Opleidingsplan Cardiologie

Inleiding

De huidige maatschap bestaat uit 7 cardiologen en vormt in zijn geheel de

opleidingsgroep. Sedert 19 juli 2002 heeft de maatschap een B-opleiding in affiliatie met

de A-opleiding van het LUMC. Vanaf medio 2014 zal er ook een affiliatie met het HAGA

ziekenhuis zijn, hier wordt momenteel aan gewerkt.

De gehele opleidingsgroep neemt actief deel aan de opleiding/begeleiding van

de AIOS, waarbij er ook een taakverdeling van de verschillende aandachtsgebieden

binnen de opleidingsgroep is. Bijvoorbeeld zal de AOIS bij het inbrengen van

pacemakers alleen maar begeleid worden door de leden van de opleidingsgroep die dat

zelf als aandachtsgebeid hebben. De uiteindelijke beoordeling van de assistenten wordt

altijd gedaan door de opleider meestal samen met van de vervangend opleider.

De AIOS wordt in de gelegenheid gesteld om zelf (inter-)nationaal onderzoek te

verrichten, vanuit de opleidingsgroep wordt dit gestimuleerd en gefaciliteerd.

Structuur van de opleiding

De duur van de opleiding tot cardioloog bedraagt 6 jaar en bestaat uit:

• een opleiding Interne Geneeskunde van 2 jaar;

• een opleiding Cardiologie van 4 jaar.

De 2 jaar opleiding Interne Geneeskunde zijn ingedeeld in:

• 1 jaar algemene interne geneeskunde (waaronder diabetes zorg); (verplicht).

• 4 - 6 maanden intensive care geneeskunde (verplicht).

• 3 - 4 maanden longziekten (verplicht).

• 3 - 4 maanden nefrologie (verplicht).

Voor de eindtermen van de diverse onderdelen van de vooropleiding interne

geneeskunde zie het landelijk opleidingsplan

In het Groene Hart Ziekenhuis blijven de AIOS gewoonlijk 1 jaar, meestal is dit

het eerste jaar ná de opleiding Interne. Dit jaar bestaat uit 6 maanden hartcatheterisatie

en 6 maanden afdeling (A3) / hartbewaking (CCU). Aangezien de hartcatheterisatie

onderzoeken voornamelijk in de middag worden verricht is de assistent van de cathstage

in de ochtenden betrokken bij de consulten en niet-invasieve onderzoeken zoals

de slokdarm- en transthoracale echocardiografie en de nucleair cardiologische

onderzoeken. In de toekomst zal er (desgewenst) ook nog een halfjaarlijkse stage aan

toegevoegd worden voor de niet-invasieve beeldvorming (echo, CTa, MRI en RNA)

Stage-indeling B-jaar cardiologie

maand 1 t/m 6 maand 7 t/m 12

AIOS I afdeling & CCU

cath kamer & “echo

& TEE”

Consulten en RNA

AIOS II cath kamer & “echo

& TEE”

Consulten en RNA

afdeling & CCU

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

3

Introductiegesprek

Bij de start van elke nieuwe stage vindt een introductiegesprek plaats. Hierin wordt

besproken welke ervaring je hebt opgedaan en welke verbeterpunten je meeneemt uit

vorige onderdelen. Je geeft zelf aan waar je interesse ligt en waar je extra aandacht aan

wilt besteden. De minimum eisen voor je stage staan in dit plan maar er is op deze

afdeling heel veel gelegenheid om extra dingen te leren – maak daar gebruik van! De

supervisor / opleider geeft aan welke thema’s binnen dit onderdeel aan de orde komen

en hoe deze getoetst worden. Binnen elke stage is het de verantwoordelijkheid van de

AIOS er op te letten dat de themagebonden taken worden geëvalueerd zoals vastgelegd

bij het introductiegesprek.

Contact met superviserend cardioloog

Te allen tijde kan er telefonisch overleg plaatsvinden met de supervisor indien de

patiëntenzorg dit vereist. Probeer echter zaken die geen spoedeisend karakter hebben

te verzamelen om in de loop of op het eind van de dag te bespreken.

Nieuw opgenomen patiënten dienen wel direct na het statussen te worden overlegd met

de supervisor, dit voor het direct opstellen van een beleidsplan voor onderzoek en/of

behandeling. Het eerste effect van nieuwe medicamenteuze therapie dient geëvalueerd

en besproken te worden met de superviserende klinische cardioloog aan het einde van

de dag. Overgeplaatste patiënten van de hartbewaking naar de algemene afdeling

cardiologie zijn reeds ’s ochtends bij de visite besproken en worden nogmaals op het

eind van de dag besproken met de supervisor van de afdeling waar naar zij zijn

overgeplaatst. Bij onduidelijkheden direct na overplaatsing: in eerste instantie overleg

met arts-assistent of supervisor van de hartbewaking.

Overleg afwijkende resultaten van onderzoeken (laboratorium en/of functie) ook zo snel

mogelijk, dit geldt ook voor eventuele medicatie veranderingen.

Nieuw optredende ritmestoornissen en pijnklachten van de borst in rust of bij zeer

geringe activiteit dienen ook snel besproken te worden.

Vergewis je ervan of patiënten die voor catheterisatie of PCI gaan geen vaatafwijking

hebben in het aorta-femorale traject; indien deze afwijkingen er wel zijn graag snel

overleg met de superviserend cardioloog. Aangezien er steeds meer vanuit de arteria

radialis wordt gecatheteriseerd moeten ook pulsaties in de rechter arm (radialis en

ulnaris) worden gecontroleerd (zorg dat er op de dag van het onderzoek geen infuus of

polsbandje om die arm zitten)

• Het is belangrijk om je bevindingen en de resultaten van eventueel overleg direct

vast te leggen in de status van de patiënt. Vergeet daarbij nooit je naam, de

naam van de betrokken supervisor en de datum te vermelden.

• Zorg dat je eigen portfolio secuur wordt bijgehouden en goed op orde is aan de

hand van toetsing (pag 12), vaardigheden (pag 13), competentiegroei (pag 14 -

16) en het toetsingsoverzicht (zie bijlage 1, blz 18).

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

4

Aandachtsgebieden individuele supervisoren

E.P. Viergever PM. ICD/BIV. CTa. RNA. Ritme. Hartrevalidatie.

