

Koffiekamer poli

17.00-17.15

Heelkundebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

17.15-17.30 2e-4e dinsdag

Pathologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

17.30-17.45

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Woensdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

12.00-12.30

Longziekten onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

Donderdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

8.30-8.45

ECG onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

12.15-13.15 1e donderdag

Reanimatie training

Intensive Care

12.15-13.15 2-3e donderdag

Onderwijs Intensive Care

Intensive Care

12.15-13.15 4e donderdag

Intervisiebespreking

Hardebroekkamer

17.00-17.15

Avondoverdracht

Assistentenkamer

17.30-19.00 3e donderdag

Refereeravond

Fesevur

Vrijdag

 

 

8.00-8.15

Radiologiebespreking

Demonstratieruimte Radiologie

8.15-8.30

Ochtendoverdracht

Fesevur

12.45-13.00

Opleidingsbespreking

Fesevur

13.30-14.15

Cardiologie onderwijs

Overdrachtsruimte Cardiologie

17.00-17.30

Avondoverdracht

Assistentenkamer

           


Intensive Care

 

A

Algemeen

 

 

Ziekenhuis en plaats

Bronovo, Den Haag

 

Duur

4 maanden

 

Plaats in de opleiding

Jaar 2

 

Supervisors:

Intensivistengroep MCH: Ruys (stagehouder), Engelbrecht, Dijkman, Streefkerk, Dennesen, Klooster, van Melsen-Admiraal, Muller, Peters, Slabbekoorn, van der Sluijs, Versluis

 

 

 

B

Context

 

 

De aios in vooropleiding cardiologie, longziekten of reumatologie werkt in het tweede jaar van de opleiding vier maanden op de afdeling Intensive Care (IC). Ook anios worden ingezet op de IC. Elke assistent werkt onder de supervisie en medische eindverantwoordelijkheid van een intensivist. Tijdens deze stage is de aios verantwoordelijk voor de zorg over patiënten die zijn opgenomen op de IC. De IC functioneert sinds april 2011 volgens een “closed format”. Dit houdt in dat alle dagen van de week, 24 uur per dag, een intensivist eindverantwoordelijk is voor de zorg op de IC. De aios werkt  binnen de context van zorg die op een niveau 1 intensive care geboden moet worden en onder de supervisie van een 7 x 24 uur beschikbare intensivist. De aios participeert in het IC rooster, inclusief avond en weekenddag. In de nacht is de assistent IG samen met de intensivist verantwoordelijk.

 

Een IC-stage begint met een inwerkperiode van 10   dagdiensten waarin de aios de eerste 5 dagen getraind wordt in luchtweg management op de OK, gevolgd door 5 dagen waarin de aios praktische vaardigheden leert (reanimatie, SIT, centrale lijnen), instructies krijgt over administratieve (patiëntendossier, registratie) en logistieke (intern transport) werkzaamheden en uitleg over het onderwijscurriculum onderwijs, zelfstudie en leermiddelen. Voor de dagelijkse IC-werkzaamheden wordt de aios door de intensivist van dienst gesuperviseerd. Bovenstaande staat tevens vermeld in de inwerkklapper van de IC. Daarnaast is er 1 (vaste) intensivist als begeleider/coach tijdens de IC stage.

 

Naast de verplichte werkzaamheden op de IC, zoals overdrachten naar de dienst, klinische besprekingen, onderwijs, MDO etc. is de aios ook aanwezig bij de verplichte onderwijsbesprekingen van de interne geneeskunde. De aios is overdag verantwoordelijk voor de patiëntenzorg op de IC en is het eerste aanspreekpunt voor de IC-verpleegkundige of voor collega’s/consulenten.

 

Structuur van een IC dag (zie voor details ook het weekschema)

Iedere ochtend krijgt de aios in bijzijn van de intensivist van de dagdienst een mondelinge overdracht van de dienstdoende assistent van de nacht. Vervolgens loopt de aios een ronde langs de patiënten en beoordeeld de klinische parameters volgens de ABCDE-methodiek en verricht lichamelijk onderzoek. Gemiddeld beoordeelt de aios 2-4 patiënten en verzorgt hierbij de verslaglegging en doktersorder voor 11 uur in de ochtend. Daarna volgt deelname aan de radiologiebespreking.

Dagelijks is er tussen 11u15 en 12u15  papieren visite waarin de aios de IC-patiënten bespreekt met de IC-verpleegkundige, de intensivist, de apotheker en medisch microbioloog en het afgesproken beleid met de overwegingen voorlegt. De aios geeft op basis van de dagelijkse patiëntenbespreking inhoud aan de patiëntenzorg  door eventueel extra onderzoek of consulten aan te vragen en het doen van verrichtingen zoals inbrengen van centraal veneuze catheters, arterielijnen, intubaties, ectubaties, coördineren/begeleiden van intern patiënten transport  en eventuele (spoed-) opnames.

De aios voert, bij voorkeur na de visite, gesprekken met patiënt en familie. Afhankelijk van de ervaring van de aios en de medische complexiteit, gebeurt dit zelfstandig of in bijzijn van een intensivist.

De aios is verantwoordelijk voor een deugdelijke statusvoering en ontslagbrief in Soarian, houdt het elektronisch voorschrijfsysteem (EVS) bij, doet de documentatie voor de avond-nacht overdracht en registreert uitgevoerde verrichtingen.

 

Naast de bovengenoemde dagelijkse werkzaamheden heeft de aios een taak (“pieper 2000”) binnen het Spoed-Interventie Team (SIT),. De aios oefent hiermee in het herkennen en opvangen van de (potentieel) “vitaal bedreigde patiënt” buiten de IC. De aios vervult hiermee een consultatieve, ondersteunende of interveniërende taak in het SIT.

C

Leerdoelen

 

 

De hoofddoelen van de IC-stage zijn:

1. herkenning van de (potentieel) vitaal bedreigde patiënt

2.   beheersen van een minimaal aantal (medische en niet medische) competenties die nodig zijn om een IC-patiënt kwalitatief goede en veilige zorg te bieden.

Deze twee hoofddoelen worden tijdens de IC-stage bereikt door de praktische ervaringen op de werkvloer te combineren met het systematisch uitbouwen van het kennisnetwerk. Dit laatste gebeurt met hulp van de hieronder beschreven leerdoelen.  

 

Medisch handelen

De aios:

1.       Treedt adequaat handelend op bij een zeer kortademige (respiratoir insufficiënte) patiënt

2.       Monitort en behandelt een patiënt met een circulatie probleem

3.       Treedt adequaat handelend op bij een patiënt met een neurologisch probleem

4.       Treedt adequaat handelend op bij een patiënt met verminderde urineproductie en oplopend plasma-creatinine

5.       Treedt adequaat handelend op bij een IC-patiënt met een buikprobleem

6.       Treedt adequaat handelend op bij een IC-patiënt met een ernstige intoxicatie

7.       Treedt adequaat handelend op bij een (septische) IC-patiënt met koorts

8.       Verricht perioperatieve zorg op de IC.

9.       Kan een IC-patiënt veilig van de IC afdeling transporteren

 

In deze stage leert de aios zich ook te bekwamen in een aantal verrichtingen. De aios kan uiteindelijk zelfstandig arterie-lijnen en centraal veneuze catheters inbrengen (volgens protocol). Ook wordt ervaring opgedaan met verschillende indicaties en vormen van intubatie en (non-) invasieve beademing. De aios verwerft parate kennis over (contra-) indicaties, werkingsmechanismen en bijwerkingen (PK,PD) van veelgebruikte medicaties zoals inotrope-, spierverslappende-, sederende- en analgetische middelen en vasopressoren met de daarbij gebruikte methoden voor monitoring of scoren van een effect.

 

Tijdens de stage intensive care vindt ook verdere vorming plaats in de niet-medische competenties op het niveau van jaar 2 van de opleiding. Uit SD 2 worden leerdoelen geformuleerd waarop in de stage gesprekken terugkoppeling komt. Een aantal competenties krijgen in deze stage meer specifieke aandacht:

 

Communiceren (deelcompetentie C3); Bespreekt medische informatie goed met patiënten en familie.

·         Kan complexe (multi-orgaan) problematiek, behandeling en prognose op begrijpelijke wijze uitleggen aan de patiënt of familie en daarbij tevens ook ondersteunend zijn voor de betrokkenen.

·         Begrijpt dat verbale en non-verbale communicatie in de   moeilijke “IC omstandigheden” (levensbedreiging, uitzichtloosheid, afscheid)  van grote betekenis is in de ondersteuning van patiënt en de betrokkenen en kan dit hanteren.

Samenwerking (deelcompetentie S4); Draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg

·         Levert als onderdeel van het IC-team, een bijdragen aan effectieve interdisciplinaire samenwerking.

·         Treedt faciliterend en zo nodig ook coördinerend op opdat kwalitatief goede en veilige zorg op de IC gewaarborgd kan worden.

Wetenschap (deelcompetentie W1); Beschouwt medische informatie kritisch.

·         Heeft een gefundeerde kritische houding ten opzichte van de wetenschappelijke kennis waarop het medisch handelen is gebaseerd.

·         Is in staat onderzoek te presenteren, te interpreteren en te evalueren

 Organisatie (deelcompetentie O2); besteedt de beschikbare middelen van de gezondheidszorg verantwoord.

·         Maakt een evenwichtige afweging in de beslissing tot het starten of beëindigen van een behandeling in relatie tot de kans op herstel, levensduur verlenging of levenskwaliteit. Houdt daarbij rekening met medische en financiële beperkingen van de zorg en begrippen als doelmatigheid en proportionaliteit.

Reflecteren (deelcompetentie R3); kan reflecteren met de patiënt/familie

·         Is zich bewust van de verantwoordelijkheid die de ´machtspositie´ van de behandelaar met zich meebrengt

·         Houdt in het handelend optreden (vooral daar waar het betrekking heeft op “einde-leven” problematiek of het opleggen van behandelingsbeperkingen) rekening met de afhankelijkheid positie die de patiënt en familie t.o.v. de expertise van de specialist heeft.

 

Stage-omschrijving uit het landelijk opleidingsplan cardiologie van de NVVC (2010):

Duur: 4 - 6 maanden.


Leerdoel: het leren omgaan met, en het behandelen van patiënten met ernstige acute ziektebeelden, zoals: hypertensieve crisis, shock (cardiaal, septisch, hypovolemisch), intoxicatie, multi-orgaanfalen, ARDS, status astmaticus, hart/ long contusie, HELLP syndroom, (pre)eclampsie, haemostase probleem (diffuus intravasale stolling).
De ICU moet voldoen aan de eisen die door de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care-artsen zijn gesteld.


Ziektebeelden/problemen: Diagnostiek en behandeling van shock, zuurbase- en elektrolytstoornissen, gaswisselingsstoornissen, haemostaseproblemen, acute nierinsufficiëntie, infectieuze complicaties etc.


Onderzoeks- en behandelingsmethoden: Indicaties, methoden, controle en begeleiding beademing.
Indicaties en uitvoering

van parenterale voeding, sondevoeding, hemodynamische bewaking, hemodialyse en hemofiltratie.


Te leren technieken: Reanimatie, intuberen. Inbrengen subclaviakatheter, arterielijn en bij voorkeur ook andere typen lijnen.

 

D

Opleidingsactiviteiten

 

 

Inwerkprogramma

-          MKSAP syllabus Critical Care Medicine

-          FCCS syllabus

Patiëntenzorg

-          Dagelijks overleg met superviserend intensivist

-          Beoordeling acute patiënt met Spoed Interventie Team (SIT)

-          Overdrachten en klinische besprekingen

-          Verrichtingen (inbrengen arterielijn, centraal veneuze catheter)

-          Statusvoering en ontslagbrieven

-          Overleg met overige specialisten (consulten)

-          Gesprekken met familie (inclusief ‘slecht nieuws’ gesprek)

-          Samenwerking met specialisten, assistenten, verpleegkundigen en apotheker

-          Papieren visite

-          Complicaties herkennen, melden en bespreken

-          Bijwerkingen geneesmiddelen herkennen en melden bij Lareb

 

Zelfstudie

Aan de leerdoelen voor medisch handelen wordt gewerkt met modules “Patient-centred Acute Care training” (PACT) van de European Society of Intensive Care. De PACT modules zijn via een online beschikbaar op www.ESICM.org. Omdat het niet realistisch is alle modules tijdens de stage aan bod te laten komen, is een selectie gemaakt. Aios zijn wel in staat om alle PACT-modules online te raadplegen en voor aanvullende zelfstudie of raadpleging te gebruiken. In het overzicht hieronder zijn de PACT modules gekoppeld aan de leerdoelen.

 

1.       Treedt adequaat handelend op bij een zeer kortademige (respiratoir insufficiënte) patiënt

Dit onderwerp wordt onderverdeeld in de volgende 4 PACT modules;

·         Acute respiratory failure

·         Airway management

·         COPD and asthma

·         Mechanical ventilation

2.       Monitort en behandelt een patiënt met een circulatie probleem

Dit onderwerp wordt onderverdeeld in 2 PACT modules;

·         Haemodynamic monitoring

·         Hypotension

3.       Treedt adequaat handelend op bij een patiënt met een neurologisch probleem

Dit onderwerp wordt onderverdeeld in 2 PACT modules;

·         Altered consciousness

·         Sedation and analgesia

4.       Treedt adequaat handelend op bij een patiënt met verminderde urineproductie en oplopend plasma-creatinine

Dit onderwerp wordt onderverdeeld in 2 PACT modules;

·         Oliguria and anuria (acute kidney injury part I)

·         Acute renal failure (acute kidney injury part II)

5.       Treedt adequaat handelend op bij een IC-patiënt met een buikprobleem

Dit onderwerp wordt behandeld a.d.h.v. 1 PACT module

·         Abdomen in acute/critical care medicine

6.       Treedt adequaat handelend op bij een IC-patiënt met een ernstige intoxicatie

Dit onderwerp wordt behandeld a.d.h.v. 1 PACT module

·         Major intoxication

7.       Treedt adequaat handelend op bij een (septische) IC-patiënt met koorts

Dit onderwerp wordt onderverdeeld in 2 PACT modules

·         Sepsis and MODS

·         Pyrexia

8.       Verricht perioperatieve zorg op de IC.

Dit onderwerp wordt onderverdeeld in 2 PACT modules

·         High-risk surgical patients

·         Bleeding and thrombosis

9.       Kan een IC-patiënt veilig van de IC afdeling transporteren

Dit onderwerp wordt behandeld a.d.h.v. 1 PACT module

·         Patient transportation

Cursorisch onderwijs

-          Onderwijsbesprekingen, minstens 1x presentatie

-          Refereeravonden interne geneeskunde, minstens 1x presentatie

-          Boerhaave cursussen discipline overstijgend onderwijs

o   jaar 2: communicatie arts en patiënt

-          ROIG en COIG dagen

E

Toetsen

 

 

Stage- en voortgangsgesprekken

-          Introductiegesprek met supervisor (start stage)

-          Tussengesprek met supervisor (halverwege stage)

-          Eindgesprek met supervisor (einde stage)

-          Voortgangsgesprek met opleiders (vier keer in het eerste jaar)

KPB, minimaal 1x per maand

-          Patiëntgebonden (beoordeling, opname, gesprek met familie, MDO, patiëntenbespreking, vaardigheid, brieven)

-          Niet-patiëntgebonden (Intensive Care onderwijs, 1 x CAT, refereeravond)

Regionaal / landelijk

-          ROIG / COIG pre- en post toetsen, certificaten

-          Kennistoets

Zelfreflectie

-          Voortgangsgesprekken, portfolio

F

Weekindeling

 

 

 

Maandag

Bespreking

Locatie

7.30-8.00

IC-ochtendoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

8.00-11.15

IC/SIT-patiëntenzorg

Intensive care

11.15-12.15

Papieren visite

Intensivisten/assistenten kamer

12.00-13.00

Onderwijs Interne GNK

Fesevur

13.00-16.45

IC/SIT-patiëntenzorg/zelfstudie

Intensive care

16.45-17.00

IC-avondoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

Dinsdag

 

 

7.30-8.00

IC-ochtendoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

8.00-9.30

IC/SIT-patiëntenzorg

Intensive care

9.30-11.30

Papieren visite Interne GNK

Fesevur

11.15-12.15

Papieren visite

Intensivisten/assistenten kamer

12.15-16.45

IC/SIT-patiëntenzorg/zelfstudie

Intensive care

16.45-17.00

IC-avondoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

Woensdag

 

 

7.30-8.00

IC-ochtendoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

8.00-10.45

IC/SIT-patiëntenzorg

Intensive care

11.15-12.15

Papieren visite

Intensivisten/assistenten kamer

12.15-16.45

IC/SIT-patiëntenzorg/zelfstudie

Intensive care

16.45-17.00

IC-avondoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

Donderdag

 

 

7.30-8.00

IC-ochtendoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

8.00-10.45

IC/SIT-patiëntenzorg

Intensive care

11.15-12.15

Papieren visite

Intensivisten/assistenten kamer

12.15-13.15 1e donderdag

Reanimatie training

Intensive Care

12.15-13.15 2-3e donderdag

Onderwijs Intensive Care

Intensive Care

12.15-13.15 4e donderdag

Intervisiebespreking

Hardebroekkamer

13.15-16.45

IC/SIT-patiëntenzorg/zelfstudie

Intensive care

16.45-17.00

IC-avondoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

17.30-19.00 3e donderdag

Refereeravond

Fesevur

Vrijdag

 

 

7.30-8.00

IC-ochtendoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

8.00-10.45

IC/SIT-patiëntenzorg

Intensive care

11.15-12.15

Papieren visite

Intensivisten/assistenten kamer

12.45-13.00

Opleidingsbespreking

Fesevur

13.00-16.45

IC/SIT-patiëntenzorg/zelfstudie

Intensive care

16.45-17.00

IC-avondoverdracht

Intensivisten/assistenten kamer

           

 

 

Nefrologie

A

Algemeen

 

 

Ziekenhuis en plaats

Bronovo, Den Haag

 

Duur

4 maanden

 

Plaats in de opleiding

Jaar 2

 

Supervisors:

Internisten: Sijpkens (stagehouder), Beishuizen

 

 

 

B

Context

 

 

De aios in vooropleiding tot cardioloog krijgt gedurende 4 maanden extra scholing in de nefrologie. De focus hierbij ligt op de klinische presentaties acute nierinsufficiëntie, chronische nierschade, hypertensie en electolytstoornissen. Omdat patiënten met deze presentaties verspreid voorkomen op de verschillende afdelingen van het ziekenhuis en de polikliniek is deze stage niet aan een bepaalde plaats gebonden. Gedurende vier maanden werkt de aios daarom op verschillende afdelingen van het ziekenhuis. Daarnaast ziet de aios op de polikliniek Interne Geneeskunde onder directe supervisie nieuwe patiënten die verwezen zijn wegens hypertensie en chronische nierschade.

 

De aios heeft de internist-nefroloog als vaste supervisor met de internist-vasculair geneeskundige als diens vervanger. De aios werkt minimaal een keer per week een nefrologisch consult uit volgens een vast format. Deze consulten worden apart besproken met de supervisor. Minimaal eenmaal per week wordt een nieuwe patiënt met chronische nierschade of hypertensie op de polikliniek gezien en geëvalueerd.