E.G. Weijers alg cardiologie. CTa. Cath Kamer. Hartfalen. AF.

J.A. Hillers alg cardiologie. PM. antistolling. Hartrevalidatie.

A.H.M. Jansen Echo(-lab). Klep. PM. ICD/BIV. MRI.

J.O. van Dobbenburgh alg cardiologie. CTa. PM. Hartfalen. AF.

M.W.J. van Hessen alg cardiologie. ACS. Ritme. CTa. Cath kamer. Research.

H.M. Plokker alg cardiologie. Echo(-lab). MRI.

Inwerkprogramma

Zie bijlage 2

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

5

De klinische patiënten zorg

Ochtendrapport

Iedere dag is er om 08.00uur een ochtendrapport waar eerst de nieuwe opnames

van de avond-nacht-dienst worden besproken. Daarna worden alle nieuwe patiënten op

de hartbewaking, short-stay en algemene afdeling besproken. Aan de hand van deze

patiënten wordt er tegelijkertijd veel aandacht besteed aan onderwijs, richtlijnen en

voorgenomen beleid tav medicamenteuze therapie, aanvullend onderzoek en eventuele

verder invasieve behandelingen. Tevens worden tijdens dit ochtendrapport alle patiënten

met bijzonderheden, complicaties, complexe problematiek, etc van de eigen afdelingen,

van de intensive care en patiënten van de consulten van de afgelopen 24 uur uitgebreid

besproken, waarbij openheid en laagdrempeligheid van de opleidingsgroep op de

voorgrond staan.

Bij dit ochtend rapport zijn tenminste 3 cardiologen van de opleidingsgroep

(waaronder altijd de cardioloog die dienst heeft gehad), de AOISen cardiologie, de AOIS

interne geneeskunde, de ANIOS interne geneeskunde, eventuele co-assistenten en/of

semi-artsen en de dienstdoende assistent altijd aanwezig. Regelmatig is er ook een

Nucleair Geneeskundige aanwezig, deze bespreekt het aanvullend nucleair onderzoek

van klinische patiënten en van patiënten die een dag tevoren een hartcatheterisatie

hebben ondergaan waarbij er al eerder een aanvullend nucleair onderzoek poliklinisch

was verricht. Vanwege het zeer uitgebreide bovengenoemde programma met intensief

overleg met en begeleiding voor de AOIS, duurt het ochtendrapport doorgaans ruim één

uur, tot ongeveer 09.15uur.

Bijdrage AIOS:

• presenteren nieuwe patiënten

• becommentariëren ECG en laboratorium bepalingen.

• voorstel voor verder beleid & behandeling

• voordragen en becommentariëren van (zelf) verrichte hartcatheterisaties &

voorstel voor medicamenteus danwel aanvullend invasief onderzoek en/of

therapie

• verantwoordelijk, zelfstandig en coördinerend optreden als “voorzitter” tijdens de

patiënten presentaties gedurende het gehele ochtendrapport, dit nadat de AIOS

zelf avonddienst of een zaterdagdienst heeft gehad.

Visite

Na het ochtendrapport wordt door 2 leden van de opleidingsgroep die de kliniek

superviseren van ongeveer 09.15u tot 11.15u visite gelopen. De afdeling A3 bestaat uit

36 bedden en wordt in tweeën verdeeld (voor en achter) zodat iedere zaal arts-assistent

verantwoordelijk is voor maximaal 18 bedden. De hartbewaking heeft 6 a 8 bedden, de

“shortstay” heeft 4 bedden, deze afdelingen zijn naast elkaar gesitueerd en één en

dezelfde arts-asstistent is verantwoordelijk voor beide afdelingen. Één klinische

cardioloog superviseert de A3 en één de hartbewaking en de “shortstay”. Afhankelijk van

de ervaring van de betreffende assistent, zal gezamenlijke visite in het begin dagelijks

zijn. Rekening houdend met groeiende ervaring (en op verzoek van de meer ervaren

assistenten) kan het gezamenlijk visite lopen beperkt worden, maar vindt minimaal 3

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

6

keer per week plaats. Zoveel mogelijk wordt geprotocolleerde zorg geboden. Op het

intranet zijn alle protocollen te raadplegen en zie bijlage 3,4 & 5 van dit document.

A3

Bijdrage AIOS

• Visite lopen, bedside teaching aan co-assistenten, alles “rond” de patiënt

• becommentariëren en interpretatie ECG en laboratorium bepalingen

• voorstel voor verder beleid & behandeling

• opstellen ontslag brief / correspondentie naar tertiaire centra

• begeleiden fietstesten van klinische patiënten (zie polikliniek)

CCU

Bijdrage AIOS

• Visite lopen, bedside teaching aan co-assistenten, alles “rond” de patiënt

• becommentariëren en interpretatie ECG en laboratorium bepalingen

• voorstel voor verder beleid duur opname & behandeling

• opstellen voorlopige brief naar afdeling A3/ correspondentie naar tertiaire centra

• voor de shortstay ergometrie begeleiden en ontslag brief opstellen

• verrichten van de electrocardioversies

• consulten op de Intensive Care (naast de CCU).

Catheterisatie afdeling

Dagelijks worden door de kliniek cardiologen hartcatheterisaties uitgevoerd op de

eigen hart-catheterisatiekamer (cath-kamer). Per jaar worden ongeveer 500

onderzoeken verricht (li-re cag) en worden ongeveer 100 pacemakers geïmplanteerd.

Bijdrage AIOS

Hartcatheterisaties uitvoeren

Verslaglegging bevindingen

Registratie van catheterisatie in de lijst van verrichtigen (centrale documenten)

Drukken meten (rechts- en links- catheterisatie)

Nabespreking catheterisatie; verbeter punten aangeven

Rechtsdrukken interpreteren

CAG presenteren op het ochtendrapport of vrijdag middag bespreking.

Pacemaker implantaties uitvoeren

Reveal implantaties/verwijdering uitvoeren

Nabespreking implantatie; verbeter punten aangeven

Met pacemaker technici de zelf geïmplanteerde pacemakers (controleren /

programmeren. Reveal (doormeting of) uitlezing.

Spoedeisende hulp

Bijdrage AOIS

Patiënten op de SEH onderzoeken; interpretatie laboratorium/röntgen gegevens

Voorstel tot verdere behandeling

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

7

tijdens ochtendrapport patiënt gegevens presenteren.