 

C

Leerdoelen

 

 

De aios in vooropleiding tot cardioloog krijgt volgens het kaderbesluit cardiologie (zie onder) extra verdieping in de nefrologie. De aios leert op systematische wijze een nefrologisch consult uit te voeren. De eerste stap hierbij is het herkennen van de klinische presentatie van nierziekten, hypertensie en electolytstoornissen, vooral ook bij patiënten met comorbiditeit. De aios leert bloed, urine en radiologisch onderzoek goed te interpreteren. Na vaststelling van een verminderde nierfunctie en/of nierschade worden een onderscheid gemaakt tussen acuut en/of chronisch nierfunctieverlies. Bij acute nierinsufficiëntie wordt volgens het schema gedifferentieerd tussen prerenale, renale en postrenale nierinsufficiëntie. Bij chronische nierschade wordt de hoofdoorzaak vastgesteld en de progressiefactoren en complicaties in kaart gebracht. Daarnaast wordt uitgebreid aandacht gegeven aan cardiovasculair risicomanagement.  Met deze gegevens wordt volgens het six-step model een behandelplan opgesteld dat bestaat uit gedoseerde leefstijladviezen en farmacotherapie. Bij nierfalen komt de indicatie en organisatie voor nierfunctie vervangende behandeling aan de orde. Voor evaluatie van het ingestelde diagnostische en therapeutische beleid  worden vervolgafspraken gemaakt in eerste of tweede lijn met adviezen  Ook patiënten met hypertensie krijgen in deze periode extra aandacht waarbij de aios de vaardigheid ontwikkeld om oorzaken, gevolgen en behandeling van hypertensie in de vingers te krijgen. Op de hypertensiepolikliniek leert de aios bovendien samen te werken in een multidisciplinair team. De aios verwerft parate kennis over indicaties, contra-indicaties, werkingsmechanismen en bijwerkingen van nefrologische medicatie, zoals antihypertensiva. Ook patiënten met uitgesproken dys-natriemie en -kaliemie worden met extra aandacht beschouwd. Na herkenning leert de aios oorzakelijk te denken volgens bijpassend schema. Dit moet leiden tot gericht aanvullende diagnostiek, een accurate diagnose en een goed behandelplan.

Door de intensieve aandacht voor patiënten met chronische nierschade vindt ook verdere vorming plaats in de niet-medische competenties op het niveau van jaar 2 van de opleiding. Uit SD 2 worden leerdoelen geformuleerd waarop in de stage gesprekken terugkoppeling komt.

De aios:

M1: Bezit kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied;

C3: Doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over een patiënten casus;

S4: draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg;

W3: Ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan;

Ma1: Kent en herkent de determinanten van ziekte bij het individu;

O2: besteedt de beschikbare middelen voor de gezondheidszorg verantwoord;

R4: Kan reflecteren met een professional

 

Stage-omschrijving uit het landelijk opleidingsplan cardiologie van de NVVC (2010):

Duur: 3 - 4 maanden.


Leerdoel: verkrijgen van kennis betreffende de huidige inzichten in de pathofysiologie, diagnostiek en therapie van nierziekten. De cardioloog dient te beschikken over kennis van afwijkingen van het ‘milieu interieur’ ( stoornissen in water huishouding, stoornissen in het zuur-base evenwicht en elektrolytstoornissen).


Ziektebeelden: Differentiële diagnostiek en behandeling van diverse nieraandoeningen en elektrolyt-verstoringen, waaronder: acute en chronische nierinsufficiëntie, glomerulonefritis, interstitiële nefritis, nefrotisch syndroom, acute tubulusnecrose, hypo- en hyperkaliaemie, hypo- en hypernatriaemie, acidose, alkalose, hypo- en hypercalciaemie en hypo-en hypermagnesiaemie.

Onderzoeks- en behandelingsmethoden: Indicaties acute nierfunctievervangende behandeling (hemodialyse, peritoneaal dialyse). Indicaties en methoden van chronische nierfunctievervangende behandeling (hemodialyse, CAPD, niertransplantatie).

 

 

 

 

 

 

D

Opleidingsactiviteiten

 

 

Inwerkprogramma

-          Chronische Nierschade, Y.W.J. Sijpkens, J.M. Groeneveld, S.P. Berger

-          Vragen bij hypertensie, Y.W.J. Sijpkens (red.)

-          MKSAP syllabus Nephrology

Patiëntenzorg

-          Overleg met superviserend internist(-nefroloog/vasculair geneeskundige)

-          Uitvoering en bespreking van het nefrologisch consult

-          Overleg met overige specialisten

-          Gesprekken met patiënt en familie

-          Papieren visite, 1x presentatie over een nefrologisch onderwerp

-          Bijwerkingen geneesmiddelen herkennen en melden bij Lareb

Cursorisch onderwijs

-          Basiscursus Nierziekten

 

E

Toetsen

 

 

Stage- en voortgangsgesprekken

-          Introductiegesprek met supervisor (start stage)

-          Tussengesprek met supervisor (halverwege stage)

-          Eindgesprek met supervisor (einde stage)

-          Voortgangsgesprek met opleiders (twee keer in het tweede jaar)

KPB, minimaal 1x per maand

-          Patiëntgebonden (poliklinisch consult onder directe observatie, nefrologisch consult, papieren visite)

-          Niet-patiëntgebonden (refereeravond, onderwijsbespreking, minimaal 1 x CAT)

Zelfreflectie

-          Voortgangsgesprekken, portfolio

 

       


SD 1: Klinische presentaties

 

Klinische presentatie

Interne Geneeskunde

Diensten

Longziekten

Cardiologie

Polikliniek

Intensive Care

Nefrologie

Trombose en embolie

X

X

X

X

X

X

 

Verhoogde bloedingsneiging

X

X

 

 

 

X

 

Thoracale pijn

X

X

X

X

 

 

 

Anemie

X

X

 

X

X

X

X

Koorts

X

X

X

 

 

X

 

Hypotensie en shock

X

X

 

X

X

X

 

Oedeem

X

X

X

X

X

X

 

Collaps

 

X

 

X

 

 

 

Dyspneu

X

X

X

X

X

X

 

Hypertensie

X

X

X

X

X

X

X

Diabetes Mellitus

X

X

X

X

X

X

X

Dorst en polyurie

X

X

 

 

X

 

 

Huidafwijkingen

X

X

 

 

X

X

 

Hypothermie

 

X

 

 

 

X

 

Icterus

X

X

 

 

X

X

 

Tractus digestivus bloedingen

X

X

 

 

X

X

 

Klachten bovenste deel tr. dig.

X

X

 

 

X

 

 

Veranderd defecatiepatroon

X

 

 

 

X

 

 

Buikpijn

X

X

 

X

X

 

 

Intoxicaties

 

X

X

 

 

X

 

Chronische vermoeidheid

 

 

 

 

X

 

X

Verwardheid

X

X

 

 

 

X

 

Zwangerschap

 

 

 

 

X

 

 

Acute medische problemen

X

X

X

X

 

X

 

Bewustzijnsdaling en coma

X

X

 

 

 

X

 

Gewichtsverlies

X

 

X

 

X

 

 

Gewichtstoename

X

X

 

X

X

 

X

Electrolyt en zuur base stoornissen

X

X

X

X

X

X

X

Gewrichtsklachten

X

X

 

 

X

 

 

Hematurie

X

X

 

 

X

 

X

Proteïnurie

X

 

 

X

X

 

X

Klierzwellingen

X

 

 

 

X

 

 

Zwelling in de hals

 

 

 

 

X

 

 

Hirsutisme

 

 

 

 

X

 

 

Gynaecomastie

X

 

 

 

X

 

 

Galactorrhoe

 

 

 

 

X

 

 

Transfusie bloed(bestandsdelen)

X

X

 

 

X

X

 

Palliatieve zorg

X

X

X

X

 

 

 

Preventief handelen

X

X

X

X

X

 

X

Grensvlak interne geneeskunde

X

X

 

 

X

X

X

Afwijkingen labonderzoek

X

X

X

X

X

X

X

Toevalsbevindingen beeldvorming

X

X

X

 

X

X

 

 

 


SD 2: Operationalisatie van de competenties in leerdoelen voor de eerste twee jaar van de opleiding

 

Competenties en deelcompetenties conform landelijk plan jaar 1 en 2

Medisch handelen (en kennis)

Competenties

M1 Bezit kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied

M2 Past het diagnostisch en therapeutisch arsenaal van het vakgebied goed en, waar mogelijk, evidence-based toe

M3 Levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg

M4 Vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe

 

Leerdoelen M1: Bezit kennis en vaardigheid naar de stand van het vakgebied

·         De AIOS leert conceptueel te denken aangaande genese en pathofysiologie van aandoeningen in de interne geneeskunde en past dit conceptueel denken adequaat toe.

·         De AIOS verwerft diepgaande kennis op het gebied van de basale vakken, zoals biochemie, pathologie, immunologie, moleculaire biologie, genetica, en past deze kennis adequaat toe.

·         De AIOS kent de klinische presentaties van interne ziektebeelden beschreven in het opleidingsplan, en past deze kennis adequaat toe.

·         De AIOS kent de overige aspecten van de ziektebeelden beschreven in het opleidingsplan, en past deze kennis adequaat toe.

·         De AIOS is in staat de interactie van meerdere (chronische) aandoeningen die gelijktijdig voorkomen, te onderkennen;

•     De AIOS is in staat de hulpvraag naar urgentie te interpreteren (en zo nodig direct te handelen).

·         De AIOS verwerft deskundigheid op het gebied van de indicatie en/of uitvoering van de in het Opleidingsplan genoemde procedures.

 

Leerdoelen M2: Past het diagnostisch en therapeutisch arsenaal van het vakgebied goed en waar mogelijk evidence-based toe

·         De AIOS verwerft specialistische kennis, en past deze adequaat toe, op het terrein van:

Diagnostiek

Anamnese: de AIOS beheerst de vaardigheid van de anamnese tot in de details. Tijdens de opleiding wordt daarom aandacht besteed aan het benadrukken van anamnestische aspecten van interne ziektebeelden.

Lichamelijk onderzoek: de AIOS moet bij uitstek de deskundige worden op het gebied van lichamelijk/fysisch-diagnostisch onderzoek.

Laboratoriumdiagnostiek: de AIOS leert gegevens uit het laboratoriumonderzoek te interpreteren en heeft kennis van afwijkende

 laboratoriumbevindingen behorend bij de specifieke interne ziektebeelden.

Beeldvormende diagnostiek: de AIOS leert gegevens uit beeldvormende diagnostiek (radiologie, CT, MRI, echografie, isotopenonderzoek) te interpreteren en adequaat toe te passen.

Functieonderzoek: de AIOS leert gegevens uit functieonderzoek te interpreteren en adequaat toe te passen.

Probleemoplossend vermogen

De AIOS beheerst het efficiënt opstellen van een probleemlijst met bijbehorende werkhypothesen in de vorm van een differentiaaldiagnose, daarbij gebruikmakend van de informatie direct bij de patiënt verkregen, alsmede integratie van overige diagnostische gegevens in combinatie met kennis en ervaring. Essentieel hierbij is de integratie van gegevens uit de anamnese, lichamelijk onderzoek en voortgezet onderzoek. Het bepalen van een effectief

en doelmatig diagnostisch beleid behoort tot de specifieke deskundigheden van de internist.

 

Therapeutisch beleid

De AIOS is in staat om, op grond van de diagnostiek en context van de medische problemen, advies te formuleren over de behandeling, met name ten aanzien van leefstijl, voeding en farmacotherapie, niet-farmacologische behandelingen en prognose. Speciale aandacht dient de AIOS te geven aan

bijwerkingen op korte en lange termijn van het ingestelde therapeutisch beleid. Deskundigheid wordt vereist de evaluatie van het therapeutisch beleid.

 

Farmacotherapie

De AIOS verkrijgt specifieke deskundigheid op het gebied van de farmacotherapie, stoelend op kennis van de farmacokinetiek en farmacodynamiek, mogelijkheden en beperkingen van de farmacotherapie, interacties en bijwerkingen van geneesmiddelen en het effect van polyfarmacie. Met name wordt deskundigheid vereist op het gebied van individualiseren van farmacotherapie.

 

Behandeling op lange termijn van patiënten met chronische ziektebeelden (jaar 2)

De AIOS verwerft praktische deskundigheid op het gebied van effectieve diagnostiek en therapie op lange termijn bij chronische ziektebeelden.

De AIOS verwerft praktische deskundigheid dat wordt vereist op het gebied van de persoonlijke begeleiding van patiënten met chronische ziekten op lange termijn.

 

Leerdoelen M3: Levert effectieve en ethisch verantwoorde patiëntenzorg

·         De AIOS geeft blijk van een gevoel voor uiteenlopende morele opvattingen en respect voor andere meningen en opvattingen. (Professionaliteit 4)

·         De AIOS handelt in overeenstemming met de eed/belofte die is afgelegd bij het artsexamen.

·         De AIOS herkent en incorporeert ethische aspecten die bij medische beslissingen in het geding zijn, en is in staat morele vragen die in het medisch handelen ontstaan te analyseren.

·         De AIOS neemt kennis van het binnen de afdeling geldende medische beleid en de regels, afspraken en protocollen, en past deze adequaat toe.

 

Leerdoelen M4: Vindt snel de vereiste informatie en past deze goed toe

·         De AIOS verzamelt op een adequate wijze informatie rondom de zorg van een patiënt waarvoor hij de verantwoordelijkheid heeft aanvaard; hiertoe weet hij op gepaste wijze gebruik te maken van raadpleging van andere betrokkenen in het zorgproces resp. medische en niet-medische deskundigen (huisarts, specialisten, thuiszorg, GGZ, etc.).

·         De AIOS beschikt over kennis met betrekking tot het verkrijgen van medische informatie via ICT ten behoeve van patiëntenzorg en gebruikt deze mogelijkheden.

 

Specifieke leerdoelen ten aanzien van de overige competenties

Hieronder volgen de overige competenties met leerdoelen voor de eerste twee jaar van de opleiding. Het niveau waarop deze competenties wordt beheerst zal in de loop van de opleiding uitgroeien tot het competentieniveau van de internist. Alle competenties en leerdoelen zijn opgenomen in de verschillende KPB’s (n=8). In een KPB wordt het niveau van minstens een niet-medische competentie gescoord, waarbij gelet wordt op de bijbehorende leerdoelen, vermeld op de achterzijde van de KPB. Onderstaande lijst met leerdoelen is derhalve geen afvinklijst. De voortgang in de ontwikkeling van de competenties wordt besproken bij het invullen van KPB’s en tijdens voortgangsgesprekken.

 

Competentie Communiceren

Deelcompetentie C1: Bouwt effectieve behandelrelaties met patiënten op

De AIOS geeft blijk van:

·         een open houding ten aanzien van patiënten, ongeacht de eigen sekse of die van de patiënt, ongeacht levensfase, sociale en economische status, opleiding, etnische achtergrond, cultuur, seksuele geaardheid en levensovertuiging, en ongeacht de aard, de prognose en het stadium van hun gezondheidsprobleem of handicap.

·         begrip (empathie) voor de situatie van de patiënt (ook in uitzonderlijke omstandigheden) en diens sociale achtergrond.

·         persoonlijke belangstelling voor de patiënt en zijn omgeving en is zich bewust van mogelijke gevolgen van ziekte voor de gezinsleden en verdere omgeving (ook werkomgeving) van de patiënt. Hij houdt met de persoonlijke omstandigheden van de patiënt rekening bij zijn onderzoek, advies, behandeling en begeleiding.

·         aandacht voor de wijze waarop de patiënt met zijn klacht(en) omgaat en de betekenis die de ziekte voor de patiënt heeft.

·         specifieke deskundigheid in de begeleiding van patiënten met onverklaarbare lichamelijke klachten (jaar 2).

De AIOS blijkt:

·         een voor de patiënt veilige omgeving te creëren met respect voor vertrouwelijkheid, privacy en autonomie.

·         een slechtnieuwsgesprek en een gesprek over beslissingen aan het einde van het leven te kunnen voeren.

 

Deelcompetentie C2: Luistert goed en verkrijgt efficiënt relevante patiënten informatie

De AIOS blijkt in de praktijk:

·         in staat om staat om een volledige en gedetailleerde anamnese op te nemen (huidige lichamelijke en psychische klachten, voorgeschiedenis, psychische en sociale omstandigheden) met tevens aandacht voor de zorgen, verwachtingen en (ziekte)ervaringen van de patiënt. Anamnese (verdieping,

tot in detail vervolmaking).

·         in staat om staat om informatie te verzamelen en te synthetiseren gebruikmakend van andere bronnen zoals de familie, artsen en andere hulpverleners.

·         de anamnestische aspecten van interne ziektebeelden te beheersen.

 

Deelcompetentie C3: Bespreekt medische informatie goed met patiënten en familie (en anderen)

De AIOS blijkt in de praktijk:

·         de patiënt, diens omgeving en collegae adequaat op de hoogte te brengen van de aard, alsmede het te verwachten beloop van de ziekte.

·         adequaat uitleg te geven over de bevindingen en over de redenen waarom (nog geen) verdere behandeling wordt voorgesteld.

·         een psychische en/of sociale genese goed bespreekbaar te maken (jaar 2).

·         gevolgen op lichamelijk, psychisch en sociaal gebied goed bespreekbaar te maken (jaar 2).

·         de informatie en toestemmingsvraag in het kader van wetenschappelijk onderzoek of onderwijsactiviteiten adequaat te communiceren.

·         op een gestructureerde en effectieve wijze medische informatie naar anderen te verwoorden.

 

Deelcompetentie C4: Doet adequaat mondeling en schriftelijk verslag over patiëntencasus

De AIOS geeft in de praktijk blijk van:

·         deskundigheid en zorgvuldigheid op het gebied van statusvoering: verslag anamnese, lichamelijk onderzoek, problemenlijst, differentiaaldiagnose, aanvullend onderzoek, beloop, interpretatie adviezen en consulten.

·         deskundigheid en zorgvuldigheid op het gebied van het schrijven van brieven betreffende de behandeling op het gebied van de interne geneeskunde (waarin o.a.: reden van opname, anamnese, lichamelijk onderzoek, laboratoriumonderzoek, röntgenonderzoek, verder onderzoek,

consulten, conclusie, eventueel beloop of bespreking, medicatie bij ontslag, prognose, informatie gegeven aan de patiënt).

·         zorgvuldigheid door in het medisch dossier vast te leggen wanneer en waarover de patiënt is geïnformeerd.

 

Competentie Samenwerken

Deelcompetentie S2: Verwijst adequaat

De AIOS blijkt in de praktijk:

·         adequaat consult te vragen en hierbij de juiste vraag te stellen.

·         consulten van andere specialisten juist te interpreteren.

 

Deelcompetentie S4:Draagt bij aan effectieve interdisciplinaire samenwerking en ketenzorg

·         De AIOS blijkt in staat om adequaat in teamverband te kunnen functioneren, en daarbij de verschillende hiërarchische en functionele rollen te herkennen en te respecteren.

 

Competentie Wetenschap

Deelcompetentie W1: Beschouwt medische informatie kritisch

·         De AIOS heeft een gefundeerde kritische houding ten opzichte van de wetenschappelijke kennis waarop het medisch handelen is gebaseerd.

·         De AIOS is in staat onderzoek te presenteren, te interpreteren en te evalueren.

 

Deelcompetentie W3: Ontwikkelt en onderhoudt een persoonlijk bij- en nascholingsplan.

·         De AIOS is in de praktijk staat eigen blinde vlekken en/of lacunes in de beroepsuitoefening op te sporen en tracht deze (via nascholing of anderszins) op te heffen.

 

Deelcompetentie W4: Bevordert de deskundigheid van studenten, collegae, patiënten, verpleegkundigen en andere betrokkenen in de gezondheidszorg

De AIOS is in de praktijk staat:

·         onderwijs te geven aan coassistenten.

 

Competentie Maatschappelijk handelen (bevorderen van gezondheid)

Deelcompetentie Ma1: Kent en herkent de determinanten van ziekte bij het individu

·         De AIOS heeft begrip voor de situatie van de patiënt (ook in uitzonderlijke omstandigheden) en diens sociale achtergrond.

·         Hij toont persoonlijke belangstelling voor de patiënt en zijn omgeving en is zich bewust van mogelijke gevolgen van ziekte voor de gezinsleden en verdere omgeving (ook werkomgeving) van de patiënt. Hij houdt met de persoonlijke omstandigheden van de patiënt rekening bij zijn onderzoek, advies, behandeling en begeleiding.

 

Deelcompetentie Ma3: Handelt volgens de relevante wettelijke bepalingen

·         De AIOS is in staat om te gaan met juridische aspecten van het systeem van de gezondheidszorg en handelt in overeenstemming hiermee. Voorbeelden van relevante wetgeving anno 2007:

o   Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst (WGBO); • Wet BIG;

o   Wet op de orgaandonatie; • Wet op de lijkbezorging;

o   Wet op de privacy (WBP); • Wet op de levensbeëindiging (WOLB);

o   klachtenprocedure, o.a. WKCZ, Colofon Klachtenrichtlijn gezondheidzorg 2004;

o   calamiteiten (kwaliteitswet) en FONA; • METc en de WMO;

o   regelgeving m.b.t. coassistenten; • beleidsregels gunstbetoon VWS 2003;

o   de eed/belofte bij het artsexamen.

 

Deelcompetentie Ma4: Treedt adequaat op bij incidenten in de zorg

·         De AIOS kan verantwoordelijkheid dragen.

 

Competentie Organisatie

Deelcompetentie O1: Verdeelt de energie goed tussen patiëntenzorg, opleiding, persoonlijke ontwikkeling en andere (sociale) activiteiten

·         De AIOS kan omgaan met stress.

·         De AIOS past principes van timemanagement adequaat toe.

·         De AIOS is in staat om medisch handelen in de beroepsmatige en in de privésfeer te scheiden

 

Deelcompetentie O2: Besteedt de beschikbare middelen van de gezondheidszorg verantwoord (jaar 2)

·         De AIOS laat zien over de kennis en vaardigheden te beschikken om op passende wijze gebruik te maken van de beschikbare middelen en voorzieningen in de zorg, en bij te dragen aan een zo effectief en efficiënt mogelijke bedrijfsvoering en gezondheidszorgsysteem door:

o   de indicatie voor eventueel aanvullend onderzoek adequaat te stellen. De AIOS houdt daarbij in de afweging tussen wel of geen aanvullend onderzoek rekening met:

- de te verwachten opbrengst (inclusief fout-positieve/fout-negatieve uitkomsten);

- de relevantie voor het verdere besluitvormingsproces;

- de wensen van de patiënt;

- de belasting voor de patiënt en zijn sociale omgeving:

- (bijvoorbeeld mantelzorg) en/of verwanten;

- (bijvoorbeeld genetisch onderzoek);

o   de eventuele complicaties en de kosten.

·         waar mogelijk volgens richtlijnen te werk te gaan.

·         een behandelingsvoorstel te doen, waarbij uitdrukkelijk ook de mogelijkheid van niet- behandelen wordt overwogen, en bij deze afweging ook het kostenaspect te betrekken.

·         rekening te houden met invloeden die het instellen van een behandeling positief en negatief kunnen beïnvloeden (onder andere inschatten van mate van therapietrouw, persoonlijke omstandigheden).

·         de betekenis van behandeling af te wegen in relatie tot levenskwaliteit en levensduur.

 

Deelcompetentie O3: Werkt effectief en doelmatig in een gezondheidszorgorganisatie

·         De AIOS registreert en verwerkt gegevens die van belang zijn voor bedrijfsvoering c.q. de organisatie van de patiëntenzorg (jaar 2).

·         De AIOS heeft een eigenstandige zorgplicht en zal tijdens de opleiding geen handelingen verrichten die buiten zijn kennis en vermogen liggen.

 

Deelcompetentie O4: Gebruikt ICT adequaat voor optimale patiëntenzorg en voor het eigen leerproces (incl. bij- en nascholing)

·         De AIOS beschikt over kennis met betrekking tot de mogelijkheden van verslaglegging met behulp van informatie- en communicatietechnologie, en gebruikt en past deze mogelijkheden toe.

·         De AIOS beschikt over kennis met betrekking tot de elektronische communicatie en gebruikt en past deze toe.

·         De AIOS beschikt over kennis met betrekking tot het verkrijgen van medische informatie via ICT

ten behoeve van scholing en gebruikt deze mogelijkheden.

 

Competentie Reflecteren

Deelcompetentie R1: Heeft een onbevangen, niet-oordelende grondhouding

·         De AIOS blijkt in de praktijk in staat om onbevangen en met een niet-oordelende grondhouding de interne geneeskunde uit te oefenen.

·         De AIOS heeft een open houding ten aanzien van patiënten; ongeacht de eigen sekse of die van de patiënt, levensfase, sociale en economische status, opleiding, etnische achtergrond, cultuur, seksuele geaardheid en levensovertuiging en ongeacht de aard, de prognose en het stadium van

hun gezondheidsprobleem of handicap.

·         De AIOS streeft naar excellentie.

·         De AIOS toont nieuwsgierigheid en de bereidheid om eigen gewoontes, vooroordelen, houding en fouten kritisch onder de loep te nemen.

·         De AIOS geeft blijk van een gevoel voor uiteenlopende morele opvattingen en respect voor andere meningen en opvattingen.

 

Deelcompetentie R2: Kan reflecteren op het eigen functioneren

·         De AIOS wordt zich bewust van de emotionele aspecten (motieven, waarden, onzekerheid, onmacht, karaktereigenschappen, levenservaring, irrationele gedachten en gevoelens) in zijn handelen.

·         De AIOS gaat adequaat om met eigen gevoelens, remmingen, normen en waarden, in relatie tot bepaalde gevoelens opgeroepen door contact met een patiënt (of iemand in diens directe omgeving) zoals gevoelens van erotiek, irritatie, afkeer, schaamte, etc.

·         De AIOS signaleert gevoelens van onvrede, aanwezig bij de patiënt en/of zichzelf, met betrekking tot de arts-patiëntrelatie, en maakt deze bespreekbaar. Hij kan adequaat reageren als de relatie verstoord is (of dreigt te raken) of te intiem dreigt te worden. Indien adequaat reageren niet meer

mogelijk is, zoekt hij zelf hulp.

·         De AIOS handelt in overeenstemming met de eed/belofte die is afgelegd bij het artsexamen.

·         De AIOS herkent en incorporeert ethische aspecten die bij medische beslissingen in het geding zijn, en is in staat morele vragen die in het medisch handelen ontstaan te analyseren.

·         blijkt in de praktijk in staat disbalans in de verhouding tussen werk en privéleven te herkennen en deze naar waarde te schatten.

·         blijkt in de praktijk in staat die maatregelen te nemen die het beste de disbalans kunnen verhelpen, waaronder eventueel het inroepen van professionele hulp.

De AIOS:

·         wordt zich bewust van de cognitieve aspecten (vaardigheden, beperkingen, denkgewoontes, voorkeuren) in zijn handelen (jaar 2).

·         geeft blijk van besef dat voor het functioneren als internist vereist is dat hij eigen beperkingen kan onderkennen (jaar 2).

·         toont een actieve instelling, waarbij hij eigen blinde vlekken en/of lacunes in de beroepsuitoefening opspoort en tracht deze (via nascholing of anderszins) op te heffen (jaar 2).

·         kan de analyse van eigen ervaringen omzetten in nieuwe perspectieven en daarnaar handelen (jaar 2).

·         kan omgaan met fouten van zichzelf of anderen en kan er lering uit trekken (jaar 2).

·         is zich bewust van het belang van non-verbale signalen, kan deze bij zichzelf herkennen en hier adequaat mee omgaan (jaar 2).

·         laat zien over de kennis en vaardigheden te beschikken om op passende wijze gebruik te maken van de beschikbare middelen en voorzieningen in de zorg, en bij te dragen aan een zo effectief en efficiënt mogelijke bedrijfsvoering en gezondheidszorgsysteem (jaar 2).

 

Deelcompetentie R3: Kan reflecteren met de patiënt/familie

·         De AIOS levert relatiegeoriënteerde zorg waarbij affectieve, emotionele en cognitieve dimensies van de patiënt een plaats krijgen in het medisch beleid.

·         De AIOS is in staat om in zijn beroepsuitoefening empathie te tonen.

·         De AIOS luistert en observeert met aandacht.

·         De AIOS toont besef van de afhankelijke positie van de patiënt.

·         De AIOS gaat adequaat om met gevoelens van de patiënt jegens hem.

 

Deelcompetentie R4: Kan reflecteren met een professional

·         De AIOS is in staat tot het geven en ontvangen van feedback.

·         De AIOS kan fouten van zichzelf of anderen erkennen tegenover collega’s en kan er lering uit te trekken.

·         De AIOS laat zien in staat te zijn om een collegiale relatie op te bouwen, waarbij hij er blijk van

geeft open te staan voor samenwerking, en deskundigheid van anderen te accepteren.

·         De AIOS laat zien in staat te zijn om eigen taken af te bakenen ten opzichte van die van andere medische disciplines en verpleegkundige en paramedische professies.

·         De AIOS herkent affect en emoties in intercollegiaal overleg (jaar 2).

·         De AIOS laat zien in staat te zijn om zijn oordeel op te schorten bij intercollegiaal overleg (jaar 2).

 

 

SD 3: Matrix voor voortgang en toetsing

Voortgang en toetsing

Jaar 1

Jaar 2

 

Totaal

Interne GNK

per 4 maanden

Diensten Interne GNK

Totaal

Cardiologie

Longziekten

Polikliniek IG

per 4 maanden

Intensive care

Nefrologie

Diensten Interne GNK

        Startgesprek (portfolio, IOP)

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stage introductiegesprek

(leerdoelen)

 

1

 

 

1

1

1

1

1

 

Stage tussengesprek

(alle competenties)

 

1

 

 

1

1

1

1

1

 

Stage eindgesprek

(alle competenties)

 

1

 

 

1

1

1

1

1

 

Voortgangsgesprek

(alle competenties)

4

 

 

2

 

 

 

 

 

 

Patiëntbespreking

(medisch handelen, wetenschap, organisatie)

 

≥8

 

 

≥4

≥4

≥8

≥4

≥4

 

Complicatiebespreking

(reflecteren)

≥1

 

 

≥1

 

 

 

 

 

 

Presentatie onderwijsbespreking

(kennis, wetenschap, organisatie)

≥1

 

 

≥1

 

 

 

 

 

 

Presentatie refereeravond

(kennis, wetenschap, organisatie)

≥2

1

 

≥2

1

 

 

 

 

 

KPB

(alle competenties)

≥10

≥4

≥1

≥10

≥4

≥4

≥4

≥4

≥4

≥1

CAT

(kennis, wetenschap, organisatie)

≥2

≥1

 

≥2

 

≥1

≥1

≥1

≥1

 

ROIG certificaten

(kennis, wetenschap)

5

 

 

5

 

 

 

 

 

 

Kennistoets

(kennis, wetenschap, organisatie)

 

 

 

1

 

 

 

 

 

 

360 graden beoordeling

(Communicatie, samenwerking, reflecteren)

 

 

 

1

 

 

 

 

 

 

 

         SD 4 Inwerkprogramma en documenten voor nieuwe arts-assistenten

 

Voorbereiding

  • Start na toezegging, ongeveer vier weken voor aanvang van de werkzaamheden
  • Contact opnemen met het hoofd van het secretariaat Interne Geneeskunde, Mw. M. van de Zanden
  • Het secretariaat vraagt een telefoon en netwerkfaciliteiten aan bij de afdeling ICTA
  • Contact opnemen met de linnenkamer (070-3124161) voor het aanmeten van werkkleding: witte broeken, shirts en doktersjassen
  • Contact opnemen met de afdeling PO&O (071-3124601/4603) voor het aanleveren van een kopie van de artsenbul, de BIG-registratie en curriculum vitae (met hierin opgenomen een lijst van publicaties, voordrachten, posterpresentaties), voor het aanstellingscontract en het ziekenhuispasje met de geëigende autorisaties.
  • Nieuwe assistenten worden door Marian van der Zanden opgegeven voor de Landsteinercursus

 

Inwerkprogramma Bronovo

  • Op de eerste werkdag om 7.50 uur melden bij de (plaatsvervangend) opleider op de polikliniek Interne Geneeskunde.
  • In de eerste week kennismaken met medewerkers en afdelingen in het ziekenhuis:
  • Internisten en arts-assistenten interne geneeskunde
  • Secretaresses polikliniek
  • Diabetes verpleegkundigen en Verpleegkundig specialisten oncologie en hypertensie
  • Medisch Coördinator SEH, SEH-verpleegkundigen (unithoofd en secretaressen), HAIO’s en poortartsen
  • Afdelingsverpleegkundigen Wilhelmina en Elisabeth (unithoofden)
  • Intensivisten en ICU-verpleegkundigen (unithoofd)
  • Radiologen, Pathologen, Klinisch chemici, Apothekers, Medisch microbiologen
  • Coördinator Geestelijke gezondheidszorg en Coördinator Maatschappelijk werk
  • Raad van Bestuur
  • Meelopen op de verschillende afdelingen (Wilhelmina, Elisabeth, CCU/EHH, IC en SEH)
  • Bijwonen spoedpoli (elke dag 11.30 uur) op de poli Interne
  • Meelopen tijdens minimaal één avonddienst en één weekenddagdienst
  • Tijdens meelopen leren gebruiken van Mirador/Soarian, DOT, EVS, G2 speech
  • Volgen reanimatietraining Bronovo op de SEH (af te spreken via unithoofd SEH)
  • Bestuderen acute boekje en therapiegids.
  • Aanvragen toegang portfolio via de NIV
  • Aanmelden voor start gesprek met opleider via swessel@bronovo.nl
  • Aanmelden FCCS (Fundamental Critical Care Support) cursus via fccs.nl. Kosten declaratie bij Mw. M. van de Zanden.
  • Evaluatie inwerkperiode na 4 weken met de (plv.) opleider
  • Vanaf een maand na indiensttreding kunnen zelfstandig avonddiensten worden gedaan
  • Vanaf twee maanden na indiensttreding starten de weekend en nachtdiensten.

 

Telefoonnummers van afdelingen en vaste medewerkers van Ziekenhuis Bronovo staan in de telefoongids op het BN net. Belangrijke telefoonnummers:

 

9                             telefooncentrale

2000                      SIT-team

4200                      hartteam (reanimatie) 

4444                      Brandmelding

5147                      secretariaat Interne Geneeskunde

4268                      balie Wilhelmina

4202                      receptie

4000                      helpdesk automatisering

4445/6                  SEH       

4019                      intensive care assistent

4020                      intensive care

4017                      CCU

4400                      EHH

4258/4542           radiologielaborant

5700                      assistent interne

070-3104911      politie

070-3124141      ziekenhuis Bronovo

 

Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen

Voorwoord

Voor u ligt de Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen (Modelinstructie). In augustus 1998 is de brochure onder de naam Instructie assistent-geneeskundigen werkzaam in ziekenhuizen voor het eerst uitgegeven. In de tweede uitgave is de naam assistent-geneeskundige veranderd in die van arts in opleiding tot specialist (aios). De Modelinstructie is op initiatief van de LAD tot stand gekomen in overleg met de Orde, KNMG, LHV, LVAG en NVZ.

Hiermee is gevolg gegeven aan de besluiten van het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) en het College voor Huisarts- geneeskunde en Verpleeghuisgeneeskunde (CHVG) en de Registratiecommissies van de KNMG. De naam assistent-geneeskundige in opleiding tot medisch specialist (agio), huisarts in opleiding (haio) en verpleeghuisarts in opleiding (vaio) zijn gewijzigd in die van arts in opleiding tot specialist (aios).

Het doel was en is nog steeds: invulling geven aan de op grond van de Kwaliteitswet Zorginstellingen bestaande verplichting van de ziekenhuisorganisatie zorg te dragen voor een verantwoorde zorgverlening en voor adequate randvoorwaarden daarvoor. Een van die randvoorwaarden is blijkens onder andere de jurisprudentie een Modelinstructie voor arts(en) in opleiding tot (medisch) specialist.

Ter ondersteuning van de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist, de medisch specialisten en de ziekenhuizen hebben de bovengenoemde organisaties de Modelinstructie arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist werkzaam in ziekenhuizen opgesteld, waarbij rekening is gehouden met zowel de bestaande wet- en regelgeving als met de op dit onderwerp betrekking hebbende jurisprudentie.

Deze Modelinstructie is naar het oordeel van de betrokken organisaties een evenwichtig document, waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist zorgvuldig staan omschreven. Onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de ziekenhuis- organisatie voor de precieze inhoud van een instructieregeling wordt deze Modelinstructie inmiddels door de ziekenhuisorganisaties toegepast. Dit geldt voor zowel de Algemene ziekenhuizen als voor de Universitair Medische Centra (UMC’s). In het Kaderbesluit van het Centraal College Medische Specialismen is opgenomen dat de ziekenhuizen deze Modelinstructie vóór de aanvang van de opleiding aan de arts in opleiding tot (medisch) specialist verstrekken.

Wij zijn ervan overtuigd dat deze Modelinstructie een bijdrage levert aan het optimaliseren van de afbakening van de verantwoordelijkheden tussen de arts al dan niet in opleiding tot (medisch) specialist enerzijds en de medisch specialist(en) en de ziekenhuisorganisatie anderzijds.

Utrecht, september 2006

 

Considerans

Overwegende, dat:

  • de arts bevoegd is tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst en als zodanig een eigen medische verantwoordelijkheid heeft;  
  • de arts die op grond van een arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling werkzaam is, verplicht is de overeengekomen werk- zaamheden naar beste vermogen te verrichten en zich daarbij te gedragen naar de door of vanwege de raad van bestuur/directie gegeven aanwijzingen;
  • aanwijzingen met betrekking tot werkzaamheden in het kader van de zorgverlening – al dan niet in verband met de opleiding – gegeven worden door de opleider en overige behandelend medisch specialisten die een overeenkomst hebben met het ziekenhuis, onverlet het hierboven vermelde omtrent de door of vanwege de raad van bestuur/directie gegeven aanwijzingen;
  • de verantwoordelijkheid tot supervisie bij de zorgverlening niet alleen gedragen wordt door de opleider, maar door alle medisch specialisten en/of andere artsen die betrokken zijn bij de zorg- verlening waaraan de arts deelneemt;
  • er in beginsel geen onderscheid is in supervisie van de artsen in opleiding en de artsen niet in opleiding;
  • het uit een oogpunt van duidelijkheid voor zowel artsen al dan niet in opleiding, medisch specialisten en andere artsen, patiënten als ziekenhuis, gewenst is te beschikken over een instructie, waarin de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van deze artsen zijn omschreven;
  • voor de arts in opleiding tot (medisch) specialist de opleidingseisen gelden, zoals vastgesteld door het CCMS of het CHVG, en de Modelinstructie dan wel een instructie die voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld ingevolge deze Modelinstructie;
  • de Modelinstructie dan wel een instructie die voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld ingevolge deze Modelinstructie onverbrekelijk zijn verbonden met de arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling van de arts; is tussen de LAD, KNMG, Orde, LVAG, LHV en NVZ de volgende Modelinstructie overeengekomen:

 

 

  1. Begripsbepalingen

In deze Modelinstructie wordt verstaan onder:

  1. arts: de arts die al dan niet in het kader van de opleiding tot (medisch) specialist (aios) onder functionele verantwoordelijkheid van de betrokken medisch specialisten en/of andere artsen deelneemt aan de zorgverlening;
  2. superviserend arts: degene die op basis van binnen het ziekenhuis gemaakte afspraken in voorkomende gevallen moet worden aangemerkt als functioneel leidinggevende/opdrachtgever. Dit kan zijn:

degene die de medische verantwoordelijkheid draagt voor de zorgverlening aan de patiënt in kwestie (veelal de behandelend medisch specialist) óf 2. een medisch specialist ingeschreven als opleider c.q. plaatsvervangend opleider in het register van de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC).