Sedert november 2013 is er een SEH arts werkzaam. Er zal in de toekomst meer

samenwerking met SEH artsen dienen plaats te vinden omdat de aanwezigheid

van een SEH arts een verplichting is geworden. AIOS zullen zelfstandig

patiënten blijven onderzoeken en verantwoording/overleg voeren met

dienstdoende cardioloog. De SEH arts heeft behoudens een ondersteunende

functie geen directe bemoeienis met de opleiding cardiologie.

Nucleaire afdeling

Bijdrage AOIS

Aanwezig bij de ergometrien in het kader van de myocardperfusie scans.

Met Nucleair Geneeskundige scans mede beoordelen en fiatteren

Bij ochtend rapport actief betrokken bij de interpretatie van verworven beelden

Functie afdeling

Bijdrage AOIS

begeleiden ergometrieën van klinische patiënten

Mogelijkheid om TTE en TEE echo’s bij te wonen en zelf te vervaardigen;

beoordeling in samenspraak met (poli)klinisch cardioloog

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

8

De poliklinische patiënten zorg

Ergometrie

Bijdrage AOIS

• Poliklinische controle van eigen patiënten.

• Evalueren van eigen beleid en verder beleid vaststellen.

Echocardiografie

Bijdrage AOIS

• Mogelijkheid om TTE en TEE echo’s bij te wonen en zelf te vervaardigen;

beoordeling in samenspraak met (poli)klinisch cardioloog.

Coronair Computed Tomography Angiografie (CTa)

Bijdrage AOIS

• Mogelijkheid om CTa’s bij te wonen op de afdeling Radiologie en later samen te

beoordelen met de (poli-)klinisch cardioloog die de CTa’s beoordeeld.

• Zo mogelijk bij meer ervaring, zelfstandig CTa’s beoordelen en nadien bespreken

met iemand uit de opleidingsgroep die als aandachtsgebied de CTa heeft.

Polikliniek

Bijdrage AOIS

• Poliklinische controle van eigen (liefst klinische) patiënten.

• Evalueren van eigen beleid en verder beleid vaststellen.

• In de toekomst kan er met behulp van het Landsteiner instituut een videocamera

ter beschikking worden gesteld waarbij opnames worden gemaakt van tevoren

geselecteerde patiënten. Deze videoregistratie kan dan gebruikt worden om het

patiënt gebonden poliklinisch werkt op een later tijdstip te evalueren. Op dit

ogenblik zijn de videocamera’s nog niet voorhanden.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

9

Onderwijs

Weekschema opleidingsmomenten

wanneer

wat

waar

verplichte

aanwezigheid

maandag

08.00 – 09.15

09.15 – 11.15

16.30 – 17.00

17.00 – 17.15

ochtendrapport

visite (idem hele week)

onderwijs

overdracht

overdrachtsruimte

CCU/shortstay/A3

overdrachtsruimte

overdrachtsruimte

ja

ja

ja

ja

dinsdag

08.00 – 09.15

17.00 – 20.00

17.00 – 17.15

ochtendrapport

avonddienst (of wo.)

overdracht

overdrachtsruimte

afdelingen CCU/A3/SEH

afdelingen CCU/A3/SEH

en consulten

ja

ja (nb.1x in de 2

weken)

woensdag

08.00 – 09.15

17.00 – 20.00

17.00 – 17.15

ochtendrapport

avonddienst (of di.)

overdracht

overdrachtsruimte

afdelingen CCU/A3/SEH

afdelingen CCU/A3/SEH

en consulten

ja (nb.1x in de 2

weken)

ja

donderdag

08.00 – 09.15

17.00 – 17.15

ochtendrapport

overdracht

overdrachtsruimte

afdelingen CCU/A3/SEH

en consulten

ja

ja

vrijdag

08.00 – 09.15

13.00 – 14.30

17.00 – 17.15

ochtendrapport

(patiënten)bespreking

overdracht

overdrachtsruimte

overdrachtsruimte

afdelingen CCU/A3/SEH

en consulten

ja

ja

ja

zaterdag

08.00 – 17.00

‘superdienst’ (zie blz

5)

ja (nb.1x in de 4

weken)

zondag

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

10

Op verschillende manieren wordt er aandacht besteedt aan je ontwikkeling.

Medische expertise

Onderwijsmomenten

De aios verzorgen deels het onderwijs (micro-teaching). Er wordt vanaf 2009

alternerend onderwijs door de assistenten en de gehele opleidingsgroep cardiologen

gegeven. Onderwerpen worden mede in overleg met en door de arts-assistenten

bepaald. Overig onderwijs gegeven door de opleidingsgroep zoals tijdens het

ochtendrapport dient actief en verplicht gevolgd te worden.

Bespreking op vrijdagmiddag

Bespreken van moeilijke casussen, problemen, complicaties, van de hele afgelopen

week worden (zo nodig nogmaals) besproken. Ook de verrichtte hartcatheterisaties van

die vrijdagochtend worden gepresenteerd en besproken. Tevens is er een overdracht

van patiënten waarbij er extra aandacht nodig is voor de vrijdagavond- en de

weekenddienst. Af en toe is er een praatje door een externe spreker. Tijdens deze

bespreking zijn alle arts-assistenten van de afdelingen en cath. kamer en alle leden van

de opleidingsgroep zo mogelijk aanwezig (verplicht), meestal is er ook een Nucleair

Geneeskundige aanwezig. Deze bespreking wordt ook weleens deels gebruikt voor een

presentatie door een externe spreker.

Kennis en Wetenschap

CAT

Twee keer per jaar moet je een CAT maken. CAT staat voor “Critically Appraisal of a

Topic”. Voor meer informatie, de 7 stappen van een CAT en hoe je beoordeeld wordt:

kijk op www.oorleiden.nl bij ‘opleidingen’ en ‘vervolgopleidingen’ naar het kopje ‘CAT’.

Organisatie

Superdienst

Één keer in de maand doe je als AIOS zelfstandig dienst op de zaterdag. Je bent dan

verantwoordelijk voor alle processen op de afdeling: van opname tot ontslag en alles wat

daar tussen zit. Bij twijfel kan de dienstdoende cardioloog achterwacht gebeld worden

die indien nodig binnen 10 minuten ter plaatse is. In de loop van de dag rond 15.00uur

wordt je dienst nabesproken met degene uit de opleidingsgroep die dienst heeft; de duur

hiervan bedraagt meestal ruim een uur waarbij ook patiënten samen kunnen worden

onderzocht en nieuwe informatie samen kan worden doorgenomen. Meer informatie

over visitelopen en ontslag van patiënten zie onder (bijlagen 3, 4 & 5).