Algemene bepalingen

2.1  De arts is verplicht, onverlet zijn/haar eigen medische verantwoordelijkheid, de hem/haar opgedragen werkzaamheden in het kader van de zorgverlening en/of de opleiding naar beste vermogen te verrichten, met inachtneming van:

-  geldend recht;

-  door of vanwege de raad van bestuur/directie vastgestelde regelingen;

-  vigerende medische protocollen/richtlijnen;

-  de eventueel bij de opdracht gegeven aanwijzingen.

2.2  De arts ontvangt bij zijn/haar indiensttreding:

-  een taak-functieomschrijving;

-  een verwijzing naar de protocollen/richtlijnen van het betreffend medisch specialisme;

-  (een verwijzing naar) de in het ziekenhuis geldende regelingen die relevant zijn voor zijn/haar functioneren en waaraan hij/zij

                  wordt geacht zich te conformeren;

-  een binnen het betreffende medisch specialisme geldende roostersystematiek, aan de hand waarvan de arts wordt

   ingedeeld op de diverse afdelingen;

-  een overzicht van de voor de betrokken arts in opleiding tot specialist verplichte gezamenlijke besprekingen met medisch  

   specialisten en/of andere medewerkers, die bij de zorgverlening zijn betrokken.

-  deze Modelinstructie dan wel een instructie die voldoet aan de eisen die daaraan kunnen worden gesteld ingevolge deze    Modelinstructie.

2.3  De superviserend arts bepaalt periodiek, na overleg met de arts, aan de hand van:

-  het stadium van de opleiding/ervaring van de betrokken arts;

-  de concrete bekwaamheid van de arts;

-  de opleidingseisen van het CCMS of het CHVG, tot het verrichten van welke handelingen de arts zelfstandig in staat mag worden

geacht en welke handelingen onder leiding (van een medisch specialist) moeten worden verricht. De superviserend arts legt dit overeenkomstig de binnen het ziekenhuis gebruikelijke wijze schriftelijk vast. Waar van toepassing in het kader van de functie en/of opleiding, draagt de superviserend arts er zorg voor dat hij/zij op de hoogte blijft van de vorderingen van de arts.

2.4  De arts is verplicht bij twijfel over zijn/haar eigen bekwaamheid te overleggen met de superviserend arts.

2.5  Voor overleg met de arts is te allen tijde een superviserend arts bereikbaar. Indien de arts van oordeel is dat de superviserend arts naar het ziekenhuis dient te komen, zal hij/zij dit expliciet verzoeken aan de superviserend arts.

2.6  De arts overlegt met de behandelend medisch specialist wie welke informatie aan de patiënt verstrekt.

2.7  De arts heeft het recht op grond van ernstige gewetensbezwaren te weigeren een bepaalde handeling te verrichten. De superviserend arts beslist vervolgens over de verdere behandeling van de patiënt. Bij indiensttreding meldt de arts eventuele gewetensbezwaren, zodat daarmee rekening gehouden kan worden.

2.8  De arts dient – onverlet de regeling binnen het ziekenhuis – onverwijld de superviserend arts op de hoogte te brengen van iedere gebeurtenis – al dan niet veroorzaakt door menselijk handelen of nalaten – bij onderzoek, behandeling, verpleging of verzorging van de patiënt(en), welke tot een schadelijk gevolg voor de patiënt(en) heeft geleid, dan wel naar algemene ervaringsregels had zullen leiden, indien dit niet voorkomen was door een toevallige gebeurtenis of door een tevoren niet gepland ingrijpen. De superviserend arts ziet toe op melding bij de Meldingscommissie Incidenten Patiëntenzorg (MIP)/de commissie voor Fouten, Ongevallen en Near Accidents (FONA)/de commissie voor (melding van) Fouten, Ongevallen en Bijna-Ongevallen (FOBO) in de medische zorg, conform de in het ziekenhuis vigerende regeling.

2.9  In geval van stages bij (een) ander(e) medisch(e) specialisme(n) kan (de verantwoordelijkheid voor) de supervisie en daarmede de verantwoordelijkheid worden gedelegeerd aan de stage verlenende medisch specialist(en) en worden daaromtrent afspraken gemaakt.

  1. Werkverdeling

3.1  De superviserend arts en/of de daarvoor binnen het ziekenhuis verantwoordelijke(n) draagt (dragen) zorg voor een rooster voor de arts, dat tijdig onder hen dient te worden verspreid en aan de hand waarvan de werkzaamheden in het kader van de zorgverlening op de verschillende afdelingen worden verdeeld onder en opgedragen aan de arts.

3.2  Het rooster dient te voldoen aan de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit en de toepasselijke rechtspositieregeling(en).

3.3  De arts woont diverse soorten (patiënten)besprekingen bij, die naar het oordeel van de superviserend arts van belang zijn voor de functie en/of opleiding. De arts neemt, conform de opleidingseisen, tenminste deel aan patiëntenbesprekingen, klinische conferenties en refereer- bijeenkomsten in het ziekenhuis en in overleg met de opleider aan die welke worden gehouden in een opleidingsinrichting waarmee een samenwerkingsverband bestaat.

  1. Opdrachten

4.1  De superviserend arts geeft de arts alleen die opdrachten waarvan hij/zij redelijkerwijs mag aannemen dat de arts beschikt over de bekwaamheid, die is vereist voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten.

4.2  De arts aanvaardt alleen opdrachten indien hij/zij redelijkerwijs mag aannemen dat hij/zij beschikt over de bekwaamheid, die is vereist voor het behoorlijk uitvoeren van die opdrachten.

4.3  Indien de arts aangeeft dat bepaalde opdrachten zijn/haar bekwaamheid te boven gaat, zal de superviserend arts voor de noodzakelijke begeleiding zorgdragen dan wel de opdrachten zelf uit (laten) voeren.

4.4  De superviserend arts draagt er zorg voor dat hij/zij op de hoogte blijft van de toestand van de door de arts behandelde patiënten.

4.5  De arts kan opdrachten geven aan verpleegkundigen, volgens bestaand vanwege raad van bestuur/directie, medisch specialisten en/of verpleegkundige leiding vastgesteld beleid.

  1. Medische handelingen

5.1  De arts is gerechtigd alle medische handelingen te verrichten die noodzakelijk zijn in het kader van de zorgverlening, voor zover hij/zij redelijkerwijs mag aannemen dat hij/zij over de daartoe benodigde bekwaamheid beschikt. In geval van twijfel en/of indien de toestand van de patiënt daartoe aanleiding geeft is hij/zij verplicht met de superviserend arts overleg te voeren. De arts pleegt in ieder geval overleg met de superviserend arts over (dreigende) complicaties, abnormaal verloop van het genezingsproces en bijzondere uitslagen.

5.2  Voor het verrichten van een aantal medische handelingen kan het gewenst zijn dat de arts deze uitsluitend uitvoert onder leiding van de superviserend arts.

5.3  De arts treedt in beginsel zelfstandig op in het kader van de zorg- verlening aan de patiënten met inachtneming van de vigerende protocollen/richtlijnen ter zake. De arts voert overleg met de super- viserend arts in geval van twijfel en meer in het bijzonder indien de toestand van de patiënt daartoe aanleiding geeft.

5.4  De arts doet aan de superviserend arts melding van overleden patiënten.

5.5  De arts neemt slechts beslissingen tot opname, overplaatsing of ontslag van een patiënt na verkregen toestemming van de superviserend arts, tenzij de gezondheidstoestand van de patiënt overleg niet toelaat.

5.6  Over doorverwijzing naar een medisch specialist van een ander specialisme en terugverwijzing naar de huisarts overlegt de arts met de superviserend arts, behalve indien de vigerende protocollen/richtlijnen hierin op andere wijze voorzien.

5.7  Het aanvragen en verrichten van een intercollegiaal consult wordt gedaan door een medisch specialist dan wel door de arts in opdracht van een medisch specialist.

  1. Spoedeisende hulp

6.1  De arts pleegt zo spoedig mogelijk overleg met de superviserend arts over alle meervoudig getraumatiseerde patiënten.

6.2  De arts meldt terstond bij de superviserend arts de (telefonische) mededeling omtrent de komst van een patiënt die mogelijk in een levensbedreigende situatie verkeert.

  1. Verslaglegging / medisch dossier

Onverlet de verplichting in de Wet op de geneeskundige behandelings- overeenkomst (WGBO) voor de behandelend specialist, houdt de arts een dossier/status conform de binnen het ziekenhuis gebruikelijke procedures bij met betrekking tot de behandeling van de patiënt. Dit wil zeggen, dat hij/zij aantekeningen maakt over de gegevens omtrent de gezondheids- toestand van de patiënt, de uitgevoerde handelingen en van de aan de patiënt gegeven informatie. Hij/zij neemt andere stukken, bevattende zodanige gegevens, daarin op, een en ander voor zover dit voor een goede zorgverlening van de patiënt noodzakelijk is.

  1. Slotbepalingen

8.1 Indien de arts van de Modelinstructie afwijkt dient, indien de omstandigheden dit toelaten, te allen tijde overleg plaats te vinden met de superviserend arts.

8.2 In alle gevallen met betrekking tot de zorgverlening van een patiënt door een arts, waarin de Modelinstructie niet voorziet, beslist de superviserend arts.

 

 

SD5 Kwaliteit en Veiligheid Bronovo

 

Kwaliteitsbeleid Bronovo wil een ziekenhuis zijn dat uitstekende patiëntenzorg biedt met een hoog serviceniveau. Dat staat voorop in de missie van het ziekenhuis. Om systematisch te werken aan een goede organisatie, verantwoorde en veilige zorg, werkt Bronovo sinds 2003 met een kwaliteitssysteem. Sinds 2004 is Bronovo in het bezit van een extern accreditatiebewijs. Het accreditatiebewijs is toegekend door het Nederlands Instituut voor Accreditatie in de Zorg (NIAZ). In 2008 is de Stichting als totaal geaccrediteerd. In 2013 werd her-accreditatie verkregen. Het toegekend krijgen van een accreditatiebewijs betekent dat het NIAZ heeft vastgesteld dat Bronovo aan de drie voorwaarden voor accreditatie voldoet:

  • De cultuur is gericht op voortdurende verbetering van de kwaliteit alsmede op borging van de doorgevoerde verbeteringen;
  • De besturing en organisatie van de (zorg)processen zijn zo ingericht dat zij redelijkerwijs en reproduceerbaar leiden tot verantwoorde zorg;
  • De veiligheid van patiënten, medewerkers en bezoekers en omgeving is naar behoren geborgd.

 

Het NIAZ heeft betrekking op de totale bedrijfsvoering van het ziekenhuis. Specifiek in het kader van het kwaliteitsbeleid zijn in Bronovo de

onderstaande zaken van belang:

  • In het documentbeheerssysteem DKS worden de protocollen, procedures en werkinstructies van de Stichting beheerd. Gebruikers kunnen deze documenten raadplegen via DKSweb.
  • Ziekenhuizen zijn verplicht periodiek externe verantwoording af te leggen over de structuur, het proces en de uitkomsten van de zorg- en behandeling. Verantwoording wordt onder andere afgelegd aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de verzekeraars en patiënten- en consumentenfederaties. Externe verantwoording vindt plaats via het aanleveren van prestatie-indicatoren. Voor het aanleveren van de prestatie-indicatoren is het bijhouden van accurate registraties noodzakelijk.  
  • De tevredenheid en ervaringen van de patiënten wordt periodiek onderzocht met behulp van onderzoeken.
  • Op iedere afdeling vindt eens in de vier jaar een interne audit plaats. Ieder jaar vinden ongeveer 20 interne audits plaats. De audits worden uitgevoerd door medewerkers van de Stichting Bronovo-Nebo die daarvoor zijn opgeleid. Het referentiekader is de NIAZ normering.
  • Door middel van het intern auditsysteem wordt de opvolging van het NIAZ referentiekader doorlopend getoetst. Periodiek vindt externe toetsing door het NIAZ plaats. Het veiligheidsmanagementsysteem wordt geïntegreerd getoetst met de overige kwaliteitsnormen.

 

Veiligheidsbeleid

Naar aanleiding van het rapport ‘Hier werk je veilig, of hier werk je niet’ (2004) is het onderwerp patiëntveiligheid in de Nederlandse

ziekenhuizen hoog op de agenda gekomen. Landelijk is er veel aandacht voor patiëntveiligheid. Op 12 juni 2007 presenteerden verschillende

koepelorganisaties gezamenlijk het veiligheidsprogramma ‘Voorkom schade, werk veilig’. Hierin kondigen ze aan de veiligheid in de Nederlandse

ziekenhuizen in vijf jaar tijd met 50% te willen verbeteren door een ondersteunend veiligheidsprogramma aan te bieden aan de ziekenhuizen.

 

 

 

Ook Bronovo neemt deel aan dit veiligheidsprogramma. Het veiligheidsprogramma richt zich op 2 pijlers;

  • Het reduceren van vermijdbare onbedoelde schade op tien inhoudelijke thema’s
  • Het implementeren van het veiligheidsmanagementsysteem op basis van een vastgestelde norm.

 

In het veiligheidsprogramma is gekozen voor de onderstaande tien inhoudelijke thema’s. Per thema wordt landelijk aangegeven wat de

doelstelling is en met welke interventies de doelstelling bereikt kan worden. Voor meer informatie zie www.vmszorg.nl.

De tien thema’s in het veiligheidsprogramma zijn:

  1. Voorkomen van ziekenhuisinfecties na een operatie.
  2. Voorkomen van schade bij patiënten met ernstige sepsis of lijnsepsis.
  3. Vroegtijdige herkenning van patiënten met bedreigde vitale functies.
  4. Medicatieverificatie bij opname en ontslag
  5. Voorkomen van onbedoelde vermijdbare schade bij de oudere patiënt met specifieke aandacht voor: herkennen en voorkomen van delier (verwardheid), valpreventie, voorkomen van mobiliteitsverlies en voorkomen en verhelpen van ondervoeding.
  6. Optimale zorg bij acute coronaire syndromen (ACS)
  7. Vroege herkenning en behandeling van pijn.
  8. High Risk Medicatie: klaarmaken en toedienen van parenteralia
  9. Verwisselingen van en bij patiënten.
  10. Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen

 

In het verlengde van het landelijke veiligheidsprogramma neemt Bronovo deel aan een regionaal netwerk: het netwerk West Nederland. Binnen

dit netwerk wordt informatie uitgewisseld tussen ziekenhuizen en best practices gedeeld. Het netwerk bestaat uit de Coöperatie ziekenhuizen,

het Rijnland ziekenhuis, het Diaconessenhuis Leiden en het LUMC.

 

Patiëntveiligheid binnen Bronovo en het veilig melden van incidenten

Binnen Bronovo wordt gewerkt aan de twee pijlers van het landelijke programma; het implementeren van een veiligheidsmanagementsysteem

(VMS) en de implementatie van de bovengenoemde thema’s. Een essentieel onderdeel van een VMS is het melden van incidenten.

Door het analyseren van meldingen worden risico’s op onveilige situaties inzichtelijk. Met behulp van deze informatie kunnen

verbetermaatregelen worden getroffen waardoor de kans op herhaling van een incident kleiner wordt. De zorg aan patiënten wordt hierdoor

veiliger. Het melden van incidenten is bovendien een professionele en juridische plicht.

In Bronovo wordt gestreefd naar een cultuur waarin sprake is van openheid en transparantie, waarin het melden en bespreken van incidenten

vanzelfsprekend is en waarin medewerkers bereid zijn van incidenten te leren. Het is belangrijk dat medewerkers in hun werkomgeving

vertrouwen en veiligheid ervaren om incidenten te melden. Procedures, reglementen en formulieren omtrent het melden van incidenten en de

patiëntveiligheidscommissie zijn te vinden op DKS. Het intoetsen van het woord ‘veiligheid’ in de zoekfunctie is genoeg om alles omtrent dit

onderwerp te vinden.

 

 


SD 6 Besprekingen

 

Radiologiebespreking:

Ma t/m vr, 8.00 – 8.15 uur, demonstratieruimte radiologie

Internisten, dienstdoende longarts, (co)assistenten, semiarts

De radioloog presenteert in eerste instantie de verrichte onderzoeken vanuit de dag of weekendlijst. Het betreft elke opgenomen patiënt,

waarbij standaard een opname thorax foto is verricht, en op verzoek patiënten die op de SEH of polikliniek zijn gezien. Zo mogelijk

worden de onderzoeken besproken in de volgorde: X-thorax, echo, CT en MRI. Na het noemen van de naam of patiëntennummer geeft de

(co)assistent of semiarts sterk samengevat de essentiële informatie over de patiënt: leeftijd, geslacht, (waarschijnlijkheid)diagnose of klinische presentatie en vraagstelling. Het is niet de bedoeling dat een uitgebreid exposé wordt gegeven van de hele ziektegeschiedenis.

Bij het bespreken van de onderzoekingen vindt op klinische indicatie discussie plaats over de bevindingen of het aan te vragen aanvullend onderzoek of de te verrichten ingreep (bijv. biopsie).

 

Ochtendoverdracht:

Ma t/m vr, 8.15 – 8.30 (ma 8.45) uur, Fesevurzaal

Internisten, dienstdoende longarts, (co)assistenten, semiarts

De dienstdoende internist van de afgelopen avond/nacht of weekend is voorzitter van het ochtendrapport.

       Voorafgaande aan het rapport wordt door de dienstdoende assistent van de Wilhelmina afdeling de PC aangezet en Mirador/Soarian opgestart waardoor alle laboratoriumgegevens tijdens het rapport beschikbaar zijn. De assistent die nachtdienst heeft gedaan presenteert als eerste de patiënt(en) die voor de longziekten zijn opgenomen in aanwezigheid van de longarts. De opgenomen patiënten voor de cardiologie worden apart op de cardiologieoverdracht gebracht. Vervolgens worden per (co)assistent de opgenomen patiënten van de vorige werkdag gebracht. Daarna worden de opgenomen patiënten van de afgelopen avond en nacht genoemd.

Elke patiënt wordt volgens een vaste volgorde besproken: naam, leeftijd, afdeling, (waarschijnlijkheid)diagnose of klinische presentatie en

vraagstelling, alleen relevante gegevens uit anamnese, lichamelijk, laboratorium en aanvullend onderzoek, (differentiaal)diagnose, beleid en

follow-up. In principe geldt de regel: kort als het kan en uitgebreider bij complexe of leerzame patiënten. De internisten geven alleen daar waar nodig kort commentaar. Voor uitgebreide discussie wordt verwezen naar de patiënten bespreking op de dinsdag.

Elke dag worden ook de overledenen vernoemd waarbij gecheckt wordt wat de doodsoorzaak is, of obductie wordt verricht en wie de huisarts informeert. Ook de complicaties worden geregistreerd waarbij bepaald wordt wie het complicatieformulier invult en opstuurt en of de complicatie plenair besproken moet worden. De internist-voorzitter leidt het rapport, registreert de opgenomen patiënten, complicaties en overledenen, bewaakt de voortgang en geeft aan of verdere uitwerking gewenst is op de patiëntenbespreking.

 

Avondoverdracht:

Ma t/m vr, 17.00(30) – 17.15(45) uur, assistentenkamer Wilhelmina

Internisten, (co)assistenten, semiarts

Het avondrapport wordt opgenomen door de dienstdoende assistent onder supervisie van de dienstdoende internist. Patiënten die potentieel

extra aandacht kunnen vragen in de (weekend)dienst worden besproken. Daarbij wordt geanticipeerd op het te voeren beleid bij complicaties

(‘if, then’ ). Op indicatie worden vervolgens patiënten op zaal beoordeeld door dienstdoende assistent en internist. Het avondrapport is ook het

moment voor terugkoppeling van het beloop van eerder opgenomen patiënten.

 

Onderwijsbespreking Interne Geneeskunde

Elke maandag, 12.00 – 13.00 uur, Fesevurzaal

Assistenten, semi-arts, coassistenten, opleider

Op de maandag vindt een verplichte onderwijsbespreking plaats volgens een opgesteld rooster. Onderwerpen worden uitgekozen op basis van

het ROIG programma. Opgegeven literatuur ter voorbereiding van de ROIG dagen wordt verdeeld onder de assistenten die een presentatie

voorbereiden. De internist met het betreffende aandachtsgebied is aanwezig voor begeleiding en het geven van aanvullend commentaar. Het

programma wordt aangevuld met bespreking van de kennistoets en andere onderwerpen door diverse specialisten.

 

Oncologiebespreking

Elke maandag, 16.30-17.30 uur, demonstratieruimte radiologie

Internist-oncoloog (Bronovo en LUMC), radiotherapeut (RC West en LUMC), chirurg (Bronovo en LUMC), radioloog, nucleair geneeskundige, klinisch patholoog, arts-assistenten en verpleegkundige specialisten oncologie, mamma care en stomazorg.

Op deze bespreking worden patiënten besproken met een nieuwe oncologische diagnose of noodzaak tot beleidswijziging of -beslissing. Via een

videoverbinding participeren internist-oncoloog, chirurg en radiotherapeut van het LUMC aan de

bespreking. De inbrengende specialist (o.a. de internist of arts-assistent) bereidt de bespreking voor door de persoonsgegevens van patiënt door

te geven aan de secretariaat interne via e-mail oncology@bronovo.nl, uiterlijk de vrijdag voor de bespreking om 12.00 uur. Uiterlijk op maandag

12.00 uur dient het ingevulde oncologiebesprekingsformulier naar oncology@bronovo.nl gestuurd worden. Tijdens de bespreking draagt de

internist of arts-assistent de klinische gegevens van de patiënt voor. De radioloog, nucleair geneeskundige en patholoog demonstreren het

aanvullend onderzoek waarna het team tot besluitvorming komt voor het te voeren diagnostisch en therapeutisch beleid. Het verslag komt

digitaal beschikbaar en wordt ook naar de huisarts gestuurd.

Sinds 2011 worden in toenemende mate tumorspecifieke besprekingen gehouden, vooral in A12/MCH-Bronovo verband. Zo worden 2 x / week

mammabesprekingen gehouden (dinsdag en donderdag 12.30-13.30 uur), blaascarcinoombespreking (om de week dinsdag 8.00-8.30 uur),

algemene uro-oncologiebespreking (om de week dinsdag 16.30-17.30 uur), gyneco-oncologiebespreking (woensdag 17.0-18.00 uur) en

longoncologiebespreking (donderdag 16.30-17.30 uur). In de loop van 2014 zal ook een GE-oncologiebespreking worden gestart waarna de

algemene oncologiebespreking op de maandag middag zal verdwijnen.

 

Papieren visite

Elke dinsdag, 9.30-11.30 uur, Fesevurzaal

De (co)assistenten en semi-arts brengen zo mogelijk elke week een patiënt van de afdeling of polikliniek. Patiënten worden in de vaste

volgorde van de overdracht gepresenteerd: titel, naam, geboortedatum, patiëntennummer, relevante gegevens uit anamnese, lichamelijk,

laboratorium en aanvullend onderzoek, (differentiaal)diagnose en beleid. Vervolgens wordt op 1 a 2 aspecten nader ingegaan aan de hand van

       een klinische vraag waar vanuit richtlijn of literatuur antwoord op wordt gegeven. Tot slot wordt teruggekeerd naar de patiënt met follow-up en

vraagstelling voor discussie. Het eindpraatje van de coassistent hoeft niet patiënt gebonden te zijn en kan een algemeen of persoonlijker onderwerp hebben. Elke aios brengt regelmatig een patiënt met een complicatie of bespreekt een kwaliteitsonderwerp. Bij 10-15 minuten presentatie en 5 minuten discussie kunnen 5-6 patiënten de revue passeren. De (plv.)opleider leidt de discussie en registreert digitaal de onderwerpen. Door middel van een KPB papieren visite kan de presentatie geëvalueerd worden.

 

Heelkundebespreking

Elke dinsdag, 17.00-17.15 uur, demonstratieruimte radiologie

Internisten, MDL-artsen, chirurgen, longarts, radioloog, patholoog, (co)assistenten, semi-artsen interne geneeskunde en heelkunde.

Patiënten die besproken moeten worden met de chirurg worden aangemeld bij de poli interne, email sharpal@bronovo.nl. Het programma

wordt op de dag van de bespreking rond gemaild. Assistenten bereiden de patiënt voor op een Word pagina die opgeslagen wordt in de map Heelkundebespreking op de G schijf. Zo mogelijk wordt ter voorbereiding de patiënt ook ‘s ochtends gebracht tijdens de patiënten bespreking. Tijdens de bespreking presenteert de assistent de klinische gegevens, radioloog en patholoog het aanvullend onderzoek, waarna een beleidsvoorstel gedaan wordt aan de chirurg. Er is ruimte voor het toevoegen van een korte educatieve noot rondom het raakvlak tussen Interne geneeskunde en Heelkunde. Na onderlinge discussie wordt een besluit genomen ten aanzien van het te voeren beleid.

Vervolgens worden de geopereerde patiënten die eerder zijn besproken terug gerapporteerd. De verantwoordelijk chirurg maakt een verslag van de bespreking met de genomen beslissingen dat ter inzage komt op de G-schijf en rond gemaild wordt.

 

Pathologie(necrologie)bespreking

Dinsdag om de week, 17.15-17.30 uur, demonstratieruimte radiologie

Klinisch patholoog, radioloog, internisten, (co)assistenten en semi-arts

Patiënten waarbij een biopsie of operatie is verricht worden voor maandag 16.00 uur aangemeld bij pathologie@bronovo.nl. Het wordt

aanbevolen om direct op de dag van de biopsie al de mail te versturen met naam, geboortedatum, patiëntennummer en eventueel PA

nummer. De aanvragend internist of assistent maakt een een korte samenvatting van de ziektegeschiedenis samen met een vraagstelling voor

de patholoog. Dit wordt als Word document opgeslagen onder pathologiebespreking op de G schijf. Het secretariaat van de pathologie stuurt

dinsdagochtend per mail de agenda met de biopten naar de internisten, radiologen en assistenten. Tijdens de bespreking geeft de internist of

assistent een samenvatting van de ziektegeschiedenis en wordt zo nodig relevant radiologisch onderzoek getoond. De patholoog bespreekt op

educatieve wijze het biopt waarna de casus wordt afgesloten met conclusie, beleid en beloop.

Bij een verrichte obductie worden ook overleden patiënt besproken op de necrologiebespreking die geïntegreerd is met de pathologiebespreking. Elke overleden patiënt bij wie obductie is verricht wordt hiervoor direct aangemeld bij pathologie@bronovo.nl  onder vermelding van naam, geboortedatum, patiëntennummer en naam van assistent en internist. Als de sectie is afgerond wordt het rapport naar de aanvragend artsen  gestuurd en komt de casus op het programma. De betrokken assistent maakt een korte samenvatting van de ziektegeschiedenis met vraagstelling voor de patholoog en plaatst die onder pathologiebespreking op de G schijf. Tijdens de pathologiebespreking worden de klinische gegevens door (vervangende) assistent of internist gepresenteerd. Vervolgens worden door de patholoog de macroscopische en microscopische bevindingen van de sectie besproken, waarna de casus wordt afgesloten met een epicrise.

 

 

 

Onderwijsbespreking Longziekten

Woensdag, 12.00-12.30 uur, overdrachtsruimte poli cardiologie

Longarts, assistenten.

Elke week wordt door de longarts of assistent die op de longziekten werkt op interactieve wijze aan de hand van een patiënt een onderwerp

besproken. Deze bespreking is een goede voorbereiding op de diensten en de stage longziekten en heeft als doelstelling de kennis en kwaliteit

van zorg voor de patiënt met een longaandoening te bevorderen. Ook het longfunctieonderzoek komt regelmatig aan de orde.

 

Onderwijsbespreking Intensive Care

Elke 2-3e donderdag van de maand, 12.15-12.45 uur

Intensivist, assistenten.

Een a twee keer per maand wordt op een interactieve manier een IC onderwerp besproken. Hierdoor wordt de kennis en de vaardigheden om een IC of vitaal bedreigde patiënt goed op te vangen bevorderd. Alle assistenten hebben de FCCS cursus gevolgd en krijgen minstens een keer per jaar reanimatietraining.

 

Intervisiebespreking

Elke 4e donderdag van de maand, 12.15-13.15 uur, Hardebroekkamer

Psychiater, assistenten

Een keer per maand komt de groep assistenten bij elkaar voor discipline overstijgende intervisie onder begeleiding van onze psychiater Tineke Vos. De assistenten hebben de gelegenheid om ervaringen te delen met de groep. Thema’s die bijvoorbeeld aan de orde komen zijn het omgaan met fouten, (veel)eisende patiënt of familie en beslissingen rondom het levenseinde. Deze bespreking is bij uitstek gericht op vorming van de niet-medische competenties zoals communicatie en reflecteren.

 

Refereeravond

Elke 3e donderdag van de maand, 18.00-20.00 uur, Fesevurzaal.

Internisten, assistenten, coassistenten, genodigden.

De maandelijkse refereeravond staat geagendeerd op het onderwijsrooster. Deze avonden worden afwisselend gebruikt voor klassieke

referaten van wetenschappelijke artikelen, MKSAP nascholing, en CAT’s. Voor de MKSAP avonden worden ook andere specialisten uitgenodigd

om de avond voor te bereiden en te modereren. Referaten worden gehouden volgens de Cochrane methode en voor de CAT wordt het speciale

CAT beoordelingsformulier gebruikt. Alle assistenten houden minstens twee keer per jaar een presentatie met feedback volgens een KPB

 

Opleidingsbespreking

Elke vrijdag 12.45-13.00 uur, Fesevurzaal.

Opleiders, internisten, assistenten

Actuele opleidingszaken worden doorgesproken met de assistenten. Het gaat om voortgang brieven, invulling van het onderwijsprogramma,

voorbereiding van abstracts en presentaties voor regionale bijeenkomsten en internistendagen. Tijdens deze bijeenkomst worden de

coassistenten beoordeeld en worden zo nodig moeilijke patiënten of logistieke problemen behandeld.

 

Onderwijsbespreking Cardiologie

Vrijdag, 13.30-14.15 uur, overdrachtsruimte cardiologie

Cardiologen, (co)assistenten, semi-arts.

Cardioloog of cardiologie assistent bespreekt zo mogelijk aan de hand van een patiënt een cardiologisch onderwerp voor verdieping van kennis.

De assistent dient dit minstens 1x per stage te doen in de vorm van een CAT. De opgedane kennis is van belang voor de opvang van

cardiologische patiënten in de diensten en op de afdeling.

 

Vakgroepvergadering

Elke eerste maandag van de maand, 18.00-20.30 uur, Harderbroekkamer

Internisten.

Onderwijs en opleidingszaken zijn vaste agendapunten om elkaar goed te informeren. De assistenten worden besproken waarbij voor een goede voortgang feedback en leerdoelen uitgewisseld wordt tussen de internisten.

 

Centrale Medische Opleidings Commissie (CMOC) vergadering

Vier keer per jaar, maandag 17-18 uur, Fesevurzaal

Alle specialistopleiders van Bronovo zijn vertegenwoordigd in de Centrale Opleidingscommissie (CMOC), die een proactieve sturende rol heeft. Vier keer per jaar wordt een vergadering belegd voor evaluatie en afstemming van gemeenschappelijke opleidingszaken, zoals visitaties, faciliteiten, opleidingsklimaat, portfolio, arbeidstijdenregistratie. De voorzitter of diens plaatsvervanger doet verslag van de regionale opleidingsvergaderingen. Twee aios zijn hierbij aanwezig. Zij geven feedback over de voortgang van de opleiding

 

Opleidingvergadering

Vier keer per jaar, Fesevurzaal, maandag 12.00-13.00 uur, een keer per jaar ’s avonds met diner 18-21 uur

Opleiders, internisten, stagehouders, alle assistenten, onderwijskundige

Deze vergadering is bedoeld voor onderlinge afstemming met betrekking tot de opleiding Interne Geneeskunde. De vergaderingen hebben een vaste agenda: stage evaluatie, kwaliteitscyclus, docentprofessionalisering, rondvraag. Aan het begin van het jaar vindt een uitgebreide

plenaire vergadering plaats waarbij een thema in de diepte wordt uitgewerkt. De vergaderingen worden voorgezeten door de opleider en

genotuleerd door een van de assistenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

SD 7 cursussen

 

Landsteinercursus

  • Een SEH-training is verplicht voor alle (beginnende) arts-assistenten van Bronovo, die op de SEH diensten werkzaam zullen zijn.
  • Nieuwe assistenten volgen zo spoedig mogelijk na in dienst training de Landsteinercursus ter voorbereiding van de diensten.
  • Deze cursus wordt georganiseerd door het Landsteiner Instituut (LI) dat verbonden is aan het MCH in Den Haag
  • Nieuwe assistenten worden door Marian van der Zanden opgegeven bij Paula Rensen, opleidingsadviseur LI: rensen@landsteiner.nl
  • De training vindt plaats in het skillslab op de tweede etage van het H-gebouw van het MCH Westeinde
  • Assistenten volgen gedurende drie werkdagen de SEH-training. De volgende onderwerpen worden behandeld:
  • ABCDE-methodiek (incl. examen);
  • ALS (incl. examen);
  • APLS (incl. examen);
  • airway;
  • autopulse/Lucas;
  • bloedgassen;
  • ECG-leer;
  • kindermishandeling;
  • PBLS;
  • sepsis;
  • X-thorax beoordelen.

 

FCCS (Fundamental Critical Care Support) cursus

  • Elke nieuwe assistent volgt deze cursus ter voorbereiding op de diensten, waarbij ook op de IC gewerkt wordt.
  • Deze cursus van een week wordt georganiseerd door het secretariaat van de NVIC (Nederlandse Vereniging voor Intensive Care)
  • Nieuwe assistenten moeten zich zo spoedig mogelijk opgeven via de website van de FCCS
  • Het cursusmateriaal wordt 6-8 weken van te voren opgestuurd. Assistenten moeten rekening houden met een forse studiebelasting
  • Een voorbeeld van het programma is te vinden op de website van de FCCS

 

Boerhaavecursus

  • Voor aios in de Leidse OOR biedt het LUMC via Boerhaave Nascholing onderwijs discipline overstijgend onderwijs aan
  • Aanmelding dient te geschieden op de website bij de verschillende cursussen.
  • Jaar 1: Actief in opleiding; introductie competentiegericht onderwijs
  • Jaar 1/2: Communicatie arts en patiënt
  • Jaar 2: Evidence based medicine
  • Jaar 3-4: palliatieve zorg, medische ethiek, onderwijskunde, medisch management, hulpverlenerschap

 

ROIG (Regionaal Onderwijs Interne Geneeskunde) en COIG (Centraal Onderwijs Interne Geneeskunde)

  • In de Leidse OOR worden elk jaar 5 ROIG cursussen georganiseerd.
  • Elke ROIG cursus vindt plaats op een woensdag en wordt 2x gehouden.
  • Literatuur voor de ROIG wordt in de weken voorafgaande de cursus voorbereid op de onderwijsbespreking Interne Geneeskunde
  • Het landelijk COIG-onderwijs wordt georganiseerd door de NIV (Nederlandse Internisten Vereniging)
  • Elk jaar worden vier cursussen georganiseerd: moleculaire biologie, water en zout, klinische farmacologie en klinische genetica
  • In het tweede jaar van de opleiding doen de aios mee aan de landelijke kennistoets.
  • Assistenten krijgen automatisch een inschrijfkaart toegestuurd als hun adresgegevens bekend zijn bij het COIG-secretariaat.

 

DESG (Diabetes Education Study Group) cursus Diabetes Mellitus

  • De DESG cursus diabetes mellitus is bedoeld voor de aios Interne Geneeskunde
  • Het wordt aanbevolen de cursus te volgen voorafgaande of aan het begin van de polikliniek stage
  • De cursus wordt verzorgd door de NIV. Inschrijving dient ruim op tijd te gebeuren via de website

 

Internistendagen

  • Elk jaar wordt in april de Internistendagen georganiseerd. Dit congres vindt plaats in Maastricht en duurt drie dagen.
  • De aios Interne Geneeskunde kunnen elk jaar deelnemen aan de internistendagen.
  • Het is de bedoeling dat voor medio januari een abstract wordt ingediend met wetenschappelijk onderzoek of een case report.
  • Inschrijving gaat via de aparte website van de internistendagen.

 

ALS (Advanced Life Support) cursus

  • Deze ALS cursus is verplicht voor de aios tijdens de eerste twee jaar van de vooropleiding tot cardioloog.
  • De cursus duurt twee dagen en wordt georganiseerd door de VVAA
  • Het doel is het in teamverband leren toepassen van specialistische reanimatie inclusief het verlenen van pre- en post-reanimatie zorg.
  • Inschrijving dient op tijd te gebeuren door middel van een email via de website

 

Basiscursus Nierziekten

  • Deze cursus is bedoeld voor de aios in vooropleiding tot cardioloog in het kader van de nefrologie stage
  • De cursus wordt bij voorkeur gevolgd in het tweede jaar.
  • De organisatie van de cursus wordt gecoördineerd vanuit de baar advies & organisatie.
  • De cursus wordt op vrijdagmiddag en zaterdagochtend gehouden.
  • Inschrijving dient ruim op tijd te gebeuren via de website.

 


SD 8: Portfolio

 

Portfolio

  • Het digitale portfolio is bedoeld om een overzicht te geven van de ontwikkeling gedurende de opleiding.
  • Het portfolio bestaat uit: a) het individueel opleidingsplan; b) documentatie van KPB, CAT en uitslag kennistoetsen c) verslagen van de stage, voortgangs en beoordelings gesprekken; d) registratie uitgevoerde verplichte opleidingsactiviteiten; e) overdrachtsverslag voor de       volgende opleider;  f) Alle correspondentie met de RGS
  • Elke AIOS is verplicht een volledig portfolio bij te houden en ter inzage te overleggen bij het eerste gesprek in een volgende opleidingskliniek, elk  voortgangsgesprek en voorafgaande aan de registratie.
    • De aios in vooropleiding tot internist melden zich voor toegang van het portfolio aan via de NIV site. Aios in vooropleiding tot cardioloog maken gebruiken van E-pass voor een betere aansluiting van de vervolgopleiding

 

Individueel opleidingsplan

  • Het individuele opleidingsplan is een document waarin de afspraken m.b.t. persoonlijke leerdoelen vastgelegd zijn die aios en opleider maken op basis van de ambitie, leerwensen en de voortgang van de aios
  • Het IOP bestaat uit het RGS opleidingschema, de onderdeelindeling in Bronovo en de leerdoelen per competentie.
    • Bij het startgesprek wordt de aios gewezen over de leidende rol van het IOP voor de vorming in alle CANMEDS competenties.
  • De leerdoelen worden zoveel mogelijk SMART geformuleerd: Specifiek; Is de doelstelling eenduidig? Meetbaar; Onder welke        (meetbare/observeerbare) voorwaarden is het doel bereikt? Acceptabel; Is deze acceptabel?  Realistisch; Is het doel haalbaar?        Tijdgebonden; Wanneer (in de tijd) moet het doel bereikt zijn?
    • In het IOP wordt aangegeven met welke leermiddelen aan de competenties gewerkt gaat worden en hoe de voortgang getoetst wordt.
    • De leerdoelen kunnen een horizon kennen voor de korte termijn (weken, maanden) of voor een langere periode tot ongeveer een jaar.
    • Het IOP is een dynamisch groeidocument. Dit blijkt uit de data waarop leerdoelen nieuw zijn geformuleerd of worden gewijzigd.
    • Het IOP is het uitgangspunt voor de voortgangsgesprekken met de opleider.