Voorzitter overdracht

De maandag na een superdienst ben jij verantwoordelijk voor het voorzitten van de

weekendoverdracht. Dit geldt ook voor het ochtendrapport na een doordeweekse dienst.

Hier krijg je feedback op en af en toe een KPB (zie ook boven .

Communicatie

Video opnames

Vanuit de opleidingsgroep is er het voornemen gedurende je stageperiode in het GHZ

minimaal drie keer een video opname van een gesprek met een patiënt op te nemen en

nadien te bespreken met een lid van de opleidingsgroep, dit bij voorkeur met de

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

11

(plaatsvervangend) opleider. Tijdens de voortgangsgesprekken worden deze

bijeenkomsten ingepland. Van te voren wordt duidelijk gemaakt of het om een

onderwijsmoment gaat of om een beoordeling (KPB). Dit is nog niet geëffectueerd.

Professionaliteit

Aanwezigheid vergaderingen

Als AIOS word je geacht aanwezig te zijn tijdens de stafvergaderingen. Hier wordt op

vertrouwelijke wijze met elkaar gesproken over (uitgevoerd) beleid en we verwachten

van de aios actieve participatie tijdens de discussies. Vaak wordt hier ook een specifieke

patiënten casus besproken (necrologie bespreking)

Samenwerking

Overleg met de huisarts

Tijdens deze stage zul je veelvuldig telefonisch contact hebben met huisartsen. Een

keer per kwartaal wordt je hierin geobserveerd en wordt een gesprek nabesproken.

Individueel opleidingsplan

Je voert regelmatig gesprekken met de opleider over je voortgang (zie bijlage 1). Tijdens

zo’n gesprek wordt je portfolio besproken, gekeken naar je KBP’s en het behaalde

aantal verrichtingen. Ook wordt je competentie ontwikkeling beoordeeld. Op basis van al

deze gegevens formuleren jullie samen leerdoelen voor de komende periode: deze

leerdoelen zet je in je individuele opleidingsplan (zie verder).

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

12

Toetsing

Dit zijn de thema’s die in het GHZ behandeld kunnen worden. In het Landelijke

opleidingsplan Cardiologie staat uitgewerkt welke kennis en vaardigheden er per thema

vereist zijn.

Zie http://knmg.artsennet.nl/Opleiding-en-Registratie/Artikel-Opleiding-en-

Registratie/Cardiologie-5.htm vanaf bladzijde 50.

Je moet minimaal 13 KPB’s verzamelen in een jaar tijd, hier ben je zelf verantwoordelijk

voor. In onderstaand schema kun je aftekenen welke KPB’s je al gehad hebt.

Thema’s

Stage 1

afdeling

& CCU

Stage 2

cath

kamer &

“echo &

TEE”

KPB

aftekenlijst

I. Coronairlijden

1 acute coronaire syndromen x

2 chronische ischemische ziekten x

3 risicofactoren (incl. hypertensie

en diabetes mellitus)

x

II. Hartfalen

1 harfalen x

2 myocardziekten x

III. Ritme- en geleiding

1 ritme- en geleidingsstoornissen x

2 syncope x

IV. Niet- invasieve

beedlvorming

1 echocardiografie x

3 Cardiale CT x

4 nucleaire technieken x

V. Invasieve

beeldvorming

1 hartcatheterisatie en angiografie x

VII. overige

1 klepziekten x

2 endocarditis (x)

3 preoperatief consult x

8 pericardziekten (x)

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

13

Vaardigheden

Aan het einde van de periode in het GHZ moeten de volgende vaardigheden op

aangegeven niveau behaald zijn.

Vaardigheden

Bekwaamheids

niveau

Minimum

aantal

verrichtingen

OSATS

Aftekenlijst

(5 x)

Anamnese 2b

Lichamelijk onderzoek

(in het bijzonder auscultatie

hart)

2b

ECG 2a

Inspanning ECG 2a

Holter 2a

Transthoracaal echo 2a

Transoesofageaal echo 2a 5-10

MRI 2a

Cardiale CT 2a

Nucleaire cardiale

beeldvorming

2a

Diagnostische

hartcatheterisatie

2b

Doorgaans >200

procedures

Tijdelijke pacemaker 2b

Permanente pacemaker 2b

Programmeren

pacemaker

2a

Bekwaamheidsniveau 1: Heeft kennis van en is in staat om zinnig te verwijzen;

Bekwaamheidsniveau 2A: Heeft kennis van en handelt onder supervisie;

Bekwaamheidsniveau 2B: Heeft kennis van en handelt zonder supervisie;

Bekwaamheidsniveau 3: Heeft kennis van, handelt zelfstandig, superviseert en onderwijst bij de handeling.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

14

Competentiegroei

In onderstaand schema kun je zien wat er de komende twee jaar van je verwacht wordt.

Tijdens je beoordelingsgesprek aan eind van je eerste jaar wordt deze lijst doorgenomen

en kun je zien waar je nog (extra) aandacht aan moet besteden in je tweede jaar.

Medisch handelen jaar 1 en 2 / opmerking

Anamnese/LO Beheerst A/ +LO/ bij algemeen cardiologische

problematiek

ECG Is in staat op systematische wijze een ECG te

beschrijven

Echocardiogram Kan bij reanimaties subcostale opnames

vervaardigen en interpreteren (tamponade,

longembolie, onderen overvulling)

Vraagt zinnig echo’s aan

Hartcatheterisatie Vraagt adequaat aan

Differentiaal

diagnose

Kan onder supervisie een DD opstellen

Behandelplan Kan onder supervisie een behandelplan

opstellen

communicatie jaar 1 en 2 / opmerking

Verslaglegging Adequate, gestructureerde weergave van

patiëntengegevens, incl. follow-up,

samenvatting, probleemstelling en beleid bij

patiënt met enkelvoudige problematiek.