 

Stagegesprekken

  • Elke assistent heeft per onderdeel een vast supervisor.
  • Per stage van 4 maanden wordt een introductie, tussen en eindgesprek gehouden.
  • In het introductiegesprek wordt op basis van feedback van de vorige stage nieuwe leerdoelen geformuleerd, zowel op het gebied van medische als niet-medische competenties
  • In het tussengesprek vindt feedback plaats en worden de leerdoelen bijgesteld.
  • Het eindgesprek wordt gebruikt voor evaluatie van de gehele stage en aandachtspunten voor de volgende stage vastgesteld
  • Het verslag van de gesprekken dient voor verslaglegging en is opgenomen in het portfolio

 

 

KPB (Korte Praktijk Beoordeling)

  • De KPB is een instrument om gestructureerde feedback te geven op een taak die in de praktische setting wordt uitgevoerd.
  • De KPB is een verplicht onderdeel van het opleidingsplan en is onderdeel van het portfolio
  • De aios moet minstens 1x per maand, minimaal 10x per jaar, d.w.z. minimaal 4 x per stage een KPB krijgen.
  • De KPB kan toegepast worden op patiënt gebonden (algemeen, dienst, gesprek met patiënt, vaardigheid, brieven, overdracht, (papieren)visite) en niet-patiënt gebonden (presentatie refereeravond en onderwijsbespreking, 2x per jaar CAT)
  • De KPB betreft zowel het medisch handelen en minstens een van de niet-medische competenties.
  • Het KPB formulier wordt op initiatief van aios of supervisor bij voorkeur gezamenlijk ingevuld zo kort mogelijk na de opleidingsactiviteit.

 

CAT (Critical Appraisal Topic)

  • De CAT is een stijl van refereren, afkomstig uit EBM (Evidence Based Medicine)
  • De CAT is een verplicht onderdeel van het opleidingsplan
  • Elke aios maakt minimaal 2x per jaar een CAT, d.w.z. minimaal 1x per stage van 4 maanden, en presenteert deze op donderdagavond.
  • Bij een CAT wordt naar aanleiding van een klinische probleem een adequate vraag geformuleerd waarop via efficiënt zoeken naar bewijsmateriaal en kritische beoordeling van de literatuur een toepasbaar antwoord wordt gevonden.
  • De beantwoordbare vraag wordt geformuleerd als PICO (Patients Intervention Comparison Outcome)
  • De zoekstrategie kan verschillende domeinen betreffen: diagnose (wat heeft de patiënt?), etiologie (waar komt het door?), prognose (hoe loopt het af?), therapie (wat te doen?) en harm (kan het kwaad?). Zo nodig kan ondersteuning verkregen worden bij de Waleus bibliothecaris van het LUMC>
  • Het zoeken gebeurt in richtlijnen (NIV), Pubmed (Clinical Queries, broad sensitive search) en de Nederlandse Cochrane bibliotheek (DCC).
  • De resultaten wordt geselecteerd (bijv. RCTs), geïnterpreteerd (relevantie?) en uitgewerkt in een CAT tabel.
  • De CAT wordt verslagen in het CAT formulier, geëvalueerd via een KPB en opgeslagen op de G-schijf.

 

Voortgangs- en beoordelingsgesprekken

  • Elke aios heeft in het eerste jaar vier en in het tweede jaar twee voortgangsgesprekken met de (plv.) opleider.
  • Aan de hand van het individueel opleidingsplan (IOP) wordt de ontwikkeling van de medische en niet-medische competenties bewaakt
  • Persoonlijk leerdoelen worden vastgesteld, geëvalueerd en bijgesteld op basis van kpb, stagegesprekken en de uitslag van de kennistoets
  • Jaarlijks wordt een besluit genomen inzake voorzetting - al dan niet onder voorwaarden -, beëindiging, of verlenging van de opleiding

 

SD 9: Kwaliteitscyclus opleiding

 

Kwaliteitszorg in de opleiding Interne Geneeskunde Bronovo Ziekenhuis

In de opleiding Interne Geneeskunde in het Bronovo Ziekenhuis wordt belang gehecht aan planmatige evaluatie van de opleiding, opleiders en opleidingsomgeving. Het werken volgens de uitgangspunten van een continue (PDCA) verbetercyclus is het uitgangspunt. Dit houdt in dat een aantal stappen van kwaliteitsmonitoring in het opleidingsproces methodisch worden doorlopen. De  uitkomst van de cyclus vormt input voor het opnieuw doorlopen van de cyclus.

 

Figuur 1. Kwaliteitscirkel van Demming (bron: www.wikipedia.nl). PLAN: Kijk naar de huidige werkzaamheden en ontwerp een plan voor de verbetering van deze werkzaamheden. DO: Voer de geplande verbetering uit in een gecontroleerde proefopstelling. CHECK: Meet het resultaat van de verbetering en vergelijk deze met de oorspronkelijke situatie en toets deze aan de vastgestelde doelstellingen. ACT: Bijstellen aan de hand van de gevonden resultaten bij CHECK.

 

 

 

 

Hoe is de kwaliteitscyclus geborgd?

Op aansturing van de CMOC formuleert de opleiding Interne Geneeskunde (evenals de andere Bronovo specialistopleidingen) jaarlijks een aantal speerpunten ten behoeven van verbetering van de opleiding. Deze speerpunten worden geformuleerd op basis van uitslagen van de meetinstrumenten die onderdeel uitmaken van de kwaliteitscyclus. Daarnaast formuleert de opleider in samenspraak met de voorzitter van de CMOC en de onderwijskundige, voor de opleiding specifieke doelen en verbeterpunten. Jaarlijks wordt de voortgang in de ontwikkeling in de CMOC geëvalueerd en bijgesteld.  Ook de aios denken mee in de formulering van verbeterpunten naar aanleiding van D-RECT en EFFECT. De continue kwaliteitsverbetering is een vast agendapunt in opleidings- en vakgroepvergaderingen.

 

Professionalisering van de opleider en de opleidingsgroep

Een van de factoren die bijdraagt aan opleidingskwaliteit is de professionaliteit van de opleidingsgroep. Uitgangspunten hierbij:

  • De vakgroep zorgt voor een optimaal werk- en leerklimaat waarin de aios de opleiding kan volgen conform het opleidingsplan.
  • Opleiden, superviseren en ondersteunen van artsen in opleiding vereist specifieke kennis en vaardigheden. Deze zijn in het competentieprofiel voor opleider en leden van de opleidingsgroep beschreven in vier hoofdcategorieën:
  1. Toepassen van basisprincipes van opleiden van aios
  2. Opleiden op de werkplek
  3. Stimuleren, toetsen en bewaken van voortgang
  4. Samenwerken, organiseren en bevorderen van opleidingskwaliteit

Alle leden van de opleidingsgroep doen aan continue deskundigheidsontwikkeling in deze competentiegebieden en kunnen dit aantonen door deelname aan lokale (Bronovo), regionale (OOR Leiden) en landelijke cursussen (NIV, MMV, KNMG).

 

Instrumenten in de kwaliteitscyclus

Met behulp van diverse instrumenten wordt jaarlijks de kwaliteit van het opleidingsklimaat en de supervisie in kaart gebracht. Het opleidingsklimaat wordt gemeten met de Dutch Residency Educational Climate Test (D-RECT). De kwaliteit van de supervisie door de opleiders en de opleidingsgroep wordt eens per twee jaar met de EFFECT meting in kaart gebracht. Andere instrumenten waarmee de kwaliteit wordt gemonitord en geborgd zijn:  de opleidingsscan, de zelfevaluatie, de proefvisitatie vanuit het Bronovo Ziekenhuis en visitaties vanuit de wetenschappelijke vereniging. 

 

Kwaliteitsinstrumenten gedurende de vijf erkenningsjaren: D-RECT, EFFECT, opleidingsscan en een proefvisitatie.

De resultaten uit deze metingen fungeren als ijk-; reflectie-; en evaluatiepunten. De instrumenten worden in een PDCA cyclus opgenomen. De plaats in de cyclus wordt jaarlijks vastgesteld in de opleidingsvergadering. De verbeterpunten uit de evaluaties worden jaarlijks opgenomen in een verbeterplan. De voortgang van de verbeteringen wordt gemonitord met volgende metingen, in opleidingsvergaderingen, vakgroepvergaderingen en de CMOC.

 

Beschrijving van de instrumenten.

 

  1. D-RECT: meting leerklimaat

Frequentie: ieder jaar september

De D-RECT meet het leerklimaat zoals ervaren door de aios. Deze wordt jaarlijks Regionaal digitaal uitgezet in opdracht van de ROC. De resultaten worden terug gekoppeld naar de opleider, vervolgens besproken met de aios en advisering door een onderwijskundige en indien nodig worden verbeteracties geformuleerd.

 

  1. EFFECT: Geven van feedback op de begeleidingskwaliteiten van de individuele supervisor

Frequentie: eens in de 2 jaar

De supervisoren worden geëvalueerd door een aantal aios en iedere supervisor vult een zelfevaluatie in. Aan de hand van de vragenlijsten wordt een individueel feedback rapport gemaakt per supervisor en dit rapport wordt besproken in een aios-supervisor-dialoog. Tevens worden de groepsgemiddelden besproken met aios en staf. Aan de hand van dit gesprek worden er afspraken gemaakt over verbeterpunten en deze worden in een follow-up gesprek besproken. Dit traject wordt begeleid door een onderwijskundige.

 

  1. 3. Opleidingsscan:

monitoren mate en kwaliteit van competentiegericht opleiden

Frequentie: 2 keer per 5 jaar

Scoringslijst met items die door afzonderlijk door de groep aios en door de opleider ingevuld worden. Dit geeft een kwalitatief beeld hoe het loopt op de verschillende domeinen van opleiden, en de mate van implementatie van alle opleidingsmiddelen, zoals lokaal opleidingsplan, toetsing enz. Vervolgens bespreken de opleider en aios de scan met een onderwijskundige en formuleren aandachtspunten en verbeteracties voor de komende 2 jaar.

 

  1. Rapportage van de (proef)visitatie:

Rapport van de (proef)visitatie commissie. Verbeterpunten uit de rapportage worden opgenomen in het verbeterplan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SD 10: Instructies

 

  1. Werken op de spoedeisende hulp (SEH)

 

Organisatie SEH

  • Op de SEH werken poortartsen en HAIOS voor alle poortspecialismen. Een assistent Interne Geneeskunde (IG) met de diensttelefoon 5700 is beschikbaar voor de acute opvang van patiënten met interne aandoeningen.
  • De poortarts die om 8.00 u begint en telefoon 5625 heeft is die dag de stip dokter. Deze dokter is aanspreekpunt bij problemen voor de verantwoordelijke SEH verpleegkundige (tel 4733). Zij overleggen zo nodig met de medisch coördinator.
  • Alle patiënten die door de verpleegkundige zijn geaccepteerd, moeten door een arts worden onderzocht, ongeacht het probleem waarmee de patiënt zich presenteert.
  • Bij vooraanmelding reanimatie of instabiele patiënt moet er altijd een arts op de SEH aanwezig zijn om samen met de verpleegkundige de      patiënt te ontvangen. In principe gebeurt de opvang van deze patiënten door de specialistische assistent en/of de specialist.        Deze waarschuwen zn het reanimatie team (4200) of het SIT team (2000)
  • Het eerste contact na inschrijving gebeurt (binnen 10 minuten) door een SEH verpleegkundige, waarbij gebruik wordt gemaakt van het Manchester Triage Systeem. Hierbij wordt op basis van de klacht van de patiënt een medische urgentie toegekend. In de praktijk wordt een stroomschema geselecteerd, en daarbinnen een kleurcode met daaraan gekoppeld een maximale wachttijd tot contact arts.
  • Zie procedure ‘triage op de SEH’ in DKS.
  •  

Kleur

Omschrijving

Max wachttijd (min)

Rood

Acuut (direct levensbedreigend)

0

Oranje

Zeer urgent

10

Geel

Urgent

60

Groen

Standaard

120

Blauw

Niet-urgent

240

 

  • De patiënt moet zo snel mogelijk gezien worden door een arts om eerste beleid en prioriteit te bepalen. Probeer snel een indruk krijgen over
  •        de ernst van de ziekte, de uitgebreidheid van de diagnostiek en het al dan niet inschakelen van de specialistische arts assistent of uitstel van        A/LO. (zie score kaart alarmsignalen)
  • Bij drukte op de SEH:Als de wachttijd tot contact arts oploopt tot meer dan 45 minuten of er meer dan 2 patiënten wachten wordt naar de specialistische Wanneer de poortarts/assistent bij persisterende drukte verzuimt de achterwacht te waarschuwen kan de verantwoordelijk verpleegkundige direct contact opnemen met de achterwacht.
  • arts-assistent gebeld. Als de wachttijd oploopt tot meer dan twee uur moet de achterwacht gebeld worden.
  • Tijdens werkdagen tijdig andere arts-assistenten inschakelen en zo nodig een achterwacht. Dit zal de verantwoordelijke SEH verpleegkundige ook met je bespreken omdat hij/zij het overzicht heeft over de patiënten op de afdeling. De oudste verpleegkundige (pieper 4733) is degene wiens taak het specifiek is om dit overzicht te behouden en overlegt met de stipdokter (tel:5625).
  • Mondelinge opdrachten altijd schriftelijk bevestigen.
  • Notities in EPD altijd vergezeld gaan van de naam van de assistent en van de specialist met wie is overlegd.
  • Als patiënt op de polikliniek bekend is wordt de polikliniekstatus zo nodig direct opgehaald en geraadpleegd als patiënt geen EPD(Soarian) heeft.
  • Goede communicatie met de ervaren en specialistisch opgeleide SEH-verpleegkundigen wordt sterk aanbevolen. 
  • Vooraankondigingen
  • De SEH is voor coassistenten nieuw en onwennig. Geef hen duidelijke opdrachten. De verpleegkundigen coachen de co-assistenten ook, maar de verantwoordelijkheid voor hun handelingen ligt bij de arts. De coassistenten schrijven niet in het EPD. Inzet van de coassistent mag de doorlooptijd op de SEH niet substantieel verlengen.
  • Huisartsen kunnen patiënten voor de SEH aanmelden via de specialist of de poortarts/HAIO. Noteer de aanmelding met gegevens op het aanmelding formulier (bijlage 3) en leg dit bij de secretaresse. Bij twijfel of de patiënt gezien moet worden overleggen of doorverbinden met de achterwacht. Bij twijfel over snijdende patiënten overleg met de supervisor of de arts-assistent heelkunde.
  • Handig is om in de gaten te houden wat de beschikbaarheid van bedden is (IC, CCU, stroke bedden, zaal). Dit wordt op het dagbord op de SEH bijgehouden.
  • Huisartsen met specialistische vragen (bv over te voeren beleid bij een eigen patiënt) doorverbinden met desbetreffende achterwacht.
  • Neurologische vooraankondigingen ALTIJD doorverbinden met de neuroloog, ivm (on)mogelijkheid stroke/trombolyse patiënten op te vangen.Röntgenonderzoek
  •  
  • Formulieren volledig invullen (naam en telefoonnummer van aanvrager duidelijk vermelden voor eventueel overleg; tevens naam van specialist waarvoor het onderzoek wordt aangevraagd en supervisor vermelden).
  • Degene die aanvragen in het bakje van de Ro doet belt ook de X-laborant, met vermelding van het type foto en waar de patiënt zich bevindt.
  • Aanvragen spoed echo/CT in overleg met supervisor en/of radioloog.
  • Spoed-röntgenonderzoek (bv echo, CT) wordt door de poortarts/HAIO geregeld. Voor spoedaanvragen echo bellen met echokamer, CT-cerebrum bellen met CT kamer, overige CT bellen met radioloog.
  • Uitslag van elke beoordeelde foto (ook als samen met radioloog is beoordeeld) digitaal noteren op de foto zelf (op het röntgenstation op de SEH), onder vermelding van toestelnummer, zodat duidelijk is of de foto wel is gezien door een arts-assistent en foute beoordelingen eruit gefilterd en gecorrigeerd kunnen worden.Laboratoriumonderzoek
  •  
  • Bloedafname voor laboratoriumonderzoek en voor kweken gebeurt in principe door de verpleegkundige.
  • Labformulieren zijn digitaal, aanvraag gebeurt ook door de verpleegkundige, zo nodig in overleg met de arts; bij de aanvraag voor een D-dimeer dient echter de arts zelf het betreffende formulier in te vullen.
  • Aanvraagformulieren voor bloed of bloedproducten altijd voorzien van een handtekening.
  • Cito toxicologie altijd eerst overleggen met de (dienstdoende) apotheker. Eventueel gaat materiaal via het lab met de taxi naar de apotheek Haagse Ziekenhuizen.
  • Bij “bijzondere” aanvragen (4-factorenconcentraat, trombocyten transfusie) vooraf contact opnemen met de Klinisch Chemicus.
  • Afwijkende uitslagen worden doorgebeld aan de arts met de telefoon 5620 (stipdokter), die deze uitslag door geeft aan de behandelende arts.Elektronische patiënten dossier (EPD) Soarian
  •  
  • Van alle patiënten op de SEH wordt een elektronisch patiënten dossier gemaakt
  • Iedereen logt in op eigen account.
  • Bij start met patiënt via voorgang bezoek “in behandeling” op schipholbord plaatsten.
  • Kort en bondig documenteren en dossier afsluiten. Coassistent schrijft ip niet in het EPD. Brieven worden nl ongecorrigeerd verzonden naar de HA
  • Altijd contact patiënten afsluiten met brief HA en deze verzenden. (brief is copy status, dus enige editing kan nodig zijn). In status VG ongemoeid laten!!
  • Van de KNO patiënten brief verzenden naar werkblad.
  • Bij problemen of vragen met soarian overleg met Daria Westmaas (2052)
  • Bij opname recepten ook in EVS invoeren.
  • SEH dossier afsluiten en opslaan.Receptuur via EVS (elektronisch voorschrijf systeem)

 

  •  
    • Bij antibiotica standaard stopdatum vermelden
    • Bij anti-diabetica toedieningstijden vermelden
    • Antidiabetica en/of anticoagulantia indien mogelijk voor meerdere dagen doseren.
    • Bij starten of stoppen van medicatie dit ook in de ‘doktersorder’ vermelden.
    • Gebruik bij het voorschrijven van geneesmiddelen de namen zoals ze geleverd worden (zie “Geneesmiddelen Formularium Bronovo”)
    • 4-factoren concentraat altijd eerst overleggen met de klinisch chemici over de dosis.
    • Denk aan thuis / zelf medicatie.Opname
    •  
  • Opname wordt geregeld door de secretaresse of de SEH verpleegkundige.
  • Opnames op de ICU/CCU worden geregeld door de arts-assistent in overleg met de verpleegkundige van die afdelingen. Svp ook melden aan de secretaresse van de SEH. Bij opname IC moet er altijd overlegd zijn met de hoofdbehandelaar en de intensivist/IC achterwacht of coördinator.
  • EPD uitprinten en gaat mee met patiënt naar de afdeling.
  • Elke opname voor de interne, long, cardio, neuro dient te worden overgedragen aan de zaalarts die de patiënt zal overnemen. In de dienst

 

  • (avond/weekend/nacht) gebeurt dit voor de interne, cardio en long aan de dienstdoende interne assistent (5700); tijdens kantooruren informeren bij secretaresse Wilhemina afdeling welke kamer de patiënt komt en wie art-assistent van deze zaal is). Bij onduidelijkheid over wie de patiënt zal overnemen (buitengewest bijvoorbeeld) overdragen aan de dienstdoende assistent (5700). De neurologie patiënten worden in de dienst niet aan een assistent overgedragen maar aan de dd neuroloog. Hlk patiënten overdragen aan de heelkunde assistent. Zie bijlage 4. In het EPD vermelden aan welke arts assistent is overgedragen.
  • Bij de overdracht ook de behandelbeperkingen (reanimatie etc) vermelden.

 

  • Vóór 16.00 uur kan bij drukte op de SEH en een evidente opname-indicatie, in overleg met de betreffende specialist of arts assistent, de patiënt direct worden opgenomen op de verpleegafdeling. De benodigde diagnostiek wordt dan op de SEH verricht en anamnese en lichamelijk onderzoek wordt op de afdeling afgenomen.
  • De verwijzende specialist wordt op de hoogte gebracht van de opname (voor heelkunde gebeurt dit door de heelkunde-assistent).
  • In het patiënten dossier duidelijk aangeven welke medicaties cq behandelingen al op de SEH gestart zijn en welke op de afdeling gestart dienen te worden.
  • Bij eventuele laboratorium aanvragen (voor de volgende dag): aanvraag formulier meegeven
  • Bij elke op te nemen patiënt dient een behandelbeperking registratie formulier ingevuld te worden. Het beleid dient besproken te worden met de patiënt of diens familie/wettelijk vertegenwoordiger, indien mogelijk in aanwezigheid van de verpleegkundige. In ieder geval dient het reanimatie besluit te worden medegedeeld aan de verpleging en te worden vastgelegd op het daartoe bestemde formulier . In het EPD het beleid vermelden + de specialist met wie is overlegd.
  • Bij opname kort elektronisch bericht aan de huisarts. Bij ontslag van alle patiënten op de SEH brief voor de huisarts maken uit het EPD en elektronisch verzenden.DOT

 

  •  
  • Bij alle patiënten wordt een DOT code ingevuld in het EPD op het daarvoor bestemde formulier.
  •  Als meerdere specialismen bij een patiënt betrokken zijn, dienen meerdere DOT codes ingevuld te worden.
  •  De secretaresse van de SEH declareert de DOT in de computer
  •  Bij verrichting ook verrichtingen code aanvinken
  •  Als patiënt > 3uur op de SEH verblijft volgens protocol klinische opname overwegen (zie bijlage 5).
  •  Bij onduidelijkheid altijd overleg met secretaresse over in te vullen DOT         
  • Spoedinterventie team (SIT) sein 2000
  •  
  •  
  • Zie protocol DKS
  • Overweeg oproep SIT team bij vitaal bedreigde patiënt, onderbouwd door score >3
  • Oproep altijd in overleg met de achterwacht.Reanimatie ( sein 4200)
  •  
  • Zie reanimatie protocol DKS
  • Het reanimatieteam bestaat uit een ICU/CCU-verpleegkundige, de arts-assistent chirurgie en de arts-assistent interne geneeskunde. Deze laatste heeft de leiding.
  • De intensivist, indien aanwezig, heeft de eindverantwoordelijkheid tijdens kantooruren. In de dienst overleg met de dienstdoende cardioloog of internist.
  • Het is de arts-assistent interne geneeskunde (=teamleider) die na het doorlopen van het reanimatieprotocol (in overleg met het team) de beslissing neemt de reanimatiepoging te staken.Overlijden
  •  
  • Schouwen van overleden patiënten is verplicht.
  • De arts-assistent die geschouwd heeft vult de overlijdenspapieren in.
  • Altijd bij “de naasten” obductie aanvragen en indien van toepassing orgaandonatie (donatieformulier zit bij overlijdenspapieren). Alvorens de donatievraag te stellen eerst het register (laten) raadplegen (binnen 2 h).
  • Wanneer er sprake is van orgaandonatie overleg met de supervisor en de IC-achterwacht.
  • In geval van obductie het formulier “Obductieaanvraag” openen op de G-schijf op de computer onder Interne Geneeskunde/Obducties en elektronisch invullen. Het originele invulformulier is “read only” en kan niet gewijzigd worden. Je moet het formulier dus bewaren door middel van ”opslaan als” onder de naam van de patiënt plus datum (bv Jansen010107). Vervolgens het formulier elektronisch versturen naar pathologie@bronovo.nl. Tenslotte het formulier uitprinten, ondertekenen en bij de overige papieren voegen. Overdag (07.30-16.00 h) ook altijd de secretaresse van de Afdeling Pathologie telefonisch verwittigen.
  • In geval van obductie het gele B-formulier open laten tot na de obductie.

Huisarts zo snel mogelijk van overlijden van patiënt op de hoogte brengen.

 

 

 

 

 

 

 

  • Instructie patiënten overdracht

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                   Algemeen: kort, krachtig, goed voorbereid, inclusief DD en voorstel opname en beleid.

Heer/mevrouw ………………………………………….., ………   jaar oud

Beginnen met (werk)diagnose / klinische presentatie / hoofdklacht

SIT score ( 3 of meer en (potentieel) vitaal bedreigde patiënt, overdracht volgens ABCDE volgorde)

Bekend met (alleen relevante VG)

Hoofdzaken uit anamnese, lichamelijk (temp, bloeddruk, pols, ademfrequentie, saturatie, gewicht), laboratorium en radiologisch (interpretatie invoeren!) onderzoek

Differentiaal diagnose (toegespitst op patiënt)

Voorstel diagnostisch en therapeutisch beleid:

  • Gebruik DKS, acute boekje Interne Geneeskunde en antibioticaboekje (SWAB)
  • Aanvullend onderzoek? Nabepalingen? Indicatie echo of CT onderzoek (bij eGFR < 60 ml/min denk aan preventie contrastnefropathie)
  • Afname van bloed en urinekweken voordat antibiotica wordt toegediend
  • Deelname studies? PRACTICE (patiënt met urineweginfectie en koorts)  
  • Indicatie voor opname?
  • Voorstel medicatie (indicatie thuismedicatie? Voortzetten of stoppen? fraxiparine bij elke (zieke) patiënt tenzij orale antistolling)
  • Indicatie voor zuurstof?
  • Infuusbeleid (indicatie, samenstelling, hoeveelheid, stopdatum)
  • Behandelbeleid (ABC formulier op de juiste plaats invullen)
  • Bij ontslag controle volgende dag op SEH of bij huisarts of op de poli?Checklist bij opname:
  •  
  • Soarian controleren en aanvullen
  • DOT checken en in (laten) invullen
  • Medicatie invullen mbv EVS, fraxiparine?
  • Controles afspreken op afsprakenblad: bloeddruk, gewicht, temperatuur en op indicatie bewustzijn (AVPU), ademfrequentie, zuurstofsaturatie en vochtbalans.
  • Infuusbeleid (NaCl 0.9%, bij K < 4, KCl toevoegen)
  • Zuurstof afspreken
  • Laboratorium (order geven wat aan te vragen door vpk op afdeling, glucose dagcurve?), bacteriologie (kweken, vermelden welke op de SEH al zijn verricht, serologie), radiologie en scopie aanvragen invullen
  • Consult diëtiste, fysiotherapeut, maatschappelijk werker (Point) afspreken
  • Formulier behandelbeperking invullen (bij voorkeur al bespreken bij anamnese)
  • Dieet afspreken: niets per os? helder vloeibaar? zoutbeperking?
  • Contactisolatie (bij verdenking MRSA, infectieuze diarree, (verdenking) ESBL+ UWI, verdenking virale luchtweginfectie)
  • Overdracht aan assistent Interne Geneeskunde (zaalarts (juiste zaalarts navragen via balie WILH of ELIS) of dienstdoende (avond/weekend/nacht) (5700))
  • Brief naar huisarts3. Instructie klinische redeneren
  •  

 

  1. Klinische presentatie

Verzamel algemene gegevens: geslacht, leeftijd, herkomst, beroep

  • Identificeer de reden van komst, verwijzing of consult
  • Inventariseer de voorgeschiedenis: eerdere gestelde diagnoses en ingrepen
  • Neem de anamnese af: hoofdklacht en relevante gegevens uit tractus
  • Verricht lichamelijk onderzoek: indruk, bloeddruk, gewicht, temp, relevante gegevens
  • Vraag oriënterend laboratorium onderzoek aan, zo nodig aangevuld met ECG en X thorax
  • Stel vast wat de belangrijkste klinische presentatie is.b. Differentiaal diagnose
  •                
  • Werk met het schema dat uitgaat van de vastgestelde klinische presentatie
  • Selecteer op basis van positieve argumenten de potentiële categorieën
  • Vergelijk de patiëntgegevens met een patiënt met een veel voorkomende aandoening.
  • Stel een relevante differentiaal diagnose op in volgorde van waarschijnlijkheidc. Diagnostisch actieplan
  •                
  • Maak een inschatting van de (vooraf)kans op een diagnose
  • Vraag gericht aanvullend laboratorium onderzoek aan
  • Verricht zo nodig relevant radiologisch, cytologisch en histologisch onderzoek
  • Stel de juiste (waarschijnlijkheids) diagnose(s)d. Therapeutisch actieplan (6-Step)
  •  
  • Evalueer de gestelde diagnose: actualiteit, ernst, pathofysiologie, gevolgen en bestaande behandeling
  • Identificeer het doel van de behandeling: uitkomst, streefwaarden
  • Inventariseer de (niet) medicamenteuze behandelingsmogelijkheden voor de aandoening: richtlijnen
  • Beargumenteer de meest geschikte behandeling voor de patiënt
  • Stel de definitieve behandeling vast: interventie, leefregels, medicatie en patiëntinformatie
  • Plan controlemaatregelen en follow up van de behandeling: effectiviteit, bijwerkingen en therapietrouw 4. Instructie 6-Step farmacotherapieNadere specificatie proble(e)m(en)/(werk)diagnose(s) gericht op:
  • Specificeer de problemen van de patiënt
  •  
  • ernst
  • oorzaak/pathofysiologie
  • bestaande behandeling
  • effectiviteit
  • veiligheid (bijwerkingen)
  • therapietrouwIdentificeer het doel van de behandeling
  •  
  • De gewenste therapiedoelen aangeven, bij voorkeur meetbaar door het concreet aangeven van streefwaarden/uitkomstenBepaal de behandelmogelijkheden (indicatiegericht)
  •  
  • Inventariseer de voor elk probleem in aanmerking komende niet-medicamenteuze en medicamenteuze (standaard-)behandeling op basis van de geformuleerde doelstellingen
  • Maak hierbij gebruik van beschikbare standaard(en)/richtlijn(en) etc. (bv. NHG, CBO-consensus, internationale richtlijnen, formularia) Beargumenteer de geschikte behandeling (patiëntgericht)

 

  •  
  • Selecteer uit de behandelingsmogelijkheden (punt 3) de meeste geschikte behandeling bij elk ziektebeeld voor de betreffende patiënt en motiveer ook de keuze voor dosering, frequentie, toedieningsvorm en duur, rekening houdend met alle patiënt-specifieke gegevens (fysiologische situaties, co-morbiditeit, allergie, farmacokinetische verandering, interacties, intoxicaties, therapietrouw)Stel de definitieve behandeling vast

 

    •  
    • Beleid ten aanzien van bestaande behandeling
    • Nieuwe behandeling:Medicamenteus (recept)
    • Niet-medicamenteus
    • Patiëntinformatie/therapietrouw bevorderenPlan controlemaatregelen/Follow up
    •  
  • Bepaal de parameters om de werking, bijwerkingen en therapietrouw van de behandeling te controleren en geef aan wanneer die gecontroleerd moeten worden.

 

 

 

 

5.         Instructie  visite lopen

 

Dagelijkse visite

Behalve dinsdag  en de dag van de grote visite wordt elke dag  om 9.00 visite gelopen. Hierbij aanwezig zijn de arts-assistent, de verantwoordelijke verpleegkundige, eventuele leerling-verpleegkundigen, de coassistent en de patiënt.  Bij drukte kan hiervan worden afgeweken.  De visite vindt plaats bij de patiënt en wordt niet apart voorbesproken. Bij het bed van de patiënt wordt rekening gehouden met de privacy gevoeligheid van de informatie die wordt uitgewisseld.

 

Papieren visite

Elke dinsdagochtend is er voor de arts-assistenten, internisten en coassistenten onderwijs van 9.30 uur tot 11.30 uur. Hierdoor kan er pas later in de ochtend visite worden gelopen. De visite zal zijn afgerond om uiterlijk 15.00 uur. Vóór het onderwijs komt de arts-assistent langs bij de verantwoordelijk verpleegkundige om te vragen naar urgente zaken van patiënten en afscheid te nemen van de patiënten die met ontslag gaan. Tijdens het onderwijs worden de arts-assistenten zo min mogelijk gestoord, in principe alleen bij spoedeisende problemen.

 

Grote visite

1 keer per week wordt ‘grote visite’ gelopen. Hierbij is de medisch specialist aanwezig. De patiënten worden besproken in de daarvoor bestemde ruimte, eerst word het verpleegkundige deel besproken daarna bespreken de arts-assistent en de medisch specialist het medische gedeelte, waarna de medisch specialist, de arts-assistent, de coassistent en de verantwoordelijk verpleegkundige langs de patiënten lopen en hun bevindingen bespreken. Bij drukte kan, in overleg met de arts-assistent en medisch specialist, hiervan worden afgeweken. Op het prikbord bij de balie kan men vinden welk medisch specialist verantwoordelijk is voor welke patiënten. In het kwaliteitshandboek van de 1e etage staat beschreven op welke dag de betreffende medisch specialist grote visite heeft.

 

Weekend vistie

In het weekend wordt  's morgens alleen visite gelopen bij de nieuw opgenomen patiënten en bij de patiënten die op de overdrachtslijst van de artsen staan, dan wel bij de patiënten die een door de verpleging geconstateerd probleem hebben. Niet urgente zaken, zoals recepten, kunnen tot na de IC-visite (van 11.15 tot 12.15 uur) wachten.

 

 

  • Instructie slecht nieuwsgesprek (www.pallialine.nl)Definitie

 

  1. Slecht nieuws wordt gedefinieerd als alle informatie die het toekomstperspectief van iemand in ongunstige zin kan beïnvloeden. Slecht-nieuwsgesprekken vinden plaats bij:
  2.  
  • het vermoeden of definitieve diagnose
  • progressie of recidief van de ziekte
  • duidelijkheid dat de behandeling geen effect (meer) heeft
  • duidelijkheid dat verder behandelen niet zinvol is
  • het aanbreken van de stervensfase. Doel
  • Het brengen van slecht nieuws wordt door artsen en verpleegkundigen als een van hun meest stressvolle taken gezien, ook als zij frequent slecht-nieuwsgesprekken voeren. De landelijke handreiking slecht-nieuwsgesprek biedt zowel artsen als verpleegkundigen een beknopt stappenplan om de kwaliteit van het slecht-nieuwsgesprek te verbeteren. Het doel hiervan is tweeledig:
  •  
  • het geeft houvast tijdens het gesprek
  • het helpt bij het ontwikkelen en/of versterken van vertrouwen en het vergroten van vaardigheden voor het voeren van het gesprek.  
  • Voorbereiding
  • Het is bedoeld als leidraad, niet als keurslijf. Een flexibele houding van de arts en de verpleegkundige is onontbeerlijk om adequaat te kunnen inspelen op reacties van de patiënt. Een goed verlopend gesprek is de basis voor de vertrouwensrelatie tussen zorgverlener en patiënt en is essentieel voor de besluitvorming over de verdere begeleiding en behandeling. De onderstaande fasen (voorbereiding, uitvoering en nazorg) en daarin te nemen 10 stappen structureren het slecht-nieuwsgesprek.
  1. Inhoudelijke voorbereiding
  • Ken de diagnose, uitslagen van onderzoeken, behandelmogelijkheden en situatie van de patiënt
  • Stem inhoud af met andere behandelaars en zorgverleners
  • Bereid de inhoud van het gesprek voor
  • Verzamel schriftelijke informatie over het ziektebeeld en mogelijke behandeling
  1. Organisatorische voorbereiding
  • Kies een tijdstip waarop iedereen aanwezig kan zijn en nazorg mogelijk is
  • Regel een geschikte, rustige ‘niet storen’ ruimte met privacy, waar nazorg mogelijk is
  • Betrek naasten intensief, ook bij eventuele vervolggesprekken
  • Neem opnameapparatuur mee om het gesprek, indien gewenst, op te nemen of zorg voor een samenvatting op papier
  1. Afstemming arts en verpleegkundige
  • Bespreek de inhoud, onderlinge taakverdeling, mogelijke belemmeringen in de communicatie, eerste opvang en vervolgafspraken
  • Bespreek eigen emoties en te verwachten emoties van de patiënt en naasten Uitvoering
  •  
  1. Inleiden van het slechte nieuws
  • Geef een korte inleiding op het slechte nieuws
  1. Slechte nieuws brengen in afstemming met de patiënt en naasten
  • Kom na een korte stilte, snel met de boodschap in milde, duidelijke en begrijpelijke bewoordingen
  • Geef stap voor stap nieuwe informatie, afgestemd op de wens en intellectuele vermogens van de patiënt
  • Geef de patiënt en naasten telkens de tijd de informatie te verwerken en de gelegenheid om te reageren
  • Ga pas daarna over op behandelopties en op korte termijn te bereiken, realistische hoopvolle doelen
  • Check of de informatie is begrepen
  • Let op non-verbale reacties en mogelijke angst voor verdere informatie
  1. Bespreken van gedachten en gevoelens
  • Geef patiënt en naasten de ruimte om gedachten en gevoelens te uiten, nodig hen uit hierover te praten
  • Vraag de patiënt en naasten naar hun zorgen en verwachtingen
  1. Samenvatten, plannen van een vervolggesprek en afronden
  • Geef kort en helder weer wat is besproken
  • Vraag of er nog belangrijke punten niet besproken zijn
  • Verstrek relevante schriftelijke informatie
  • Geef aan met wie, wanneer en hoe de patiënt en naasten contact kunnen opnemen, indien gewenst
  • Nodig patiënt en naasten uit voor een vervolggesprek
  • Rond het gesprek af
  • Nazorg
  1. Opvangen patiënt en naasten
  • Verleen eerste opvang na het gesprek, bij voorkeur door een verpleegkundige die ook bij het gesprek aanwezig was
  1. Rapporteren en informeren
  • Rapporteer het gesprek in medisch en verpleegkundig dossier
  • Informeer de huisarts (of behandeld arts van de instelling waar de patiënt verblijft) direct na het gesprek
  1. Voeren van een vervolggesprek
  • Verhelder onduidelijkheden, beantwoord vragen en corrigeer eventuele misvattingen
  • Herhaal de kernboodschappen
  • Bespreek behoeften en mogelijkheden voor behandeling en begeleiding
  •  

     

    1. Inwerkprotocol polikliniek interne geneeskunde

     

  • Mirador à tabje spreekuur IAS6 / IAS7, agenda specialisme INT. Ochtendpoli 9.45 - 12.00 (+ evt bellers erna) Middagpoli 13.45 – 16.30 (+ evt bellers ervoor en erna)
    • Secretaresses: Annemarie Groenewegen / Marian Braat ZSM vakantie / ROIG dagen / compensatiedagen / nachtdiensten / cursussen/ OORS doorgeven voor vrij plannen van de poli. Tevens doorgeven welke dagdelen je voorbereidingstijd wil en welke dag spoedpoli (tip voorbereidingsochtend en aansluitend spoedpoli plannen).
    • Via secretaresse supervisor: directe supervisie eens per maand inplannen
    • Ultragenda inlog: via Marian/ vorige poli assistent
    • Ultragenda gebruiken om voor GRAVIN poli agenda assistent GYN in te kunnen zien. Soms komen nog niet alle patiënten in beide agenda’s terecht, daar wordt aan gewerkt, maar dan zijn ze hier te zien.
    • Postvakje op poli achter Balie (Uitslagen, verwijsbrieven etc. Bij afwezigheid naar collega assistent [indien niet aanwezig naar supervisor]) (NB opgevraagde gegevens van buiten worden soms in het postvakje achter de centrale receptie gelegd; ook dit postvakje met enige regelmaat checken).
    • Patiëntenregistratie in Excel bestand (brieven, grote visite bespreking etc.)
    • DBC-en tijdens bezoek patiënt (anders einde dag/ einde week systematisch)
      • DBC aanmaken, aanpassen lopende het traject en datum einde behandeling invoeren
      • Denk aan parallelle trajecten : bijvoorbeeld oncologisch patiënt komt op contrastpoli – open CKD DOT naast oncologische DOT
      • Denk aan verwijzingen van specialisten (tot 1-2-2014 is default de huisarts): invullen (3letter code; invullen lopend zorgtraject van verwijzer)
      • Altijd Code 11 à reguliere behandeling
    • Poli week indeling [Voorbeeld]