Overdracht/

patientenbespreking

Compleet en bondig overzicht van relevante

aspecten van een patiënt. Kan ochtend rapport

na een dienst helder en adequaat over het

voetlicht brengen

Onderwijs Kan onder supervisie een patiëntencasus

presenteren en het klinische

behandelplan of gevolgd beleid met onderzoek

uit de literatuur onderbouwen

Patient informatie

gesprek

Is in staat om na voorbespreking een

enkelvoudig probleem uit te leggen

Slecht

nieuwsgesprek

zit bij en vult aan.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

15

samenwerking jaar 1 en 2 / opmerking

Verpleegkundige /

paramedici

Maakt na bespreking met de supervisor heldere

werkafspraken met vpk

Supervisor Initiatief bij supervisor

Multidisciplinaire

(MD) zorg

Coördineert MD zorg onder supervisie

Consulent Kan gericht advies van consulent inwinnen

kennis &

wetenschap

jaar 1 en 2 / opmerking

Wetenschappelijke

vorming

Is in staat zelfstandig een klinische vraag te

formuleren en wetenschappelijke informatie te

vinden

Onderwijs Kan onder supervisie een patiëntencasus

presenteren en de klinische het behandelplan of

gevolgd beleid met onderzoek uit de literatuur

onderbouwen

Kennistoets Wordt getoetst binnen jaartoets en (lokaal)

cursorisch onderwijs

Referaat Is in staat om vraagstelling, gebruikte

onderzoekmethode en resultaten helder te

bespreken

maatschappelijk

handelen

jaar 1 en 2 / opmerking

Wet- en

regelgeving

Is op de hoogte van wet – en regelgeving en past

deze onder supervisie toe (o.a. handelen bij a.

fouten, b. verstrekking medische gegevens aan

derden, c. niet natuurlijke doodsoorzaak )

Ethiek Handelt ethisch

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

16

organisatie jaar 1 en 2 / opmerking

Functioneren

binnen

gezondheidszorg

organisatie

Werkt onder supervisie kosten effectief

Time management Kan eigen taken prioriteren onder supervisie

professionaliteit jaar 1 en 2 / opmerking

Kennis van eigen

competentie

Bewust van eigen beperkingen en roept bijtijds

hulp in

Persoonlijk en

interpersoonlijk

gedrag

Stelt zich toetsbaar en leerbaar op

Betrokkenheid bij

patiëntenzorg

Toont betrokkenheid bij patiënt

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

17

Bijlagen

Bijlage 1 toetsoverzicht

Bijlage 2 inwerkprogramma

Bijlage 3 visite lopen

Bijlage 4 ontslag van patiënten

Bijlage 5 ontslagbrief

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

18

Bijlage 1

Toets overzicht

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

19

Bijlage 2

INWERKPROGRAMMA ARTS-ASSISTENTEN

Indien een nieuwe assistent, ongeacht welke vakgroep, aan een stage gaat beginnen in

het GHZ zal altijd eerst een algemene kennismaking met het ziekenhuis dienen plaats te

vinden. Deze algemene introductie zal 1-2 week duren. Hierbij worden verschillende

afdelingen van het ziekenhuis bezocht die ondersteuning bieden bij de uitoefening van

het vak (oa lab, PA, en apotheek). Tevens wordt er in die week calamiteiten training en

reanimatie training (BLS) gegeven. De eigenlijke stage plaats begint nadat die

introductie is afgerond. Voor het gemak wordt de eerste week op de eigenlijke afdeling

week 1 genoemd.

1e week

Maandag

Kennis maken met de cardiologen, collega’s en verpleegkundigen. Afhankelijk van de

stage plek wordt er visite gelopen op de CCU of de cardiologische afdeling (A3). De

ochtend begint met het ochtendrapport. Hier worden relevante zaken van de vorige

dag\nacht besproken (08.00-09.15uur). De visite begint direct na het ochtendrapport.

Tevens volgt die dag uitleg over:

• de werking van de piepers en het reanimatiesein

• het dienstrooster

• samenwerken – afspraken

• statusvoering – ontslag formulieren – recepten, etc.

• ergometrische onderzoeken

Iedere maandag is er onderwijs in de speciale onderwijsruimte / overdrachtruimte op de

A3. Dit duurt van 16.30-17.00uur; aanwezigheid is verplicht.

Dinsdag-Woensdag-Donderdag & Vrijdag

Na het ochtend rapport visite (mee)lopen op de afdeling. Het verrichten (onder

supervisie) van de functie testen op de functieafdeling. Zoveel mogelijk verdiepen in de

protocollen op de CCU en afdeling. Ook is het zinvol de statussen te bestuderen van de

patiënten die al op de afdeling zijn opgenomen. Vanaf de 2e week zal er meer

zelfstandig gewerkt gaan worden. Ervoor zorg dragen dat ontslag papieren de avond

voor het ontslag klaarliggen en zich bevinden in de status van de patiënt.

Vrijdag middag vanaf 13.00u is de vrijdagmiddag bespreking van coronair

angiogrammen, moeilijke patiënten en wat verder ter tafel komt. Tevens is daar de

weekendoverdracht.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

20

Werkrooster op de afdeling Cardiologie.

Dagindeling:

08.00 - 09.15 uur.

Ochtendrapport: Informatie over de dienst met de problemen van de nacht en

eventuele opnames. Bij dit ochtend rapport zijn 3 cardiologen van de maatschap

(waaronder altijd degene die de achterwacht heeft gehad), de twee aios cardiologie,

de aios interne geneeskunde, afdelings anios, co-assistent, semi-artsen en de

dienstdoende assistent altijd aanwezig. Dit vindt plaats in de overdrachtsruimte in het

trappenhuis tussen A3 en B3, die in directe nabijheid van de afdeling A3 en CCU is

gelegen. De probleem patiënten worden uitgebreid besproken. Hierbij vindt tevens

onderwijs plaats waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan het ECG dat mbv

presentatie apparatuur op de wand wordt geprojecteerd.

09.15 - 11.15 uur

Visite lopen met de betreffende cardioloog op de CCU of de A3.

De A3 is ingedeeld in een voor en achter gedeelte; in beide gedeelten wordt

tegelijkertijd door een assistent en een cardioloog visite gelopen. Beide gedeelten

van de A3 omvatten 18 bedden. Na de visite wordt verder alles georganiseerd voor

patiënten die met ontslag gaan en voor het verdere beleid van de patiënten op de

afdeling. Door de verpleegkundigen wordt een “uitgesprek” gevoerd. Eventueel zal de

arts-assistent dit gesprek bijwonen.

11.15 - 14.30 uur

Sedert een aantal jaren wordt vooruitlopend op het ziekenhuis breed invoeren van

het elektronisch patiënten dossier (EPD) de brief vanaf de opname door de arts

assistenten getyped in het centrale computer systeem. Na de visite is er tijd om hier

aandacht aan te besteden, klinische gegevens na te zoeken op het internet,

protocollen te bestuderen en natuurlijk samen met collega’s te lunchen.

14.30 – 17.00 uur

Ergometrische onderzoeken op de functie afdeling. Na de inspanningstest worden de

resultaten met de cardioloog besproken. Verder beleid voor de betreffende patiënt

wordt afgesproken. Tevens worden de problemen op de afdeling met de supervisor

doorgenomen. Nieuwe informatie (uitslagen van testen, etc) betreffende patiënten

wordt aan de supervisor medegedeeld. De uitkomst van klinische onderzoeken (zoals

röntgen-, echo-cardiografie-, hartcatheterisatie-, en nucleair-onderzoek) worden

besproken. Eventueel volgt aanpassing van de gevolgde behandeling. In de

tussentijd wordt op de afdeling ook de administratie bijgewerkt. In principe dienen op

de dag van het ontslag, alle ontslagbrieven geschreven te zijn zodat er geen

achterstand optreedt en de huisarts zo snel als mogelijk schriftelijk geïnformeerd

wordt over de opname. Tevens wordt overleg gevoerd over nieuwe patiënten die of

met spoed via de SEH of gepland via de polikliniek zijn opgenomen.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

21

17.00 – 17.15 uur

Overdracht voor de dienst: hierbij worden de relevante zaken van patiënten

overgedragen aan de dienstdoende cardioloog en arts-assistent. Ook de assistent die

de consulten doet, draagt zo nodig over.

2e week

De structuur van de week blijft dezelfde: wel wordt van de arts-assistent een

toenemende mate van zelfstandigheid verwacht. Ook zullen in deze week de eerste

brieven van de ontslagen patiënten besproken en gecorrigeerd worden. In een

opbouwende sfeer wordt verder aan het zelfstandig functioneren gewerkt. De brieven

dienen de dag van ontslag klaar te zijn (zie ook boven).

Vanaf de 3e week

In principe is de assistent ingewerkt. Dagelijks visite lopen, met de superviserende

cardioloog, na de ochtendoverdracht. Daarna zorgdragen voor correspondentie en

communicatie van de afdeling. In onderling overleg worden gesprekken met familieleden

van patiënten gepland. Er wordt een volwassen inbreng bij het multidisciplinaire overleg

verwacht. ’s Middags de inspanningstesten. Tijdens deze weken wordt verwacht dat van

de meest voorkomende cardiologische opname diagnoses toenemend inzicht wordt

verkregen.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

22

Bijlage 3

Visite lopen door arts-assistent

Zeker als de arts-assistent meer ervaring heeft zal er ook zelfstandig visite op zaal

kunnen worden gelopen.

Hou de bekende tijden aan van visite lopen: begin zo snel als mogelijk na het

ochtendrapport en probeer klaar te zijn met de visite rond 11.15 uur.

Belangrijk is het om volgens vast schema de patiënten te benaderen. Vraag eerst naar

hoe de patiënt zich voelt en hoe de afgelopen dag is geweest. Zorg dat je bij zeer recent

opgenomen patiënten van tevoren in de status hebt gekeken en je alvast een indruk

hebt gevormd van de reden voor opname en hoe het de patiënt is vergaan de eerste

uren van zijn verblijf in het ziekenhuis.

Onderzoek patiënt waarbij met name de ictus cordis, de harttonen (ook in zijligging!),

longen, en vaatgeruisen worden beoordeeld. Afhankelijk van het ziektebeeld dient

vanzelfsprekend de uitgebreidheid van het onderzoek te worden bepaald.

Controleer het ECG indien gemaakt en beoordeel de resultaten van de telemetrische

observatie, als patiënt bewaakt is.

Informeer bij de begeleidend verpleegkundige naar de vochtbalans en naar tot nu

beschikbare laboratorium onderzoeken. Bespreek met patiënt de recente uitslagen en

leg uit wat de diagnose op dit moment is en wat er nog verder gepland is aan

onderzoeken.

Indien de patiënt die dag onderzoeken zal ondergaan vergewis je je ervan dat patiënt

weet wat het onderzoek inhoud en waarom het is afgesproken.

Controleer specifiek of alle zaken voor dat onderzoek goed geregeld zijn (nuchter voor

cholesterol-bepaling, pulsaties van lies arteriën, eventuele contrast overgevoeligheid,

nierfunctie, aanwezigheid van operatie verslag in geval van bypass onderzoek en antistolling

gecontroleerd voor CAG, bepaalde medicamenten al dan niet gestopt voor

ergometrie/ RNA/ contrastonderzoek, lage hartfrequentie voor CTa etc.)

Informeer bij de verpleegkundige die meeloopt of er speciale aandachtspunten zijn

vanuit de verpleging.

Probeer het verdere verblijf op de afdeling voor de patiënt vast te plannen aan de hand

van de beschikbare gegevens. Bespreek zo snel mogelijk, bij voorkeur reeds bij

opname, de verwachte ontslag datum (VOD) en controleer, in samenspraak met de

verpleegkundige, de thuissituatie. Ook het tijdstip van polikliniek bezoek kan hier worden

gepland. Dit geeft de mogelijkheid om het maatschappelijk werk snel in te schakelen

zodat de huisgang ongestoord kan plaatsvinden.

Controleer tenslotte of het besprokene duidelijk is voor de patiënt en informeer of hij op

dat moment nog vragen heeft. Zijn er nog uitgesproken vragen, al dan niet met een

persoonlijk karakter, dan is het verstandig om met de patiënt af te spreken dat je op een

rustiger moment, na de visite, nog even apart bij hem/haar langs komt. Dit voorkomt dat

de zaalvisite te veel uitloopt en biedt uitzicht op volledige privacy.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

23

Bijlage 4

Ontslag van patiënten

• Plan op de dag van opname al de verwachte ontslag datum (VOD). Stem daar

ook de onderzoeken en eventuele vervolgafspraken op af. Bespreek dit duidelijk

met de verpleegkundigen.