     

     

    Ochtend

    Middag

    Maandag

    Grote visite

    Poli

    Dinsdag

    Papieren visite 9.30 – 11.30

    Poli

    Woensdag

    Poli

    Poli (GRAVIN oudste ass)

    Donderdag

    Poli + spoedpoli (RAM)

    Voorbereiding

    Vrijdag

    Voorbereiding

    Poli

    • Diabetes bespreking om de week dinsdag 11.30 na papieren visite met dr. Ramautar / dr.Beishuizen.
    • GRAVIN poli woensdag middag door oudste assistent (overname bij vakantie / nachtdienst / ROIG). Samen met arts assistent Gynaecologie op poli gynaecologie 2e etage, kamer dr Nagel (2 computers, Gyn assistent werkt in Mosos wij werken in Soarian zoals altijd). Voorbereiden poli iom dr. Ramautar, bespreken op dinsdag 13.30u. Zwangerschapskaarten komen maandagmiddag in postvakje (ten laatste dinsdagochtend).
      • Streefwaarden diabetes gravidarum Glucose N < 5.3, PP 1u < 7.8, pPP 2 u < 6.7
      • Voorbeeldbespreking brieven diabetes gravidarum patiënten.
  • Het betreft een X jarige vrouw, G P , nu weken zwanger, die werd gezien vanwege een diabetes gravidarum. Er werd een OGTT verricht vanwege een bovengemiddelde foetale abdominale omvang. Patiënte bezocht reeds de diabetesverpleegkundige en de diëtist. Door middel van een dieet is sprake van een goede regulatie. Het huidige beleid zal dan ook onveranderd worden voortgezet. Ik verzoek u de controle post partum over te nemen en eenmaal per jaar een glucosecontrole te doen ongeacht de aanwezigheid van klachten gezien een kans van 50% op een manifeste diabetes mellitus type 2 in de komende vijf a tien jaar. Dit werd met patiënte besproken. Tot aan de partus zal controle plaatsvinden via de diabetesverpleegkundige.
  • Het betreft een X jarige vrouw, G P , nu weken zwanger, die werd gezien vanwege een diabetes gravidarum. Er werd een OGTT verricht vanwege een bovengemiddelde foetale abdominale omvang. Patiënte bezocht reeds de diabetesverpleegkundige en de diëtist. Door middel van een dieet is nog geen sprake van een goede regulatie. Aan het huidige beleid zal dan ook insulinetherapie worden toegevoegd. Wij zullen haar verder volgen en post partum nog eenmaal terug zien. Indien geen problemen en normalisatie van de glucoregulatie sluiten wij het traject af en verzoeken u de verdere controle over te nemen en eenmaal per jaar een glucosecontrole te doen ongeacht de aanwezigheid van klachten gezien een kans van 50% op een manifeste diabetes mellitus type 2 in de komende vijf a tien jaar. Zij kreeg het advies post partum te streven naar gewichtsreductie.
    • Contrastpoli patiënten / nefrologisch consult: aanmeldingen via A. v Ittersum door huisartsen / specialisten bij patiënten met geplande contrastbelasting en een GFR < 60. (Kompas studie)
      • Eerste bezoek: samen met Anna, medicatie doornemen, wel/geen contrast bespreken, vervolgafspraken maken. (Maandagmiddag) Let op @ lab (nefrologisch consult) voor wanneer patiënt retour komt.
      • Vervolgbezoek: (15 min) nierfunctie en overige progressiefactoren in kaart brengen volgens nefrologisch consult. (Samen met supervisor) beslissen of patiënt verder vervolgd moet worden of niet.
      • L.S., Op verzoek van Wendy Olde, verpleegkundig specialist van de poli Longziekten hieronder een korte uitleg over de stoppen met roken poli. Patiënten verwezen door ons hebben soms een andere verwachting t.o.v. de ‘stoppen met roken poli’ dan de bestaande procedure. Graag attentie voor het onderstaande:

    Stoppen met roken poli

    1. Verwijzing door huisarts/ specialist.
    2. Patiënt krijgt oproep voor stoppen met roken bijeenkomst. Deze is 1x per maand (met  uitzondering van juli en augustus) op dinsdagavond tijdens het avondspreekuur waarin een presentatie gegeven wordt. De bijeenkomst is gericht op informeren en voorlichten over roken, stoppen met roken, wat nicotine met je doet en hoe het in het lichaam werkt en hulpmiddelen.

    Daarnaast heeft de longarts een aandeel in de bijeenkomst. Hij/ zij komt de medische kant toelichten.

    Dit is het enige contactmoment met de longarts.

    Tijdens de bijeenkomst worden geen recepten voor medicamenteuze ondersteuning bij stoppen met roken meegegeven! Dit is alleen mogelijk indien een patiënt individueel begeleid wordt!

    1. Na de bijeenkomst de keuze aan de patiënt: individuele begeleiding op de poli óf geen vervolgafspraak .
    • indien wel poliafspraak: patiënt krijgt een jaar lang begeleiding aangeboden met afspraken:

    1 a 2 afspraken voor de stopdatum

    Op de stopdag of enkele dagen daarna TC

    Een week na de stopdatum poli bezoek

    telefonisch consult na 2 weken en 6 weken

    face tot face consult na 3 en 6  maanden 

    telefonisch consult na 1 jaar (5-15min).

    Afhankelijk van de behoefte van de patiënt, kan hier van afgeweken worden.

    • Indien geen poliafspraak: patiënt mag te allen tijde alsnog een afspraak maken of contact met ons opnemen indien het stopproces stagneert/ problematisch verloopt. 
    • Spoedpoli: ip doet elke assistent 1 dag spoedpoli, vanaf 11.30 inloopspreekuur. Direct overleggen met internist die de spoedpoli superviseert (niet noodzakelijk eigen supervisor). Gewenste dag doorgeven aan secretaresses.
    • Soarian
      • Afsprakenlijst: open bolletje als patiënt er nog niet is, half maantje als patiënt zich gemeld heeft bij de balie, vinkje als secretaresse de vervolgafspraken heeft gemaakt.
      • Status aanmaken per bezoek (zoals SEH status)
        • Let op Status Vasculair indien DM, Hypertensie, CKD, Dyslipidemie etc.
        • Let op bij No Show/NVZB (niet verschenen zonder bericht) à Notitie in decursus/evt opnieuw oproepen danwel overleg huisarts/ander vervolg à Indien je hiervoor een nieuwe status hebt aangemaakt blijft deze niet gekoppeld aan de datum van No Show maar wordt hij gekoppeld aan het volgende geplande bezoek (nav de oproep) à wanneer de patiënt dan wel komt heb je alleen je notitie nog in de decursus want de status zal dan voor het ‘nieuwe’ bezoek gelden
      • Niet kopiëren vanuit Mirador maar vanuit Soarian zelf
        • NB kopiëren vanuit Worddocument kan wel direct in Soarian (maar is zelden van toepassing)
      • Medicatiewijziging – via apart tabje in Soarian (of indien je medicatie invult als tekst in het hoofdvak bovenaan; vermelding medicament met datum à NB ook handige plek voor noteren van bijwerkingen medicatie want erft over)
      • Vervolgafspraken in status: tabje invullen voor secretaresse (aangeven poli afspraak, telefonisch consult etc)
      • Communicaties van secretaresses (bv. patiënten die bellen met vragen, recepten verzoeken etc.) komen onderaan afsprakenlijst in Soarian, beantwoorden zsm.
      • Soarian health archive: alle ingescande documenten (verwijsbrieven, consultvellen, ECG’s, informatie andere ziekenhuizen)
      • Brieven (richtlijn circa 1 brief per 2 polibezoeken) aanmaken via verslaglegging, brieven, poli interne. Gegevens importeren en kopjes zn aanpassen. Hierna supervisor kiezen en tekenen. Tussentijds opslaan kan ook. Alle brieven die nog niet af zijn kun je vinden onder patiëntenlijst (tab rechts boven in Soarian) en brieven.
        • NB ook hier geldt: niet kopiëren vanuit Mirador
        • NB endoscopie verslagen staan niet als onderzoek maar als brief in Soarian!!
        • NB uitslagen die ‘volgen’ zijn niet zichtbaar in Soarian & let op uitslagen die je in Mirador als opmerking ziet (niet altijd zichtbaar in Soarian, sommige CLB bepalingen ed.)
      • Indien brieven naar andere artsen moeten dan alleen HA, kun je dat aangeven onder Opmerkingen > dan brief niet ondertekenen maar naar werklijst secretaresse sturen
        • Let op in dit geval bij Titel brief – achter ‘Poli Interne’ je eigen naam zetten, anders is voor secretaresses alleen naam supervisor te zien en kan het onduidelijk zijn dat de brief weer terug moet naar jouw werklijst en van daaruit nog door een supervisor geaccordeerd moet worden
        • Als adresgegevens ontvangende specialisten (elders) door secretaresse zijn ingevoerd komt brief in je werklijst terug – dan supervisor aanvinken en ondertekenen
    • Grote visite: voorbereiden welke patiënten je wil bespreken. Het handigst is de patiënten van de komende week te bespreken. à NB denk ook aan patiënten op de dinsdag tijdens de papieren visite brengen naast Grote visite momenten
    • Ter overweging: leuk om bij verschillende supervisors eens een stukje poli mee te kijken om ‘de kunst af te kijken ’à overleg ook dit en plan dit tijdig in als je dit wilt
    • Medicatie voorschrijven: vanaf januari via EVS/ printer in de spreekkamer. Nierfunctie vermelden met toestemming patiënt. Lijst met 23 medicamenten waar indicatie bij vermeld moet worden. (NB EVS geeft dit in principe aan bij deze geneesmiddelen maar blijven controleren en indicatie moet nu nog met de hand ingevuld worden wanneer het Recept geprint is)
    • DESG diabetes cursus à volgen tijdens polistage (echter lange wachttijden); zie ook opleidingsplan en website NIV voor meer informatie
  • Instructie beenmergpunctieDoel Cytologisch, immunologisch, cytogenetisch, moleculair biologisch, microbiologisch en/of histologisch onderzoek van het beenmerg bij verdenking op hematologische, oncologische of infectieuze ziekten.Contra-indicatiesNB. Ascal gebruik en trombocytopenie zijn geen contra-indicatie. Bij gebruik van therapeutische antistolling: overleg tevoren met uitvoerend arts over het al dan niet hanteren van een streef INR.ComplicatiesBij geheel verkeerde techniek: ruggemerg letsel, psoasbloeding, intra-abdominale bloedingAlgemene opmerkingen
  • Nabloeding, hematoom, langdurig aanhoudende lokale pijn, infectie
  • Verdenking acute promyelocyten leukemie

 

Indicaties

  1. Het verkrijgen van beenmergaspiraat en/of botbiopt voor onderzoek. 
  • De arts verricht de handeling, de verpleegkundige assisteert.
  • Bij uitzondering wordt in overleg met de patiënt besloten om de beenmergpunctie te verrichten onder sedatie middels midazolam. Hierbij dienen de vitale functies van de patiënt bewaakt te worden (saturatie, pols en op indicatie bloeddruk) en krijgt de patiënt via een neusbril 1 L zuurstof.
  • Bij volwassenen gebeurt een beenmergpunctie doorgaans op de crista; incidenteel vindt afname plaats vanuit het sternum met behulp van een sternumpunctienaald. In dit protocol wordt de crista biopsie beschreven. Voorbeeld film van techniek: http://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMvcm0804634
  • Voorkom stolling van het materiaal, beenmerg stolt zeer snel. Het is noodzakelijk flesjes en buizen minstens 10 keer rustig te zwenken of gebruik te maken van een schudmachine. Daarnaast worden de buizen met beenmerg om die reden nooit volledig gevuld, in een 10 ml buis wordt slecht 3-5 ml beenmerg opgevangen. Bij voorkeur is een analist aanwezig, die de aanwezigheid van vlokken controleert en zo nodig een “botrol” uitvoert.
  • De arts controleert alvorens de handeling in te plannen op gebruik van bloedverdunnende middelen en overgevoeligheid voor Chloorhexidine en/of Lidocaïne.

 

 

Volgorde van afname

Nummer bij afwezigheid van de analist de beenmergbuizen van te voren op volgorde van afname, deze volgorde is van groot belang voor de verschillende laboratoria.

Deze buizen zijn in onderstaande volgorde bestemd voor de verschillende laboratoria, tenzij de arts anders beslist:

  1. Beenmergmorfologie (Bronovo)
  2. Immunofenotypering/ celmerkertypering (Bronovo/LUMC)
  3. Moleculaire diagnostiek (LUMC/EMC)
  4. Cytogenetica (LUMC)

 

Handelwijze

Verpleegkundige:

  • Ga na of de patiënt (op juiste wijze) voorgelicht is over de handeling en bespreek indien nodig de handeling nogmaals door.
  • Ondersteun en informeer de patiënt over juiste houding, verwacht verloop, handelingen en indien gewenst over afleidings- en ademhalingstechnieken.
  • Installeer de patiënt in zijligging in bed met hoog opgetrokken knieën.
  • Leg de beschermende onderlegger onder het bekken van de patiënt.

Controleer (zie medicatie toedienen) en trek de lidocaïne op in de 10 ml spuit. Verwijder de opzuignaald en plaats de i.m.naald erop

  • Arts:

    • Controleer de opgetrokken lidocaïne.
    • Controleer de ligging van de patiënt: zijligging, hoek van rug met bed 90 graden, knieën hoog opgetrokken.
    • Vooraf de punctieplaats goed bepalen en zo nodig markeren: spina iliaca posterior superior (subcutaan palpabele botverdikking; plaats ongeveer te bepalen door de hand op de bekkenkam in de zij te plaatsen en de duim posterior gestrekt op de huid te leggen).
    • Desinfecteer de punctieplaats op de crista én de gehele onderrug (minimaal 1 minuut laten drogen).
    • Hoek van puncteren goed bepalen. Als de patiënt recht in bed ligt (d.w.z. hoek van rug ten opzichte van het bed is 90 graden), dient de punctie loodrecht op de rug en evenredig aan het bed oppervlak verricht te worden.
    • Verdoof de punctieplaats en het traject tot aan de spina iliaca posterior superior met de 1% lidocaïne zonder adrenaline (e.g. huid, subcutaan, tot onder het periost van vrijwel de gehele spina). Controle anatomie van de punctieplaats met verdovingsnaald: zeer vaste botondergrond voelbaar, tevens plaatsbepaling van de randen van de spina iliaca posterior superior.
    • Laat de verdoving enkele minuten inwerken.
    • Trek de steriele handschoenen aan.
    • De binnenzijde van de verpakking van de steriele handschoenen vormt het steriele veld.Verpleegkundige:

 

      • Open de verpakking van de beenmerg-aspiratienaald en geef deze steriel aan de arts.
      • Open de verpakking van de 20 ml spuiten en leg deze op het steriele veld.
      • Open de verpakking van de 10x10 cm gazen en leg deze op het steriele veld.
      • Open de verpakking van het mesje (nr. 15) voor incisie en leg deze klaar op het steriele veld.
      • Leg zo nodig materialen voor het beenmergbiopt klaar op het steriele veld.
      • Zet opzuignaalden, opvangbuizen en afvalbekkentje klaar op het werkblad.
      • Trek onsteriele handschoenen aan.
      • Observeer de patiënt (pijn, reacties) en bereid deze voor op de pijn die het opzuigen van het beenmerg kan geven (korte, felle pijn die kan doortrekken naar het been).
      • Ondersteun en help de patiënt om tijdens de ingreep in de juiste houding te blijven liggen.Arts:

 

          • Incideer, voordat de beenmergpunctienaald wordt ingebracht, de huid van de punctieplaats met de naald of het mesje (tevens controle verdoving). Incisie ter grootte van de breedte van de naald.
          • Controleer de beenmergnaald.
          • Hoek van puncteren goed bepalen. Als de patiënt recht in bed ligt (d.w.z. hoek rug t.o.v. het bed is 90 graden): puncteer de crista loodrecht op de rug en evenredig aan het bed oppervlak met de beenmergpunctienaald middels een heen en weer schroevende beweging (NIET ronddraaien).
          • Zodra de mergholte bereikt is, verandert de weerstand. De beenmergnaald hoort nu stevig vast te zitten.
          • Verwijder de binnennaald.
          • Plaats een 20 ml spuit op de naald en zuig wat beenmerg op.
          • Geef de spuit aan de verpleegkundige.
          • Wacht tot de analist bevestigt dat beenmergvlokken verkregen zijn (of de verpleegkundige het beenmerg heeft overgespoten in het opvangmedium) alvorens de volgende spuit te vullen.Verpleegkundige/analist:
          •  
              • Indien een analist aanwezig is, wordt direct op vlokken gecontroleerd en worden beenmerg uitstrijkjes gemaakt.
              • In afwezigheid van een analist: Houd op afroep de opvangmedia en een opzuignaald klaar. Neem de spuit over van de arts en spuit de inhoud van de spuit met behulp van de opzuignaald in de buis. Houd hierbij rekening met het vacuüm van de buis, de naald moet op tijd weer uit de buis verwijderd worden zodat de buis niet meer dan 3-5 ml beenmerg bevat. Indien er nog beenmerg in de spuit over is en dit niet deels gestold is, kan de volgende buis gevuld worden met 3-5 ml beenmerg. Meng de buizen en of flesjes direct na het inspuiten door ten minste 10 keer rustig te zwenken.
              • Houd zo nodig materialen klaar voor beenmergbiopt.Arts:
              •  
                  • Voor het botbiopt dient de beenmergnaald teruggetrokken te worden uit het bot. De biopteur wordt naast de punctieplaats voor het beenmergaspiraat op het bot geplaatst (pas op met doorschieten in de tevoren gemaakte “gat”).
                  • Hoek van de biopteur controleren en binnennaald verwijderen.
                  • Duw de botbiopteur met schroevende beweging langzaam het bot in (NIET 360 graden ronddraaien!)
                  • Als de biopteur voldoende diep zit (botbiopt van minstens 2 cm nodig; lengte eventueel voorzichtig controleren met meegeleverde stompe witte binnennaald): bijgeleverde gele binnennaald volledig in de biopteur opschuiven om het botbiopt te fixeren.
                  • Biopteur paar keer 360 graden met de klok mee en een paar keer tegen de klok in ronddraaien om het botbiopt lost te maken.
                  • Vervolgens biopteur langzaam draaiend uit het bot verwijderen en uit de huid halen.
                  • Duw vervolgens voorzichtig met de witte binnennaald het cristabiopt uit naald duwen in een formaline potje. Eventueel eerst een botrol preparaat maken in geval van een dry tap.
                  • Druk af met steriele gazen. Overweeg spongostan in geval van ernstig nabloeden.VerpleegkundigePlak de punctieplaats met een pleister af.
                  • Controleer direct op nabloeden.
                  • Laat de patiënt 15 minuten (30 minuten bij trombopenie of verhoogd bloedingsrisico) op de opgerolde beschermende onderlegger of een zandzakje ter plaatse van de punctieplaats op de rug liggen.
                  • Laat het patiënten materiaal (mn. beenmergaspiraat) direct bezorgen.
                  • Controleer op nabloeden; als de punctieplaats nog nabloedt langer afdrukken, zo nodig arts waarschuwen.
                  • Reinig zo nodig de huid en vervang de gazen en tape door een pleister.
                  • Bespreek eventuele complicaties zoals nabloeden en infectie, en bespreek de handelswijze bij deze complicaties met de patiënt. De pleister mag de volgende dag worden verwijderd.

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.