• Algemeen; zorg dat de papieren/recepten de dag voor ontslag in orde zijn; dit

voorkomt oponthoud tijdens de drukte van de ochtend.

• De arts-assistent heeft gesprek met patiënt en/of familie en beantwoordt

eventuele vragen.

• Recepten hoeven niet meer te worden geschreven; de cardex wordt automatisch

doorgestuurd naar de apotheek; vergewis je wel dat de cardex correct en “up to

date” is. De formulieren voor trombosedienst en poliklinische revalidatie moeten

wel worden ingevuld. De trombosedienst zal aangeven wanneer de patiënt

geprikt moet worden. Geef aan of dit thuis of op het prikcentrum dient plaats te

vinden. De medicijnkaart wordt door de secretaresse gemaakt en door de

verpleging gecontroleerd aan de hand van de cardex. Ook eventuele

bijzonderheden (allergische reactie) worden vermeld. In principe wordt een

hoeveelheid medicijnen voorgeschreven die voldoende is tot aan de eerste

cardiologische poli-controle. Schrijf aan alle patiënten met coronair lijden tevens

sub-linguaal nitraten voor. Door de apotheek wordt de medicatie op de cardexlijst

gefaxed naar de apotheek zodat de medicatie van de ontslagen patiënten voor

hun klaar kan worden gelegd.

• Voor de huisarts wordt de ontslagbrief gemaakt waarop de diagnose en therapie

bij ontslag worden vermeld. Deze brief zal (na correctie ) eventueel worden

aangepast door de supervisor.

• De poliklinische afspraak wordt door de secretaresse gemaakt. Door de

behandelend cardioloog zal in samenspraak met de zaalarts en verpleging een

termijn waarop de afspraak moet plaatsvinden worden aangegeven. Ook worden

afspraken gemaakt voor (eventuele) hartrevalidatie. In het merendeel van de

gevallen is al klinisch aan de revalidatie begonnen en wordt deze automatisch

poliklinisch voortgezet. In samenspraak met de revalidatie kunnen patiënten ook

geadviseerd worden over werkhervatting, autorijden, ed.

• Ook voor andere specialisten die in consult zijn geweest tijdens opname en die

patiënt verder poliklinisch willen controleren worden poliklinische afspraken

gemaakt.

• Aan de patiënt worden door de verpleegkundigen richtlijnen meegegeven

betreffende zout-, vocht-, gebruik. Ook een dieet door de diëtiste opgesteld wordt

aan de patiënt meegegeven.

• Voor verdere onderzoeken die poliklinisch plaatsvinden krijgt patiënt informatie

mee.

• Indien het maatschappelijk werk is ingeschakeld voor een patiënt dient deze te

worden geïnformeerd over het ontslag. Ook met de wijkverpleging (indien

noodzakelijk) moet ontslag worden afgestemd. Bepaal al aan het begin van de

opname of er thuishulp of een andere woon- of verblijfplek geïndiceerd is / lijkt te

zijn. Dit voorkomt problemen bij het ontslag.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

24

Bijlage 5

Dicteren ontslagbrief

In de computers op de afdeling staan een groot aantal standaard brieven die als

voorbeeld kunnen dienen bij het vervaardigen van een brief. Aanvankelijk werden de

brieven gedicteerd en bewerkt op het secretariaat van de cardiologen. Thans wordt

steeds vaker al tijdens de opname een brief gemaakt in het centrale computersysteem

en wordt bij ontslag de brief uitgeprint en door de cardioloog op de dag van ontslag

gecontroleerd. Dit als voorloper van het elektronisch patiënten dossier (EPD) wat thans

in het GHZ is uitgerold (de cardiologie is nog niet met dit EPD begonnen maar zal dit

binnen afzienbare tijd ook moeten gaan doen). Op de dag van ontslag moet de brief

klaar zijn zodat de huisarts op korte termijn over de opname wordt geïnformeerd. Moet

een brief toch worden gedicteerd begin dan met naam, geboortedatum patiënt, daarna

huisarts en allen die kopie van de brief krijgen. Bij omdraaien van het bandje of

verdergaan op ander bandje altijd eerst zeggen: vervolg brief van dhr./mevr., voor je

verder dicteert. Bij dicteren of vervaardigen van een brief in de computer deze volgorde

aanhouden.

Voorbeeld brief :

Geachte collega,

Van …… tot ……. was uw bovengenoemde patiënt(e) opgenomen op de afdeling

Cardiologie van het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda.

Reden van opname : ………………

Voorgeschiedenis : 19.. : ………………

19.. : ………………

20.. : ………………

Hou de voorgeschiedenis kort, maar vermeldt relevante zaken gedetailleerd. Denk

hierbij aan voorgaande catheterisaties, PCI ‘s, CABG’s (precies welke omleidingen zijn

geplaatst), ingrepen in verband met ritmestoornissen etc. Ook neurologische en

(perifere) vaatproblematiek zijn vaak belangrijk. Kijk zo snel mogelijk in het cumulatief

medisch dossier van de opgenomen patiënt om de voorgeschiedenis volledig te krijgen.

Van groot belang zijn ook eventuele overgevoeligheden, bijv. voor bepaalde medicijnen.

Anamnese :

Beschrijf kort de gegevens - klachten die tot opname hebben geleidt. Relateer de

klachten ook aan situaties : bijvoorbeeld wanneer patiënt de klachten ervaart, hoe lang

deze duren, uitlokkende momenten etc.

Uit deze gegevens dient al een werkdiagnose te kunnen worden opgemaakt.

Hierna kunnen nog andere, niet-cardiologische, gegevens vermeldt worden die uit de

anamnese naar voren komen en van belang kunnen zijn voor de behandeling van deze

patiënt.

Risico factoren ten aanzien van hart- en vaatziekten:

Roken, diabetes, hypertensie, hartziekten in de familie, hypercholesterolaemie,

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

25

overgewicht etc. dienen te worden vermeldt.

Medicatie bij opname:

Bij voorkeur de generische namen vermelden. Let goed op dosis en aantal malen daags

te nemen.

Lichamelijk onderzoek:

Algemene indruk. Temperatuur. Lengte. Gewicht. Bloeddruk. Pols frequentie en evt.

totale irregulariteit of extra systolie. Halsvenen (CVD). Pulsaties en souffles over art.

carotis? Vesiculair ademgeruis, crepitaties, rhonchi, wrijfgeruis etc bij long auscultatie?

Is er demping aanwezig. Hart onderzoek: palpatie van de ictus, normale 1e en 2e toon?,

pathologische tonen S3 of S4, ejectietonen en geruisen te onderscheiden in systolische

en diastolische geruisen. Vermeldt het punctum maximum, de luidheid en het karakter

van het geruis.

Beoordeling van de buik dient palpatie van aorta en de lever- milt regio te omvatten. Zijn

er geruizen over het traject van de aorta hoorbaar. Is de lever vergroot? Eventuele

andere relevante informatie alleen bij gevonden afwijkingen.

Bij het onderzoek van de extremiteiten vermelden hoe de pulsaties zijn van art. femoralis

en voet arteriën. Zijn er oedemen?

Ook vaatgeruisen, trofische stoornissen van de huid en littekens van vaatingrepen

moeten worden vermeldt. Beschrijf ook eventuele varices, zeker bij een patiënt die voor

bypass chirurgie wordt aangeboden.

ECG bij opname:

Ritme ( sinus, atriaal, boezemfibrilleren, etc ). Zijn er extrasystolen. Stand van de

electrische as. Geleidingstijden en geleidingsstoornissen. QRS complex. ST segmenten.

Eventueel andere opvallende zaken.

ECG (datum\tijd) bij pijn/palpitatie/reanimatie of andere relevante gebeurtenis: Ook weer

zo volledig mogelijke beschrijving.

ECG bij ontslag: Zeker van belang na infarct of bij opname wegens ritmestoornis.

Laboratorium onderzoek:

In volgorde van: BSE, hematologie en bloedchemie bij opname, medicijn-spiegels, urine

onderzoek en medische microbiologie. Bijzondere onderzoeken apart vermelden, zoals

bijvoorbeeld; catecholaminespiegels en homocysteïnespiegels.

Vermeld bij infarct patiënten ook de maximale enzymwaarden: CK (en CKMB), ASAT,

ALAT en LDH. Tevens beloop van troponine uitslagen weergeven.

Röntgen onderzoek:

X-Thorax: Vermeldt de techniek zoals zittend of staand, 1 of 2 richtingen. Beschrijf het

hart, zo mogelijk per compartiment. Pleuravocht? Tekenen van decompensatie, en zo ja,

welke tekenen. Afwijkingen van de aorta vermelden. Niet cardiale afwijkingen wel

vermelden, maar kort.

X-Thorax herhaald: Alleen vermelden en beschrijven indien van belang voor het beloop

tijdens opname.

Overige röntgen onderzoeken:

In volgorde van kalenderdata. Alleen essentiële zaken vermelden ic de gevonden

afwijkingen. Anders vermelden: geen afwijking.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

26

Hartcatheterisatie en coronair angiografie :

In principe het verslag overnemen van de catheteriserend cardioloog. Wel eerst overleg

met supervisor.

Echocardiogram:

Zowel TTE als TEE.

Deze onderzoeken zijn beschreven door de superviserende cardioloog. Zijn verslag

overnemen.

Inspanningsonderzoek:

Type onderzoek melden bijv. fietsergometrie, loopband, perfusiescan met adenosine

etc. Vermeld maximale belasting in Watts bij gewone fietstest en in Mets bij loopband en

geef de tevoren berekende normaalwaarden van deze patiënt aan. Bij farmacologische

stress de maximale dosering van het gebruikte farmacon noteren. Vermeld de

hartfrequentie in rust en de maximaal bereikte hartfrequentie. Noteer de bloeddruk in

rust en de maximale en maximale bloeddruk.

Beschrijf eventuele ECG veranderingen (ST segmenten) en stoornissen op gebied van

geleiding en ritme.

Wat was de reden van beëindigen van de test? Traden eventuele ECG afwijkingen en

klachten tegelijkertijd op? Wat is de conclusie van de test? Noteer deze duidelijk.

RNA onderzoek:

• Zie ook inspanningsonderzoek. Tevens eventuele rust ejectiefractie (EF)

bepaling: vermeldt globale en gemiddelde EF. Zijn er

wandbewegingsstoornissen? Wat is de conclusie?

• Ventilatie – perfusie scan bij verdenking op longembolie alleen korte notitie.

• PET scan

EFO:

Wordt altijd in ander ziekenhuis gedaan. Alleen conclusie vermelden, verstandig om dit

eerst te overleggen met supervisor.

Consulten:

Vermeld reden van consult en naam en vakgebied consulent. Neem conclusie over.

Bespreking:

Geef een zeer beknopte samenvatting van de voorgeschiedenis en op grond van

bovenstaande gegevens een beknopt verslag van het verblijf van de patiënt.

Hier moet blijken wat de werkdiagnose was bij opname en de initiële behandeling.

Waren hierbij complicaties? Moest de diagnose bijgesteld worden? Inbreng van de

consulenten. Het beloop na de eerste fase. Maak het tot een logisch maar beknopt

verhaal.

Vermeld bijvoorbeeld bij een infarct patiënt de lokalisatie van het infarct en de

enzymatische grootte. Was er sprake van een primaire PCI of was het hier te laat voor?

Was er een probleemloze revalidatie en hoe was het resultaat van de fietstest? Is er

reden voor verder (poliklinisch) onderzoek. Wat was de reden van de verschillende

medicamenten die patiënt nu gebruikt? Etc. Beleid op korte termijn na ontslag:

revalidatie, angiografie, PCI etc. etc. Conclusie: In feite de samenvatting in enkele

woorden van de bespreking.

Lokaal Opleidingsplan Cardiologie GHZ

27

Medicatie bij ontslag:

Generieke namen. Noteer nauwkeurig dosering!

In geval van kunstkleppen en/of andere hartafwijkingen eventuele noodzaak van SBE

profylaxe en griepvaccinatie vermelden.

Controle : termijn en namen vermelden. Ook eventuele terugkomst bij consulenten.

Voor gezien Met collegiale hoogachting,

Voor gezien:

……………, cardioloog. ………………, arts-assistent cardiologie

 

Om deze website optimaal te laten functioneren gebruiken wij cookies. Voor meer informatie zie ons cookiebeleid.